De geschiedenis van Vlaanderen - Hoofdstuk 36

Lodewijk II van Nevers

Geschreven door: Charles Vanderhaegen - in lichte mate bewerkt door Herman Boel
Gepubliceerd met vriendelijke toestemming van Charles Vanderhaegen. 

Een nieuwe graaf van Vlaanderen

Na de dood van Robrecht van Bethune op 17 september 1322 wordt zijn kleinzoon Lodewijk II van Nevers op 16 oktober 1322 door de drie grote Vlaamse steden Gent, Brugge en leper, als opvolger aangeduid en deze opvolging wordt door het Hof van de Pairs en de Koning van Frankrijk, Charles IV Le Bel, op 29 januari 1323 bevestigd. De nieuwe graaf was toen 19 jaar oud en gehuwd met prinses Marguerite van Frankrijk, dochter van Philippe V de Lange, koning van Frankrijk die op 3 januari 1322 was overleden.

Vlaanderen had dus nu een nieuwe graaf maar de vraag is of dit voor het graafschap vrede zal brengen, een vrede die al sedert 1297 constant verstoord was geweest door de praktisch ononderbroken strubbelingen met de Franse koningen, doordat de toenmalige graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, zijn leenheer Filips de Schone van al zijn leenrechten vervallen had verklaard en de Franse koningen dit fanatiek weigerden te erkennen.

Met het aantreden van de nieuwe graaf zal zich dat wel in het begin enigszins wijzigen want de buitenlandse politiek van Lodewijk zal voor de volgende kwarteeuw de weerspiegeling zijn van zijn uitzonderlijke standvastige en onvoorwaardelijke trouw jegens zijn Franse leenheer. De reden hiervoor was ongetwijfeld Lodewijks diepe overtuiging dat alle heil uiteindelijk uit Frankrijk moest komen en de voornoemde strubbelingen die al 25 jaar aansleepten zullen hem in die mening slechts hebben gesterkt.

Deze overtuiging hield echter geen rekening met die andere politieke macht in Vlaanderen: de steden. Die zagen met lede ogen aan hoe Lodewijk zich als een gedwee leenman van de Franse koning gedroeg, toen hij aanvaardde dat het de koning was die als Vlaamse zegelbewaarder de abt van Vézelay, Guillaume Flotte, benoemde, een politieke functie die sedert 1302, na de Slag der Gulden Sporen in Vlaamse handen was overgegaan. Toen de steden hem hun ongenoegen hieromtrent ter kennis brachten, weigerde de koppige en autoritaire graaf gelijk wel compromis overeen te komen zodat de botsing tussen de steden en de graaf onvermijdelijk was.

Lodewijk II wordt ridder

Lodewijk II van Nevers wordt op 29 januari 1323 door de Franse koning
Charles IV le Bel tot ridder geslagen en als graaf van Vlaanderen erkend.

Maar er was meer. Al was de meerderheid voorstander van vrede met Frankrijk, dat betekende nog niet dat men de nieuwe situatie goedkeurde, want dat was zeker geen waarborg voor een interne vrede en voor een normalisatie van de betrekkingen met Engeland, dat met Frankrijk op gespannen voet leefde. Het werd nog erger toen de steden vernamen dat Robrecht van Bethune, onder druk van Lodewijk op 5 mei 1320 het Verdrag van Athis had geratificeerd dat voorzag dat het in het Akkoord van Marquette het ten gunste van Frankrijk voorziene zoengeld van 10.000 pond werd verdubbeld. Samen met de belasting van de graaf was dit voor de bevolking een zware financiële last.

De problemen blijven zich opstapelen. Kort nadat Lodewijk zijn grafelijke zetel heeft ingenomen zet de Franse koning hem onder druk om hem bij te staan in zijn conflict met Engeland. Lodewijk geeft toe en verbreekt het handelsakkoord van 1 oktober 1319 dat toen door Robrecht van Bethune, tussen Engeland en Vlaanderen werd afgesloten. En om die onpopulaire maatregelen te bekrachtigen laat hij alle Engelse handelaars die zich in Vlaanderen bevinden arresteren. Dit is een bittere pil voor de Vlaamse gemeenten die een van hun belangrijkste bronnen van inkomsten zagen verloren gaan.

 

Problemen met Sluis

Lodewijk die alles wil doen wat hij kan om iedereen tevreden te stellen verzoent zich ook met zijn oom Robrecht van Kassel, omdat die nogal dwars ligt in verband met de erfenis die zijn broer Lodewijk I van Nevers heeft nagelaten en bijna volledig naar zijn zoon Lodewijk II is gegaan. Om hem te sussen kent hij aan Robrecht het leenrecht toe over de stad en de kasselrij van Kassel (vandaar zijn latere bena¬ming Robrecht van Kassel), alsook over Broekburg en de stad Duinkerken.

Ook met zijn oudoom Jan van Namen, de zesde zoon van Gwijde van Dampierre, die zeer Fransgezind is, wil hij absoluut in vrede leven. De reden daarvoor is niet helemaal duidelijk, maar begin juli 1323 kent hij hem de rechtsmacht toe over de wateren van Lamminsvliet (het latere Sluis) en het Zwin. Zoals te verwachten verwekte dit groot ongenoegen in Brugge dat de rechten op die voorhavens, ingevolge oude privileges, als zijn eigendom beschouwde.

Bovendien voelde Brugge zich bedreigd want door die rechtsmacht over o.a. de havenrechten die normaal aan Brugge waren voorbehouden, kon de koopwaar via de Lieve naar Gent worden afgeleid, wanneer hun eigenlijke bestemming Brugge was. Het zijn voornamelijk de kooplieden van Brugge en Damme die zich getroffen voelen en daarom zwaar uithalen naar de graaf. Maar hun dringend verzoek om de overdracht teniet te doen levert niets op, waarop Brugge besluit tegen Sluis op te trekken.

Wanneer Lodewijk dit verneemt komt hij haastig vanuit Kortrijk toegesneld om dit te beletten, maar de Bruggelingen zijn niet te bepraten. Ondertussen is Jan van Namen, die een reactie van Brugge verwacht, al met zijn troepen in Sluis aangekomen. Het is voor de Bruggelingen duidelijk dat Jan van Namen een gewapend treffen boven een overeenkomst verkiest en zonder verder te dralen vallen ze de troepen van Jan van Namen aan om te trachten die te verdrijven. Ze hebben echter wel de degelijkheid en de getalsterkte van zijn troepen onderschat en moeten zich met zware verliezen terugtrekken.

Maar daarmee zijn de Bruggelingen nog niet verslagen. In allerhaast worden er versterkingen vanuit Brugge aangevoerd en aangezien Jan van Namen inmiddels niet de tijd heeft gehad zijn troepen te versterken worden de gevechten in alle hevigheid hernomen.

Lodewijk II van NeversLodewijk II van Nevers, 24e graaf van Vlaanderen (1322-1346)

Het is ditmaal het Sluise garnizoen dat het moet ontgelden en zo zwaar toegetakeld wordt dat het reddeloos verloren is. Tal van Naamse ridders sneuvelen en zeker zou Jan van Namen hen ook zijn gevolgd ware Lodewijk niet tussengekomen om het leven van zijn oudoom te sparen door hem over te leveren aan de Bruggelingen. Onder zware bewaking wordt hij overgebracht naar Brugge waar hij voor het schepencollege wordt gebracht en verzocht wordt van zijn rechten op Sluis af te zien. Ten bewijze dat hij dit ook doet moet hij de documenten waaruit blijkt dat hij die rechten van Lodewijk heeft verkregen, ter plaatse vernietigen. Wanneer hij weigert dit te doen wordt hij in het Steen opgesloten.

Wanneer dit ter ore komt van de Franse koning zendt die enkele gezanten naar Brugge om over de vrijlating van Jan van Namen te komen onderhandelen. De Bruggelingen gaan akkoord hem vrij te laten op twee voorwaarden: 1. hij moet verzaken aan zijn rechten op Sluis en 2. hij moet de privileges die de rechten van Brugge op Sluis waarborgt, bevestigen. Zoals te verwachten verwerpen de gezanten dit voorstel en eisen ze daarentegen de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Jan. Het hele gesprek loopt uit op ruzie en eindigt met een dovemansgesprek.

 

Nog een mislukte conferentie

De arrestatie van Jan van Namen en de tussenkomst van de Franse gezanten in een dispuut dat alleen de Vlamingen aanbelangt heeft grote beroering verwekt. De spanning in Vlaanderen is te snijden en wanneer er nog berichten binnenstromen dat Lodewijk ongemene ijver aan de dag legt bij het opeisen van de fondsen ter verzoening van de betaling van het fameuze zoengeld van Athis, breken er serieuze onlusten uit, in die mate dat de Vlaamse grond voor Lodewijk te heet wordt en dat hij voor het zekerste de vlucht neemt naar Nevers om niet te riskeren hetzelfde lot te ondergaan als zijn oudoom Jan.

De hardnekkigheid van de Bruggelingen in de onderhandelingen met de koninklijke gezanten komt in Parijs hard over zodat de koning, op 9 oktober 1323, een conferentie belegt in St.-Omaars om met Brugge en ook met andere Vlaamse steden die Brugge in zijn verontwaardiging van de Franse bemoeienissen zijn gevolgd, tot een vergelijk te komen. De conferentie was echter pas goed en wel op gang, toen het bericht kwam dat Jan van Namen was ontsnapt door gebruik te maken van de toelating om een kerkdienst in St. Donaas bij te wonen, ofschoon hij op zijn eer van ridder had gezworen geen misbruik daarvan te zullen maken. Als gevolg van dit bericht werd de conferentie opgeschort terwijl er grote consternatie heerste te Brugge.

Zo woelig wordt de stad dat Gent denkt te moeten tussenkomen, van oordeel dat de terugkeer van de graaf de enige mogelijkheid biedt om aan de onrust die ondertussen naar 't Brugse Vrije, de grootste kasselrij van Vlaanderen, is overgeslagen, een einde te stellen. De Bruggelingen gaan hiermede akkoord en in november 1323 komt Lodewijk aan te Brugge, belegt een vergadering met de schepenen van Brugge en enkele van 't Brugse Vrije en er wordt overeengekomen dat Jan van Namen publiekelijk zal verklaren dat hij afziet van zijn rechtsmacht over de wateren van Sluis, mits de verhandelingen in Damme in zijn macht blijven en aan de controle van Brugge worden onttrokken. Bovendien, zo moet hij zweren, zal hij geen wrok koesteren tegen de stad Brugge wegens hun militair ingrijpen in wat hij beschouwde als het gebied dat onder zijn rechtsmacht stond. De Brugse schepenen, bang voor een Frans militaire interventie als ze dit niet zo'n slecht voorstel niet zouden aanvaarden, gaan akkoord. Ook Jan van Namen zweert de overeenkomst te zullen naleven en de vrede wordt getekend.

Marguerite van FrankrijkMarguerite van Frankrijk
Dochter van Philippe V de Lange en vrouw van Lodewijk II van Nevers.

Nu de vrede met Brugge is hersteld (voorlopig toch) gaat Lodewijik met gerust gemoed terug naar zijn graafschap Nevers en stelt hij de Franse ridder Aspremont aan tot zijn stadhouder. Dit was een serieuze vergissing want nauwelijks is Lodewijk naar Frankrijk vertrokken of Aspremont zet zijn ontvangers aan het werk, niet alleen om het steeds opnieuw opduikende zoengeld van Athis te innen, maar ook nog om een extra grafelijke belasting in te voeren die Lodewijk in Nevers moet toelaten in zijn Frans graafschap een prinselijk leven te lijden en dat laat zich overigens fel opmerken door het groot aantal bastaardkinderen dat hij verwekt.

Het ongenoegen van de Vlamingen laait weer op. In stad en dorp van het kustgebied groeit het verzet tegen die willekeurige, meestal gewelddadige inningpraktijken van de door Aspremont aangestelde Franse ambtenaren die de geïnde belastingen grotendeels ten eigen voordeel gebruiken. De corruptie is algemeen en wanneer er vanuit Vlaanderen bij Lodewijk verzet tegen deze stand van zaken wordt aangetekend en de graaf doof blijft voor de klachten en niet de minste reactie vanuit Nevers te bespeuren valt, wordt in december 1323 het sein gegeven voor een nieuwe opstand. Het zijn vooral de boeren van het kustgebied die van zich afbijten wegens de laksheid van de graaf.

 

Geweld en revolutie

Wanneer Lodewijks plaatsbekleder, ridder van Aspremont, de nieuwe opstand voelt aankomen wordt hij bang dat hij het slachtoffer zal worden van de volkswoede en zendt hij dan ook vlug een bode naar de graaf opdat die zou overkomen naar Vlaanderen, teneinde door het nemen van de gepaste maatregelen de rust in het land te herstellen.

In 't Brugse Vrije en de kasselrijen van Veurne en St. Winoksbergen wacht de bevolking de overkomst van de graaf niet af en gaan ze over tot geweld. De financierbeheerders worden gevangen genomen, sommigen gedood en hun huizen in brand gestoken. Aspremont kan het geweld niet meer meester en verzet hemel en aarde opdat de graaf zo vlug mogelijk zou terugkomen. Lodewijk begrijpt dat hij iets moet ondernemen en komt op 2 februari 1324 naar Vlaanderen terug, maar hij durft zich niet verder wagen dan Kortrijk dat nog niet in de oproerige situatie is opgegaan.

Beducht voor een rechtstreekse confrontatie met de rebellen richt hij een scheidsrechterlijke commissie op onder het voorzitterschap van Robrecht van Kassel, waaraan twee gedeputeerden van Gent, drie van Brugge en drie van leper deel uitmaken. De besprekingen werpen schijnbaar vruchten af want op 9 april 1324, wanneer de scheidsrechterlijke commissie de opstandelingen voor een groot gedeelte in het gelijk heeft gesteld, verleent de graaf amnestie aan de Bruggelingen voor de schade die zij aan personen en goederen hebben berokkend. Ook de opstandelingen van 't Brugse Vrije krijgen amnestie. Hiermede erkent de graaf impliciet dat de aangevallen ambtenaren en ontvangers zich schuldig hebben gemaakt aan enorme misbruiken.

Schijnbaar hebben de opstandelingen door deze grafelijke uitspraak gelijk gekregen, maar in plaats dat ze nu rustig blijven, zoals de graaf waarschijnlijk had verwacht, blijven ze bij hun overtuiging dat ze moeten doorgaan met het uitroeien van nog andere vormen van uitbuiting en corruptie, want het verdrag van Athis dat aan de Franse koning nog heel wat mogelijkheden biedt, kunnen ze niet zomaar vergeten. Hun overwinning op de graaf heeft hen bewust gemaakt van hun eigenwaarde en van hun potentiële mogelijkheden. Was hun optreden, vóór de graaf hen amnestie verleende, een regelrechte aanval tegen het machtsmisbruik, voortaan willen ze hun krachten meten met de koning van Frankrijk, zolang hij het vedrag van Athis in stand houdt.

Daarbij rekenen ze op het grafelijk gezag in hun strijd tegen wat ze aanvoelen als een Franse onderdrukking en hiermee neemt het verzet de allures aan van een revolutie die ze tot het uiterste willen doordrijven en waarvoor ze ook hun leven willen riskeren. Alles wordt in gereedheid gebracht voor de grote strijd, want daar zal het uiteindelijk op uitdraaien: de bezetter verjagen en zijn medewerkers, hier hoofdzakelijk de adel, doden en hun bezittingen aanslaan of vernietigen.

De revolutie broeit in het graafschap, van aan de kust tot aan de Schelde en Lodewijk schijnt het aan te voelen want hij verlaat in juli 1324 Vlaanderen voor Nevers nadat hij aan Aspremont opdracht heeft gegeven de belastingschroef dichter aan te draaien, want de Franse koning die schijnbaar altijd in geldnood zit, dringt steeds met groter wordende aandrang aan om de boetes van Athis met de grootst mogelijke spoed te innen.

Maar daar zal niet veel van in huis komen, want als Vlaanderen verneemt dat zijn graaf in deze moeilijke tijd niets beter heeft gevonden dan zijn vaderland te verlaten, breekt de oproer in alle hevigheid los. Kort na het vertrek van Lodewijk verlaat ook Aspremont, bevreesd voor zijn leven, het land om zijn beklag te gaan doen bij de Franse koning.

De oproer leidt tot het ontstaan van indrukwekkende benden gewapende opstandelingen die heel het land doorkruisen op zoek naar de belastingontvangers en andere financierbeheerders die de bevolking jaren lang hebben getergd met ondraaglijke lasten en belastingen voor eigen beurs. Wie niet tijdig kan ontkomen wordt zonder enig medelijden gedood, het huis geplunderd en, zoals naar gewoonten wanneer ze zijn leeggeplunderd, in brand gestoken.

In geweld en revoluties zijn er altijd twee partijen en zo zien we dat de aangevallen adel door het geweld wakker geschud en over zijn eerste emoties heen, zich hergroepeert en een tegenaanval onderneemt waarbij ze al even wreedaardig tekeergaan als de opstandelingen. Maar uiteindelijk behalen de boerenbendes de bovenhand met een tegenreactie die geen genade kent. Al wie enig gezag uitoefende en daarvan in de ogen van de boeren misbruik maakte, wordt meedogenloos om het leven gebracht. De heren van Haveskerke, Moerkerke en Halewijn en nog vele anderen die in de belastinginningen de Franse koning hebben gevolgd om zijn belangen in Vlaanderen te dienen, worden de keel overgesneden.

 

Nicolaas Zanniken

De toestand wordt kritiek voor Lodewijk. Tal van kasteelheren die uitrukten om vergeldingsacties te ondernemen komen niet meer terug omdat ze sneuvelden of gewoon werden afgemaakt. Lodewijk geraakt in paniek en zendt op 21 januari 1325 een spoedbrief naar Robrecht van Kassel om hem aan te manen met alle mogelijke middelen een einde te stellen aan de oproer door o.a. de huizen van de opstandelingen in brand te steken en de rebellen die hij kan vatten te doden. In de spoedbrief geeft hij Robrecht speciaal opdracht Nicolaas Zannekin gevangen te nemen.

Het is namelijk Lodewijk ter ore gekomen dat Zannekin optrad als opperhoofdman en coördinator van het oproer en aan de basis lag van het feit dat Brugge de oproerbeweging gunstig gezind was en zelfs openlijk steunde. Zanniken was geen gewone boer maar een vishandelaar die, naar de begrippen van die tijd, een vrij welgesteld man was. Reeds bij de eerste fase van de opstand was hij hoofdman van de kasselrij Veurne geweest.

Het was niet ten onrechte dat Lodewijk in hem de leider van de opstand zag want vanuit Brugge, dat tot dan toe clandestien het oproer had gesteund, door het leveren van manschappen, wapens, voorraden en geldmiddelen, had Zannekin de opstand over geheel Vlaanderen door de verspreide haarden van verzet onder één banier verenigd.

In februari 1325 gaat de actie van start. Het eerst valt Gistel, een door Lodewijk versterkte gemeente bij Oostende. Na hardnekkige gevechten worden de versterkingen ingenomen en worden een groot aantal voorname personen die de kant van Lodewijk hadden gekozen gevangen genomen en overgebracht haar het Steen in Brugge. Na Gistel volgt Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen dat toen nog deel uitmaakte van het graafschap Vlaanderen, en eveneens door Lodewijk speciaal was versterkt omdat daar een aanval werd verwacht vanuit 't Brugse Vrije. Inmiddels is Zannekin beginnen optreden als verbindingsofficier tussen de Brugse milities en het boerenleger.

Vanuit Gent moet Lodewijk met lede ogen toekijken hoe de burgeroorlog zich ontwikkelt, want zoals de zaken er nu voorstaan kan men nog bezwaarlijk van een opstand der boeren spreken maar is de opstand uitgegroeid tot een echte revolutie. Lodewijk is razend en vertrekt naar Oudenaarde, dat hem aanhankelijk is gebleven, om daar rustig te kunnen nadenken.

Nicolaas ZannekinNicolaas Zannekin
Opstandelingenleider 1323-1328 (Foto Google)

Maar rustig heeft hij schijnbaar niet nagedacht want het enige dat hij kan bedenken is op 13 maart 1325 de vernietiging van alle Brugse privilegies en vrijheden te decreteren. Als enige reactie bereikt hem het nieuws dat Zannekin met de steun van de Bruggelingen zich aan het klaarmaken is om het grafelijk gezag omver te werpen.

Dit begint met eerst Robrecht van Kassel uit te schakelen. Zannekin rukt op naar de kasselrij van Kassel en komt met Robrechts troepen in aanraking nabij Duinkerken. Zonder veel moeite slaat hij Robrechts troepen achteruit tot in Artesië, waar al zijn eigendommen worden in brand gestoken, maar de sluwe Robrecht zelf kan ontkomen en gaat naar zijn neef Lodewijk die zich op dat ogenblik in leper ophoudt.

De toekomst ziet er maar benard uit voor het graafschap wat Lodewijks raadgevers ertoe leidt hem onderhandelingen met de opstandelingen aan te raden. Lodewijk gaat akkoord en in mei 1325 komen vertegenwoordigers van beide partijen bij elkaar om tot een overeenkomst te komen, maar dat lukt niet. Lodewijk vindt niet beter dan aan de onderhandelaars van Zannekin mede te delen dat hij slechts tot een overeenkomst bereid is als de Bruggelingen akkoord gaan al de schade die ze aan het land, door hun opstand, hebben berokkend te betalen. De Bruggelingen weigeren en de onderhandelingen worden afgebroken.

 

Lodewijk in de gevangenis

Nadat de onderhandelingen met de gezanten van Zannekin op 11 juni 1325 zijn afgebroken beseft Lodewijk dat hij een onredelijk voorstel heeft geformuleerd om de vijandelijkheden te stoppen en hij zich aan nieuwe problemen kan verwachten. Bevreesd dat Zannekin hem vanuit Poperinge, waar hij op dat ogenblik verblijft, met zijn leger van opstandelingen zal aanvallen, verlaat hij leper en verhuist op 13 juni naar Kortrijk van waaruit hij denkt een offensief tegen de opstandelingen te kunnen voorbereiden.

Maar zoals te verwachten heeft hij daarvoor geen tijd, want het bericht dat de Bruggelingen bezig zijn naar Kortrijk op te rukken verwekt tussen de grafelijke rangen zulk een paniek dat niemand daar nog weet welke strategie aan te wenden om die naderende opstandelingen tegen te houden. Ingelicht over de getalsterkte van de rebellen besluit Lodewijk zich op Rijsel terug te trekken. Maar een stad als Kortrijk overlaten aan zijn vijanden kan hij niet verkroppen want dat zou overeen komen met een schandelijke capitulatie.

Het enige wat hij kan bedenken om de troepen van Zannekin tegen te houden is de voorgeborchten aan gene zijde van de Leie, gekend als Overleie, in brand te steken en de bruggen over de rivier te vernietigen. Maar het loopt mis. Wanneer het vuur is aangestoken slaat het, aangewakkerd door de hete zomerwind, over naar de stad waar vreselijke schade wordt aangericht. De Kortrijkenaren zijn woedend en voor dat Lodewijk nog de kans krijgt om de stad te verlaten wordt hij gearresteerd en samen met de Franse edellieden die hem vergezellen in de burcht van Kortrijk opgesloten. Wanneer de Bruggelingen triomfantelijk Kortrijk binnen rukken wordt hij aan hen overgeleverd.

Met de gevangenneming van de graaf kreeg de opstand naast een sociale nu ook een politieke dimensie. Met grote ergernis had de koning van Frankijk, Charles IV Ie Bel, de gebeurtenissen in Vlaanderen gevolgd. De arrestatie van de graaf, een leenman van de Franse kroon, betekende voor hem een onduldbare aanslag op het koninklijk prestige. Ook dreigde hier een kans verloren te gaan om, via een gedweeë graaf, Vlaanderen eindelijk onder Franse controle te krijgen. Op 4 november 1325, geeft de koning aan de Franse kerkvorsten opdracht om het interdict over de opstandige Vlaamse steden en gewesten te werpen en wordt het aan de Vlamingen verboden om nog handel te drijven met Frankrijk.

uitlevering Lodewijk van NeversDe Kortrijkenaren leveren graaf Lodewijk van Nevers uit aan de Bruggelingen
(naar een gravure van G.H. Moke)

Het interdict en het stopzetten van de handelsbedrijvigheid met Frankrijk missen hun uitwerking niet, vooral het verbod om nog handel te drijven met Frankrijk komt hard aan. De gematigde vleugel van de Brugse opstandelingen, is niet gerust in de toestand en stelt voor de graaf vrij te laten. Na heel wat getwist en palavers krijgt die toch de bovenhand en slaagt erin de harde kern te overtuigen dat het beter zou zijn om een einde te stellen aan de gevangenschap van de graaf.

En dat gebeurt ook. Op 1 december 1325, wordt de graaf, na meer dan vijf maand gevangenschap, in vrijheid gesteld, nadat hij daags daarvoor in de Brugse Sint-Baseliskerk op de relikwie van het Heilig Bloed heeft gezworen geen weerwraak te zullen nemen op de stad Brugge en de andere opstandelingen.

Eenmaal weer op vrije voeten begeeft Lodewijk zich naar Gent en vandaar op 24 december naar Parijs waar hij zijn eed indachtig de koning smeekt niet tussen te komen in het geschil tussen hem en zijn opstandige onderdanen, want Lodewijk is bang dat een actie van de Franse koning kan uitdraaien op oorlog en dat is niet precies wat hij verlangt.

Charles IV is echter vast besloten het gezag van zijn leenman in Vlaanderen desnoods met de wapens te herstellen. In dit verband had hij reeds, eveneens in november, enkele van zijn garnizoenen in het grensgebied van Rijsel en Sint-Omaars gelegerd als voorbereidsel voor een actie tegen het opstandige Vlaanderen.

 

De Vrede van Arques

De opstandelingen die in het zuiden van Vlaanderen opereren, de troepen van Zannekin, zijn evenmin werkeloos gebleven. Ze hebben de ophaalbruggen over de Schelde en de Leie afgebroken om een aanval vanuit Doornik, wat men de kijkpost op Vlaanderen zou kunnen noemen, te verhinderen of toch op zijn minst te vertragen.

Maar in plaats, zoals verwacht, van zijn troepen naar Vlaanderen te sturen, stuurt Charles IV de bisschop van Senlis naar Doornik, waar hij in de kathedraal het interdict over Vlaanderen uit hoofde van majesteitsschennis nog eens bevestigt. In het koninklijke vonnis worden de opstandelingen nog eens aangemaand zich aan de koning te onderwerpen.

Net zoals er zich bij het probleem van de vrijlating van Lodewijk twee partijen vormden bij de opstandelingen, een gematigde en een harde, vinden we hier als reactie op de kanselrede van de bisschop van Senlis hetzelfde fenomeen opduiken. De gematigde vleugel verklaart zich bereid met de koning te gaan onderhandelen, liever dan het land in een uitzichtloze oorlog te storten. De harde kern is niet helemaal akkoord maar laat zich uiteindelijk toch overtuigen dat onderhandelen beter is dan oorlog voeren. Aan de leperse poorter Jan van Belle wordt opdracht gegeven naar Parijs te vertrekken om de Franse koning uit te nodigen voor overleg.

De Franse koning gaat zonder veel problemen in op het voorstel en zendt Lodewijk, samen met enkele koninklijke raadgevers begin februari 1326 naar Sint-Omaars, waar hij het gezelschap krijgt van zijn grootoom Jan van Namen. Aangespoord door zijn raadslieden vraagt de graaf op 18 februari aan de steden en kasselrijen van het Westland om vertegenwoordigers naar Arques (bij Sint-Omaars) te zenden om kennis te nemen van de voorwaarden waaronder  hij met de opstandelingen wil onderhandelen.

In de loop van de eerste week van maart 1326 komen de officiële vertegenwoordigers van de steden en kasselrijen aan te Arques. Heel de delegatie bestaat uit 47 man, allemaal Bruggelingen van de partij der gematigden. Nergens komt de naam van Zannekin voor en waar hij op dat ogenblik verblijft schijnt niemand te weten. De besprekingen duren heel kort want op 24 maart komt reeds een "Verdrag tot Vrede" tot stand. De overeenkomst diende wel nog door de Franse koning bekrachtigd te worden.

Jan van BelleDe leperse poorter Jan van Belle wordt in Parijs ontvangen om de Franse raadgevers
uit te nodigen tot een vredesgesprek met de Vlaamse opstandelingen.
(Naar een gravure van G.H. Moke)

En dat gebeurt op 19 april 1326. De voorgestelde overeenkomst is uitzonderlijk hard, wat blijkt uit de zeven punten die het samenstellen:

1° Afschaffing van alle bondgenootschappen onder de opstandelingen.

2° Een boete van 200.000 Ib. voor leper, Brugge, Kortrijk en 't Brugse Vrije, aan de Franse koning te betalen.

3° Het hernemen van de achterstallige betalingen van de 400.000 pond, zoals bepaald in het verdrag van Athis.

4° De stadsversterkingen van Brugge en leper moeten worden afgebroken.

5° De graaf wordt in zijn macht hersteld.

6° De voor de opstand gevluchte edelen mogen ongehinderd terug komen en moeten hun goederen terug krijgen.

7° In ruil daarvoor zou het interdict worden opgeheven en de handel met Frankrijk hersteld.

Daarbij wordt er ook nog de nadruk opgelegd dat dit voorstel het werk is van de koning en dat hij alleen, en niet de graaf, er zal er over waken dat de bepalingen nageleefd worden. De voorgestelde overeenkomst wordt door de 'vrede-met-Frankrijk-tot-elke-prijs' aanhangers goedgekeurd en ondertekend. En om de naleving ervan onder controle te houden, stuurt de koning eind april ook nog een aantal Franse commissarissen naar Vlaanderen. Lodewijk is schijnbaar niet helemaal gerust in de afloop van dit voorstel want hij zal wachten tot in de maand september om naar Vlaanderen terug te keren.

 

De Slag bij Kassel

De "Vrede" van Arques was in feite niets anders dan een papieren verdrag. In plaats van een vrede die verzoening moest brengen tussen de vorst en zijn onderdanen kregen we het tegenovergestelde effect. Niet verbazingwekkend, want in heel de overeenkomst werd er aan geen enkele eis van de opstandelingen voldaan. Het lag dan ook voor de hand dat de hoofdmannen van de radicale vleugel van de opstandelingen zich bij deze overeenkomst niet zouden neerleggen.

Het gevolg hiervan is dat het tijdperk dat op Arques volgt niet meer of minder is dan een gewapende vrede. Elke partij behoudt zijn stellingen, steeds klaar om bij het minste onraad een uitval te wagen, maar enkele schermutselingen daargelaten, komt het niet tot erge wanordelijkheden. In het besef dat de overeenkomst van Arques zonder effect blijft en ook zonder effect zal blijven zolang de beide partijen van de opstandelingen niet tot een akkoord komen, gaat Lodewijk op 8 februari 1327 naar Brugge om met de opstandelingen te onderhandelen en toch nog tot een definitieve vrede te komen. Maar ook deze poging tot het sluiten van een vrede mislukt. Arques heeft de deur voor een definitieve vrede voor altijd dicht gedaan.

In het gehele Vlaamse kustgebied gaan er meer en meer stemmen op om de oorlog tegen de gevestigde orde te hervatten, waardoor de algemene toestand in Vlaanderen nog erger wordt dan vóór Arques. De grafelijke baljuws die na de ondertekening van de Vrede van Arques naar Vlaanderen waren teruggekeerd worden opnieuw verjaagd, hun goederen verbeurd verklaard en de stadsversterkingen van Brugge, in plaats van te worden afgebroken zoals in punt 4° van de overeenkomst van Arques bepaald, worden versterkt en wanneer de paus, Johannes XXII op 6 april 1327 het interdict over de oproerige gebieden hernieuwt, is het hek van de dam en neemt het oproer nog in heftigheid toe.

Maar dit zal vanuit de Franse zijde een heftige reactie uitlokken die een militaire gestalte krijgt wanneer op 1 januari 1328 Charles IV Ie Bel overlijdt en opgevolgd wordt door Philippe VI de Valois. Tijdens de kroningsplechtigheden in Reims is Lodewijk er in geslaagd de nieuwe koning te overtuigen dat een militaire actie onverwijld noodzakelijk is geworden, wil hij geen gevaar lopen zijn leengoed, het graafschap Vlaanderen, voor de Franse kroon verloren te zien gaan.

Philippe VI de ValoisPhilippe VI de Valois (1293-1350)
Eerst regent en dan koning van Frankrijk tussen 0110111328 en 22/08/1350 (Foto Google)

Samen met Lodewijk en de militaire raadgevers van de Franse koning wordt er een strijdplan uitgestippeld om de opstandelingen met succes aan te vallen. Men zal het niet wagen via de Leiestreek, Kortrijk 1302 indachtig, maar wel via de invalswegen die wijlen Robert d'Artois in 1297 gebruikte om in Buiskamp het Vlaamse leger van Willem van Gulik in de pan te hakken.

In de morgen van 20 augustus slaat Philippe in de omgeving van de Kasselberg zijn kamp op. De Vlamingen, onder leiding van Zannekin, die de hoogte en het erop gelegen stadje Kassel bezet houden bevinden zich hier in een uitstekende positie om de Franse aanvallen met succes te kunnen afslaan, maar de Fransen vallen niet aan. Ongeduldig geworden begaan de Vlamingen nu een fatale fout wanneer ze met Zannekin aan het hoofd, na drie dagen stilte, in de namiddag van 23 augustus, de berg afdalen en het Franse leger aanvallen. Ze breken door de eerste Franse linie en banen zich een weg door de tweede linie, maar dan worden ze in de flank door de Franse ridderscharen aangevallen, omsingeld en tegen de berghelling gedrukt. De verrassingsaanval van de Vlamingen is mislukt. De Vlamingen worden in de pan gehakt, Zannekin sneuvelt en wie de slag overleeft zoekt zijn heil in een ordeloze vlucht. De Vlamingen hebben nu niet alleen de Slag bij Kassel verloren, maar ook ... de Frans-Vlaamse oorlog.

 

De Repressie

Bij de opstandelingen bracht de verpletterende nederlaag bij Kassel verslagenheid, ontreddering en een vreselijke angst teweeg voor de Franse reacties, en die bleven niet uit. Reeds 's anderendaags na de slag, dus op 24 augustus, onderwierp Duinkerke zich aan de koning, wat ook een wraakactie tot gevolge had van de reactionaire elementen die de stad in brand staken en zich overgaven aan moord- en doodslag. Op 26 augustus was het de beurt aan Veurne, Nieuwpoort en Lombardsijde om zich zonder enige tegenstand aan de koning te onderwerpen. Op 27 augustus volgde Poperinge en op 1 september leper, waar de koning persoonlijk met zijn gevolg triomfantelijk de stad binnen trok. Reeds 's anderendaags kwam de macht opnieuw in de handen van de patriciërs, en werden de leiders van de opstand die konden gevat worden aan de koning uitgeleverd die ze onmiddellijk liet opknopen.

Een echt schrikbewind overspoelde het land. In iedere stad en kasselrij werd een kommissie opgericht die tot taak had de activiteiten van de opstandelingen in de voorbije jaren te onderzoeken en de schuldigen aan te duiden. Pittig hierbij valt te vermelden dat Robrecht van Kassel, de oom van Lodewijk de Nevers, ook van de Franse koning de leiding kreeg over een commissie, met name die van de kasselrij van Sint-Winoksbergen. Robrecht liet de hoofdmannen en de andere vooraanstaande opstandelingen aanhouden en overleveren aan de Franse koning die ze zonder verwijl liet opknopen. Niet bepaald een moedig gedrag van de oom van de Graaf van Vlaanderen.

De goederen van de opstandelingen uit het Westland die bij Kassel met Zannekin gestreden hadden en de slag hadden overleefd, werden ten voordele van de Franse koning verbeurd verklaard. Een nog erger lot trof de stad Brugge. Vermits Brugge de leiding van het verzet tegen de Franse inval op zich had genomen, achtte Philippe de Valois zich ook gerechtigd om een actieve rol in de repressie tegen de stad te spelen. Op 20 december 1328 beveelt hij dat al de bepalingen van de vrede van Arques moeten nagekomen worden, dat de stadsversterkingen tegen Pasen 1329 zullen gesloopt worden, de ambachtslieden geen wapens meer mogen hebben en deze die in hun bezit zijn tegen Kerstdag moeten ingeleverd worden, dat de stad voortaan geen accijnzen meer mag heffen zonder zijn toestemming en al de textielambachten onder toezicht van een door de koning aangeduide patriciër komt te staan, in plaats van hun dekens.

Ondertussen was Willem de Deken, die het voornaamste verzet van Brugge tegen de koning had geleid, ook in Franse gevangenschap geraakt toen hij in Calais werd gevat waar hij klaar stond om naar Engeland te vluchten om de hulp van de Engelse koning in te roepen. Hij werd naar Parijs gevoerd, voor het gerecht van het Parlement gebracht en wegens hoogverraad op 23 december 1328 ter dood veroordeeld. De uitvoering van het vonnis gebeurde op 24 december. De Deken werd eerst aan de schandpaal aan het volk voorgesteld, vervolgens de handen afgehakt, door de straten van Parijs gesleept en dan opgehangen. Willem de Deken was de enige opstandeling die te Parijs gevonnist werd. Zannekin, de echte leider van de opstand, was dood en iemand moest zijn plaats als verantwoordelijke voor de opstand innemen. Het lot viel op Willem en hiermee was volgens het koninklijk recht gerechtigheid geschied.

Maar hiermee was de repressie niet afgelopen. Ook de financiële strafmaatregelen tegen de opstandige steden en kasselrijen waren ondraaglijk hard. Alle betalingen ten gevolge van vroegere vredesverdragen (Athis 1305, Parijs 1309, Pontoise 1312, Arques 1326) die tot dan toe onregelmatig of niet waren uitgevoerd werden nu aangevuld met nieuwe boetes waardoor de schuldenlast nog aanzienlijk werd verzwaard. Brugge moest onmiddellijk 100.000 pond betalen. 't Brugse Vrije 40.000 pond en leper 24.000 pond. Dit was volgens Lodewijk schijnbaar niet voldoende want die voegde er nog, ten laste van de opstandige steden, een grafelijke jaarrente aan toe, die de "nieuwe rente" werd genoemd om ze te onderscheiden van de vroegere grafelijke rente die sinds 1312 van kracht was en bleef.

Naast deze financiële repressie volgde er ook nog een juridische en administratieve bestraffing. De keuren en de privileges van de oproerige steden en kasselrijen werden door de graaf verbeurd verklaard. Zo kwam de keuze en de aanstelling van de schepenen weer volledig in handen van de graaf, die nu ook de ambtstermijn van de schepenen na hun ambtsjaar mocht verlengen. Dit betekende dat de ambtenaren die de voorkeur van de graaf genoten voor het leven konden worden benoemd, wat volgens de verbeurd verklaarde keuren onmogelijk was geweest. Daarnaast zouden ook voortaan de stadsrekeningen aan een grafelijke controle worden onderworpen, wat er op neer kwam dat de graaf praktisch volledig kon bepalen op welke wijze de stadsinkomsten konden worden besteed, m.a.w. op welk gedeelte daarvan hij aanspraak kon maken.

 

De laatste jaren van Lodewijk Il van Nevers

Nooit tevoren had het grafelijk gezag in Vlaanderen dermate financiële en juridische middelen bezeten om een autoritair en centraliserend beleid te voeren, maar daardoor ging Vlaanderen ook gebukt onder een verlammende belastingdruk die maar zal afzwakken in 1336, wanneer Philippe VI de Valois op uitdrukkelijk verzoek van Lodewijk voorgoed afstand zal doen van al de schulden ten overstaan van de Franse kroon, die zich sinds de catastrofe van Kassel hadden opgehoopt. Dit was een vernuftige zet van Philippe want door deze geste was Lodewijk verplicht zich aan de zijde van de Franse koning te scharen bij het begin van de Honderdjarige Oorlog.

Die kwijtschelding van dit enorme pak schulden was voor de Vlaamse neringen en gilden goed nieuws, maar het feit dat de graaf zich aan de zijde van de Franse koning had geschaard in de oorlog tegen Engeland bracht nieuwe problemen mee. Om zijn verbond met de Franse koning te bevestigen liet hij alle Engelse kooplieden die in Vlaanderen op zakenbezoek waren arresteren en gevangen zetten. Represailles bleven niet uit want zodra dit nieuws Engeland bereikte werd de uitvoer van wol naar Vlaanderen op 12 augustus 1336 stopgezet. Dit was voor het Vlaamse textielproletariaat een nieuwe kaakslag wat ertoe leidde dat de Vlaamse gemeenten onder leiding van de Gentse handelaar Jacob van Artevelde een uitgesproken Engelsgezinde houding gingen aannemen. Toen Artevelde ook nog de Engelse koning Edward III die sedert 1337 in de Honderdjarige oorlog met Frankrijk was verwikkeld, in september 1340 als koning van Frankrijk uitriep, had dit voor gevolg dat de toestand in Vlaanderen voor Lodewijk onhoudbaar werd. Het enige wat hij, zoals gewoonlijk, kon bedenken was de vlucht te nemen naar Frankrijk. Einde 1340 verliet hij dan ook zijn graafschap en hij zal er nooit meer terugkeren.

Als we terugkijken op zijn bewind dat toch 24 jaar heeft geduurd, zien we dat hij altijd een vreemde is geweest voor zijn volk en nooit zijn verzuchtingen heeft begrepen. Zijn raadsheren waren altijd Fransen die alleen maar hun eigen belangen op het oog hadden en hij was daarbij lichtzinnig van karakter en verkwister.

In 1346 vocht hij aan de zijde van de Franse koning tegen de Engelsen te Crécy, aan de Somme, waar hij op 25 augustus sneuvelde. Hij liet uit zijn huwelijk een zoon achter die de geschiedenis zal ingaan als Lodewijk van Male, de laatste graaf van Vlaanderen.

 

Lodewijk Van Male - De laatste graaf van Vlaanderen

Lodewijk van MaleLodewijk van Male, 25e en laatste graaf van Vlaanderen ( 1346-1384)
(Kon. Bibliotheek, Brussel)

Lodewijk van Male werd geboren te Brugge op 29 november 1330. Nadat zijn vader sneuvelde in de slag bij Crécy, verbleef hij tot in november 1346 op het hertogelijk kasteel van Tervuren. In 1347 trad hij in het huwelijk met Margaretha, dochter van Jan III, hertog van Brabant en Limburg, die hem in 1349 een dochter schonk en zoals haar moeder Margaretha werd gedoopt. In 1369 huwde hij haar uit aan Filips de Stoute, hertog van Bourgogne en jongere broer van de toekomstige Franse koning Charles V, bijgenaamd le Sage. De belangrijkste rol in zijn politiek en rechtspraak was zijn oprichting van de Audiëntie, dat uitgroeide tot het hof van beroep voor heel Vlaanderen.

Hij overleed te Sint-Omaars op 30 januari 1384. Daar hij geen zonen naliet was het zijn dochter Margaretha die hierdoor de erfdochter werd van Vlaanderen. Zij zal met haar echtgenoot Filips de Stoute de basis leggen voor de politiek van Bourgogne, waarbij Vlaanderen als zelfstandige staat zal verdwijnen en tot op heden niet meer zal opstaan.


bibliografie:
1. SABBE, Jacques. "Vlaanderen in opstand 1323-1328", Uitg. Marc van de Wiele, Brugge 1992.
2. VAN BELLE, Juliaan. "Een andere Leeuw van Vlaanderen", Uitg. Flandria Nostra, Torhout 1985.
3. LEGLAY, Edward. "Histoire des comtes de Flandre", Librairie de A. Vandale, Brussel 1843.

Inhoudstafel

 
 
Over Herman Boel

Herman Boel is voltijds zelfstandig vertaler en auteur van twee skeptische boeken.

Lees meer »
Disclaimer
  • Aansprakelijkheid voor gebruik van de inhoud van de website.

Lees meer »
Browsercompatibiliteit

Deze webstek werkt prima in moderne browsers als Google Chrome, Firefox en Opera en mogelijk ook min of meer goed in Internet Explorer en Safari.

Contact

U kan me contacteren via het het invulformulier.

Online contactformulier »