De geschiedenis van Vlaanderen - Hoofdstuk 35
Robrecht van Bethune (2)
Geschreven door: Charles
Vanderhaegen -
in lichte mate bewerkt door Herman Boel
Gepubliceerd met vriendelijke toestemming van Charles
Vanderhaegen.
Vlaanderen na Pontoise
Het verdrag van Pontoise dat op 11 juli 1312 door Robrecht van Bethune van zijn grafelijke zegel werd voorzien en waarbij hij afstand deed van Waals-Vlaanderen voor een persoonlijke jaarlijkse rente van 10.000 pond, kunnen we zeker betitelen als een der schandelijkste internationale verdragen die Vlaanderen ooit voor goedkeuring heeft ondertekend. Wel moet hierbij worden vermeld dat Robrecht wel grotendeels onder druk heeft gehandeld doordat zijn zoon Lodewijk en diens kinderen door Filip, de koning van Frankrijk, gevangen werden gehouden en Robrecht zal hebben gedacht dat door zijn ondertekening van het verdrag zijn zoon met zijn kinderen hun vrijheid zouden terugkrijgen.
Dat kregen ze echter niet, maar Lodewijk was een heel stoutmoedig man en zou wel zelf voor zijn vrijheid instaan. Gebruik makend van een verslapte bewaking op Driekoningendag van 1313, wist hij ongehinderd te ontsnappen en verder onbelemmerd Gent te bereiken. Wanneer Filip dit verneemt is hij woedend en stuurt hij een boodschapper naar Brugge om de Bruggelingen aan te manen Lodewijk, de "vijand van de vrede" zoals Filip hem noemt, gevangen te nemen en hem aan de Franse troepen uit te leveren. Doen ze dat niet dan zullen ook zij, de Bruggelingen, als vijanden van de vrede worden beschouwd.
Maar dat haalt niet veel uit. Lodewijk die heel doordacht en beseft dat Filip hem op alle mogelijke manieren zal trachten weer in zijn macht te krijgen, vestigt zich op de rechteroever van de Schelde, het grondgebied dat toebehoort aan het Roomse Rijk, waar de Franse soldaten, die Filip op hem heeft afgestuurd om hem te arresteren, niet mogen opereren.
Vanuit zijn schuilplaats, verspreidt Lodewijk nu het gerucht dat zijn vader, Robrecht dus, schuld had aan zijn gevangenneming door Filips soldaten, door hem bij de koning in een slecht daglicht te hebben geplaatst. Het is niet duidelijk waarop Lodewijk zich heeft gebaseerd om dit te verklaren, want Filip denkt precies het tegenovergestelde te weten, namelijk dat Robrecht de ontsnapping van zijn zoon heeft georganiseerd. Op basis hiervan wordt hij zelfs voor het Hof van de Pairs gedagvaard, maar hij kan zijn onschuld bewijzen en wordt vrijgesproken.
Lodewijk I van Nevers (1273-1322)
Zoon van Robrecht van Bethune en vader van Lodewijk II van Nevers
Filip wacht nog zes weken vruchteloos op de arrestatie van Lodewijk, maar dan heeft hij er genoeg van en laat hij door het Parlement Lodewijk vervallen verklaren van al zijn rechten op de graafschappen Nevers en Rethel, een erfenis van zijn moeder, en van al zijn erfenisrechten op het graafschap Vlaanderen.
Maar Lodewijk is niet bepaald onder de indruk en laat op Paaszondag 1313 van op de kansel van de Predikherenkerk te Gent, een verklaring aflezen die bijzonderlijk tot de aanwezige edelen is gericht. In die verklaring klaagt hij de aanslagen aan die door Filip tegen zijn vrijheid en die van zijn kinderen werd bevolen en die alleen de bedoeling hadden het geslacht en de dynastie van de graven van Vlaanderen te vernietigen met het doel het graafschap aan de kroon van de Franse koningen toe te voegen. Wat zijn verbeurdverklaring van zijn rechten op het Vlaamse graafschap betreft, die druist in, zo besluit hij, tegen de Goddelijke Macht, tegen de rede, tegen de natuur en tegen de goede zeden.
De conferentie van Atrecht (20/07/1313)
Zoals te verwachten was, viel deze verklaring, wanneer ze ter kennis van Filip werd gebracht, niet bepaald in goede aarde. Volgens de Franse koning getuigde ze alleen maar van de oorlogszucht van Lodewijk. Dit kon niet door Filip worden geduld, alleen wapens konden aan deze onduldbare Vlaamse arrogantie een einde stellen. Een nieuwe oorlog viel dus te verwachten.
Dit verontrustte tot op zekere hoogte paus Clemens V die al acht jaar bezig was met te trachten de Franse koning te overtuigen om de negende kruistocht te organiseren in plaats van zich bezig te houden met dat weerbarstig Vlaanderen. Dit leidde hem ertoe zijn gezanten zowel naar Frankrijk als naar Vlaanderen te sturen om beide partijen tot verzoening te overhalen vóór het oorlogsgeweld nog eens zou zegevieren.
Beide partijen gingen akkoord en er werd een conferentie belegd in Atrecht, voorzien voor 20 juli 1313, waaraan alle topfiguren zouden deelnemen. Van Vlaamse zijde Robrecht van Bethune, zijn zoon Robrecht van Kassel, zijn broer Jan, markgraaf van Namen, tal van edelen, evenals de procureurs van de belangrijkste steden. Aan Franse zijde Filip Ie Bel en de kardinaal Nicolas de Fréauville, de fervente kruistochtprediker, zijn neef Enguerrand de Marigny die twee jaar later, beschuldigd van steekpenningen zal worden terechtgesteld en ten slotte de belangrijkste ministers.
Robrecht van Bethune schijnt veel van deze conferentie te hebben verwacht en heeft zeker gehoopt het tot een open gesprek met Filip te brengen, maar dat mislukte. De Franse koning liet zich niet zien en liet een van zijn raadslieden aan Robrecht mededelen dat hij, om de koning persoonlijk te kunnen spreken, een audiëntie moest aanvragen. Volgens Filips raadgever ging het hier namelijk niet om een conflict tussen gelijken, maar om een proces tussen een oordelende koning en een veroordeelde vazal.
Hiermee is het voor Robrecht duidelijk dat Filip niets van een verzoening wil weten, maar alleen zijn eigen belangen op het oog heeft. Robrecht moet bang zijn geweest dat de conferentie voor hem slecht zou aflopen en stelde, om de vrede te bewaren, aan de Franse koning voor zijn zoon Robrecht van Kassel als gijzelaar te nemen om te beletten dat zijn andere zoon, Lodewijk van Nevers, van op de rechteroever van de Schelde zou doorgaan met de gemeenten op te ruien tegen de koning.
Enguerrand de Marigny (1260-1315)
Minister, kamerheer en schatbewaarder van Filip IV Ie Bel, koning van
Frankrijk. (Foto Yahoo!)
Waardig voor een prins, om zijn eigen zoon als gijzelaar aan te bieden aan zijn grootste vijand, kan men dit voorstel zeker niet noemen, met het resultaat dat Robrecht van Kassel verontwaardigd weigerde de rol van gijzelaar te spelen en Lodewijk gewoon doorging de gemeenten te benaderen om hun steun te verkrijgen voor zijn anti-Franse politiek.
Dit stelde de Vlaamse graaf voor een dilemma: moest hij op zijn voorstel aan de Franse koning terugkomen door zijn zoon Robrecht van Kassel in zijn weigering om als gijzelaar op te treden goed te keuren en daarbij ook nog samenspannen met zijn zoon en opvolger Lodewijk I van Nevers, of moest hij om de vrede met Filip te verzekeren bij zijn standpunt blijven en aldus als vader zijn zonen beschamen?
Dit laatste zal niet gebeuren. Robrecht zal de zijde kiezen van zijn zoons en in het bijzonder de zijde van zijn erfopvolger Lodewijk. Schijnbaar heeft de tijd raad gebracht, want gedurende het jaar dat op de mislukte conferentie volgt blijft het op het Vlaams-Franse diplomatieke front redelijk rustig. Dit komt doordat Filip in Frankrijk met andere problemen te kampen krijgt, dat zijn het proces tegen de Tempeliers en het schandaal van de Tour de Nesle.
Het proces van de Tempeliers
Strikt genomen maken de Tempeliers en het schandaal van de Tour de Nesle geen deel uit van Vlaanderens verleden, maar de processen die Filip Ie Bel in verband hiermede heeft gevoerd en in het bijzonder de tijd die daarvoor in beslag werd genomen heeft wel een effect gehad op de Vlaamse politiek, want het heeft de Vlaamse graaf een jaar tijd gegeven om zijn houding tegenover Filip le Bel precies en zelfbewust te bepalen.
Waarom Filip Ie Bel de voorkeur gaf een proces te voeren tegen de Tempeliers in plaats van zich verder bezig te houden met Vlaanderen was zuiver een financiële kwestie. Filip had veel geld nodig om zijn troepen machtig te houden en bij de Tempeliers was dat geld te vinden. De Orde van de Tempeliers was de eerste ridderlijke orde. Ze werd in 1119 opgericht in Jeruzalem om de pelgrims in het Heilige Land te beschermen. In 1187 werd ze door Saladin, de sultan van Egypte en Syrië, verjaagd en moest ze de wijk nemen naar Cyprus en iets later, opnieuw verjaagd, vestigde ze zich in Frankrijk en bracht haar uitgestrekte bezittingen mee.
Filip slaagde er nu in de Orde, op beschuldiging van ketterij, voor de kerkelijke rechtbank de dagen, maar deze weigerde zich over een dergelijke beschuldiging uit te spreken en speelde het proces terug naar Filip Toen werd paus Bonifacius VIII door Guillaume de Nogaret gevangen genomen en zo toegetakeld dat hij een maand later, op 11 oktober 1303, overleed. Hij werd opgevolgd door Benedictus XI, die ook kort daarop, op 7 juli 1304, plotseling stierf, waarschijnlijk vergiftigd door Guillaume de Nogaret. Na een moeilijke conclaaf werd hij op 5 juni 1305 door Clemens V, die op goede voet stond met Filip, opgevolgd.
Hiermee nam de pauselijke weigering de Tempeliers als ketters te veroordelen een einde en kon het proces doorgaan. Zoals te verwachten werden de Tempeliers gevangen genomen en ter dood veroordeeld, 36 vonden de dood in de folterkamers, 44 werden levend verbrand en al hun bezittingen onteigend ten voordele van de koninklijke schatkist.
De terechtstelling van Jacques de Molay, de grootmeester van de Orde, zette Parijs op stelten omdat hij van op de brandstapel, zich richtende tot zijn rechters, waaronder Filip Ie Bel, zou hebben uitgeroepen: Vervloekt zult gij zijn tot in het dertiende geslacht. De dertien koningen die Fillip hebben opgevolgd worden dan ook soms les Rois maudits (de vervloekte koningen) genoemd.
Het schandaal van de Tour de Nesle
De terechtstelling van Jacques de Molay had plaats gehad op 18 maart 1314 en bezorgde aan Frankrijk een beroerde bloedige lente. Maar het proces van de Tempeliers was niet het einde van die bloedige lente, want de kroonraad had zich namelijk ook nog over andere mensenlevens uit te spreken.
Er was in de koninklijke familie op een of andere manier een schandaal van overspel uitgelekt. De drie schoondochters van Filip Ie Bel hielden er in het geheim minnaars op na. Op zichzelf was dat niet zo uitzonderlijk, wat wel uitzonderlijk was dat de drie belles er gezamenlijk twee minnaars op na hielden, een soort van vijfhoeksverhouding dus.
De drie heldinnen van het drama waren: Marguerite de Bourgogne, echtgenote van de latere koning Louis X, bijgenaamd le Hutin, Jeanne de Bourgogne, echtgenote van de latere Philippe V, bijgenaamd le Long, en haar zuster Blanche, echtgenote van de latere Charles IV, bijgenaamd le Bel. De mannelijke leden van het kwintet waren de gebroeders Gautier en Philippe d'Aunay, schildknapen in dienst van de voornoemde Louis X en Philippe V.
Het schandaal van de Tour de Nesle, een van de torens van de omwalling van Parijs waar de koninklijke rendez-vous hadden plaats gehad, verwekte nog een grotere beroering in Frankrijk dan de terechtstelling van de Tempeliers, vooral de terechtstelling van de schildknapen. Ze werden eerst geradbraakt, dan gevild, hun geslachtsdeel afgesneden en vervolgens onthoofd.
De overspelige prinsessen werden kaalgeschoren ten teken van hun ontrouw en in afwachting van hun berechting verplicht de gruwelijke terechtstelling van hun minnaars te aanschouwen. Marguerite, toen 22 jaar werd kort daarop in de gevangenis gewurgd. Jeanne kwam er het beste vanaf want ze zal in 1315 in vrijheid worden gesteld, nog koningin van Frankrijk worden en moeder worden van Margereta, gravin van Vlaanderen door haar huwelijk met Lodewijk II van Nevers. Haar zuster Blanche, toen 18 jaar, zal tot in 1322, toen haar huwelijk geannuleerd werd, in de gevangenis opgesloten blijven tot ze zich als non terugtrok in de abdij van Maubuisson.
Het drama van de Tour de Nesle werd afgesloten in juni 1314, dus bijna een jaar na de mislukte conferentie van Atrecht. Na een jaar rust zal het Frans-Vlaamse geschil van nu af, in volle hevigheid, heropend worden.
Bijna opnieuw oorlog
Het jaar rust dat de Vlaamse graaf tijd heeft ge¬geven om na te denken heeft voor gevolg gehad dat hij zich resoluut aan de zijde van zijn zoon, Lodewijk van Nevers heeft geplaatst.
Op 26 juni, wanneer hij kennis neemt van het proces van de Tempeliers en van de overspelige prinsessen, publiceert hij een plechtig manifest waarin hij de koning van Frankrijk beschuldigd van bedrog, van woordbreuk en rechtsverkrachting. Enkele dagen later sluiten Robrecht, zijn zoon Lodewijk en de steden Brugge en Gent een verbond om de vijandelijkheden met Frankrijk te hervatten en dat begint ook meteen.
De Fransen die zich na het verdrag van Pontoise nog in Kortrijk ophouden worden verjaagd en Doornik en Rijsel worden belegerd. Zoals te verwachten laat de uitdaging van de Vlaamse graaf de Franse koning niet onbeantwoord. Wel zit hij met het probleem dat hij geen beroep meer kan doen op de paus, zoals dat gebeurde met de conferentie van Atrecht, omdat die inmiddels, op 20 april 1314, is overleden en er nog steeds geen nieuwe paus is aangesteld doordat de Italiaanse kardinalen zich heftig verzetten tegen een voortzetting van Avignon.
Maar het overleden kerkhoofd heeft wel een erfenis nagelaten die Filip tegen de Vlamingen kan uitspelen: een kerkelijke veroordeling die de koning van hem nog had weten af te dwingen onder het voorwendsel dat de Vlamingen het verdrag van Athis-sur-Orge hadden geschonden. Zonder dralen stuurt Filip nu drie prelaten naar het frontgebied om er het interdict over Vlaanderen te proclameren. Maar Robrecht trekt er zich niet veel van aan en doet net alsof er niets gebeurd is.
Filip kan dit niet ongestraft laten gebeuren en hij dagvaardt Robrecht op 11 augustus om binnen de dertig dagen voor het parlement van Parijs te verschijnen op straffe van excommunicatie van hem en al zijn onderhorigen en op straffe van dood zonder vorm van proces voor al degenen die rechtstreeks onder de grafelijke rechtspraak vallen.
Maar Robrecht, in plaats van zich persoonlijk aan te bieden, stuurt alleen maar een ambassade naar Parijs maar, zoals naar gewoonte, weigert Filip die te ontvangen en laat door het parlement een vonnis uitspreken: de grafelijke territoriale bezittingen worden verbeurd verklaard en de grafelijke onderdanen in de ban van de Kerk geslagen.
Louis X le Hutin (1289-1316)
Oudste zoon van Filip Le Bel en koning van Frankrijk tussen 29/11/1314
en 05/0611316 (Foto Google)
De collectieve excommunicatie beschouwen de graaf en de Vlaamse gemeenten als een oorlogsverklaring en reageren door Vlaamse milities te laten oprukken naar Frans-Vlaanderen en Rijsel te bezetten. Maar de Franse reactie blijft niet uit. Vier Franse legers, waaronder drie die worden aangevoerd door de drie zonen van Filip le Bel, rukken op naar de Vlaamse grenzen. Het eerste wordt aangevoerd door Louis, koning van Navarra, de latere Louis X, bijgenaamd Ie Hutin. Het tweede staat onder leiding van de latere Philippe V, bijgenaamd le Long en het derde staat onder bevel van Charles de Valois, die Philippe V zal opvolgen als Charles IV Ie Bel.
Niettegenstaande beide legers naar elkaar oprukken komt het niet tot een veldslag, maar blijft het bij enkele schermutselingen. Schijnbaar wil Filip niet dat het geschil met Vlaanderen uitgroeit tot een volle oorlog. Hij stuurt dan ook Enguerrand de Marigny naar het Franse front om een gesprek aan te gaan met Louis de Nevers, die de Vlaamse milities aanvoert.
Beide partijen ontmoeten elkaar in Orchies bij Marquette, waar op 3 september 1314 een wapenstilstand wordt getekend die op 10 september door Filip wordt geratificeerd. Van nu af wordt het weer een tijdje rustig op het Frans-Vlaamse front.
De dood van Filip Le Bel
Schijnbaar is Filip gelukkig met de wapenstilstand van Orchies, want hij roept zijn troepen terug en wijdt nu het grootste gedeelte van zijn tijd aan het zoeken naar nieuwe financiële bronnen om zijn onbegrensde zucht naar geld te stillen.
Wel vindt hij tijd voor wat verstrooiing want op 4 november 1314 gaat hij met enkele leden van zijn entourage op hertenjacht in het woud van Pont-Sainte-Maxence in de vallei van de Oise. Alles gaat goed tot hij bij de achtervolging van een opgejaagd hert een duizeling krijgt en scheef op zijn zadel zakt. Maar zijn paard loopt verder en enkele minuten later vinden zijn gezellen hem roerloos uitgestrekt in de sneeuw naast zijn paard liggend. Waarschijnlijk werd hij het slachtoffer van een beroerte. Zijn ogen zijn wazig maar hij leeft nog.
Op een baar van takken wordt hij naar het kasteel van Clermont gebracht waar hij terug tot bewustzijn komt. Zijn spraak is wel gestoord maar hij kan zich toch verstaanbaar maken wanneer hij vraagt naar Fontainebleau, waar hij geboren werd, te worden overgebracht. Hij overlijdt daar op 29 november 1314 op de leeftijd van zesenveertig jaar. Schijnbaar is de vervloeking van de Grootmeester van de Tempeliers, Jacques de Molay in vervulling gegaan want binnen de 14 jaar die op de dood van Filip volgen zullen ook zijn drie zonen, die elk op hun beurt tot koning zullen worden gekroond, op jeugdige leeftijd overlijden.
Filip regeerde bijna dertig jaar als absolute vorst over Frankrijk. Aan geheel Europa wilde hij zijn wil opleggen. Hij bedwong de trotse vechtlust van zijn opstandige feodalen, legde het pausdom aan banden en maakte van Frankrijk de machtigste natie van Europa, maar de smadelijke nederlaag van Kortrijk 1302 wierp een donkere schaduw op zijn beleid, een schaduw die hij nooit heeft kunnen uitwissen.
Muntvervalsingen en steeds hogere belastingen, arrestaties en terechtstellingen zonder enige vorm van proces, waren schering en inslag onder zijn beheer. Ontevredenheid smoorde hij in het bloed en opstandigheid bedwong hij op de galg.
En toch was hij maar een eenzaam man. Als koning der christenheid, zoals hij zich noemde, de Rex Christianissimus, is hij er nooit in geslaagd de grenzen van zijn rijk te overschrijden. In plaats van een wereldheerser te worden, zoals hij droomde, heeft hij op eigen bodem het terrein voor de Honderdjarige oorlog voorbereid.
Louis X le Hutin, de nieuwe Franse koning
Door de dood van Filip Le Bel wordt de vrede tussen Frankrijk en Vlaanderen voor een tijdje hersteld. Louis X Ie Hutin, die als oudste zoon van Filip Le Bel deze als koning van Frankrijk had opgevolgd, had in zijn troonrede verklaard dat hij alles wat er tijdens de regering van zijn vader verkeerd was gelopen, zou rechttrekken en hij deed daar daadwerkelijk heel wat pogingen toe. Weze hierbij gezegd dat de wijze waarop hij dit deed goed leek op de wijze waarop zijn vader het zou hebben gedaan.
Om te beginnen werden alle leden van de ministerraad die volgens hem misbruik hadden gemaakt van het vertrouwen van zijn vader of hem slechte raad hadden verstrekt, gearresteerd en opgesloten of ter dood gebracht naargelang de zwaarte van het misdrijf. De twee belangrijkste juristen en raadsheren, alsmede de grootschatbewaarder werden in de koninklijke kerkers opgesloten en hun bezittingen ten voordele van de koninklijke schatkist, aangeslagen. Zo werd Enguerrand de Marigny beschuldigd van verduistering van staatsgelden en corruptie, ter dood veroordeeld en vond hij zijn einde aan de galg.
De nieuwe Franse koning zoekt ook contact met Lodewijk van Nevers. Dit lukt goed en na een korte onderhandeling komen ze beiden tot een een goede verstandhouding tot zoverre zelfs dat er in Parijs in mei 1315 een geheim akkoord wordt getekend, waarbij de elfjarige Lodewijk van Nevers jr. als erfgenaam van Vlaanderen wordt aangeduid in geval zijn vader Lodewijk de Nevers vóór zijn vader Robrecht van Bethune zou overlijden. Dit betekent dat Robrecht van Kassel, de broer van Lodewijk van Nevers sr., als tweede rechtmatige erfgenaam over het hoofd wordt gezien en zo in feite wordt onterfd.
Wanneer Robrecht van Kassel dit verneemt komt hij in opstand en gaat hij naar Parijs om leenhulde te brengen aan Louis X, in de hoop zo zijn erfrechten terug te krijgen. Maar wanneer hij weigert de inbeslagneming van Waals-Vlaanderen door Frankrijk, overeenkomstig het Verdrag van Athis, te erkennen en dienvolgens de eed af te leggen, klinkt dat voor de Franse koning als een oorlogsverklaring en dreigt hij met militaire actie.
Maar zover zal het niet komen en we krijgen een tijd uitstel, want ondertussen heeft een hongersnood als gevolg van de misoogsten in Midden-Europa Vlaanderen bereikt en krijgt het graafschap te kampen met een ramp van gigantische afmetingen.
De hongersnood van 1315-1317
In de zomer van 1315 heeft het praktisch zonder ophouden geregend. Heel West-Europa werd herschapen in een gigantische modderpoel wat alle militaire acties onmogelijk maakte. De oogsten zijn verzopen en alle landbouw is kapot geregend met het gevolg dat bij het einde van de zomer 1315 de meeste voedselreserves zijn opgegeten en een hongerperiode merkbaar wordt.
Wanneer de winter komt slaat de hongersnood genadeloos toe van de Pyreneeën tot aan de Oeral, van Schotland tot aan Rome. Ook Vlaanderen ontsnapt er niet aan. In Leuven worden dagelijks een twintigtal lijken met karren naar een massagraf buiten de stadsmuren gevoerd. In Antwerpen worden de doden gewoon in de stadsgrachten geworpen. In Brabant gewaagt men van dertig tot veertig doden per dag. In leper worden er in oktober 1316 drieduizend lijken op stadskosten begraven en in Brugge nagenoeg tweeduizend.
De ondervoeding brengt dan ook nog met zich mee dat de pest en allerlei andere epidemieën verschijnen. Door honger gedreven verslinden de mensen gelijk wat hen onder de handen valt, met ziektes en besmettingen tot gevolg. In Antwerpen heerst op grote schaal het hongeroedeem en in Kortrijk heeft men handen te kort om de doden te begraven. Volgens sommige kronieken van die tijd komt er in de jaren 1315-1316 een derde van de Europese bevolking om aan de gevolgen van honger, watersnood en de pest, die de geschiedenis zal ingaan als de "zwarte dood". En die ellende zal nog tot aan Allerheiligen 1317 aanhouden.
De overvloedige regens die heel Europa hebben geteisterd en heel het handels- en vervoercircuit grote vertraging hebben doen oplopen, waardoor slechts met grote vertraging en in onvoldoende mate hulp van buiten de getroffen gebieden kon bereiken en wat hulp kon bieden, hebben dus drie jaar geduurd. Maar na de zomer 1317 verbeteren de weersomstandigheden en beginnen de graanschepen vanuit Spanje en Zuid-Italië de haven van Damme binnen te lopen, maar hier moet wel worden bijgezegd dat het grootste gedeelte van het ingevoerde graan op de zwarte markt terecht kwam.
Zoals te verwachten dreef die woekerhandel de prijs van het graan tot onbetaalbare hoogten. Twaalf tot vierentwintig maal de normale graanprijs was geen uitzondering. Slechts de rijken konden dat betalen zodat de hongersnood nog een tijd doorging en het grootste gedeelte van de doden dan ook bij het gewone volk viel.
Philippe V Le Long (1292-1322)
Tweede zoon van Filip Le Bel en koning van Frankrijk tussen 19/1111318
en 03/01/1322 (Foto Google)
Twee troonswisselingen
Honger en pest woeden volop wanneer Louis X aan borstvliesontsteking op 4 juni 1316 op zevenentwintigjarige leeftijd overlijdt. Zijn vrouw Clemence van Hongarije, die hij een jaar tevoren had gehuwd na de gewelddadige dood van zijn eerste vrouw, was op dat ogenblik zwanger. In afwachting van de geboorte van Clemences kind (19 november 1316) treedt Philippe de Poitiers, bijgenaamd "de Lange", de broer van Louis X, op als regent. Maar wanneer Clemences kind vijf dagen na de geboorte overlijdt, houdt zijn regentschap op en wordt hij op 24 november 1316 als koning van Frankrijk erkend.
Maar niet alleen in Frankrijk heeft er een troonswisseling plaats, ook de pauselijke troon gaat in andere handen over. Johannes XXII, neemt na een sedisvacatie van twee jaar, na de dood van Clemens V, die op 20 april 1314 was overleden, het beleid van de Kerk over. Hij was toen zeventig jaar voorbij en in slechte gezondheid. Dat de kardinalen hem na twee jaar getwist tussen Rome en Avignon verkozen als paus had grotendeels tot doel de Franse koning ter wille te zijn, in afwachting van een definitief akkoord betreffende de netelige vraag: moet de zetel van de Kerk gevestigd zijn te Rome of in Avignon. Het zal langer duren dan gedacht want de zeventigjarige zieke paus zal nog achttien jaar de Kerk regeren.
Vlaamse vredesvoorstellen
Het feit dat de nieuwe paus gekend stond als een voortreffelijke ijveraar voor internationale vrede, gaf de Vlamingen nieuwe hoop om eindelijk aan dit Vlaams-Franse geschil, doorspekt met verdragen die nooit iets hadden opgeleverd, een einde te stellen die alle partijen ten goede zou komen.
Met dit doel voor ogen vertrekt Robrecht van Kassel met de stedelijke gedeputeerden einde 1316 naar Avignon in de hoop er een herziening van het verdrag van Athis te bekomen om langs die weg vrede met Frankrijk te kunnen sluiten. In Avignon wordt de Vlaamse delegatie hartelijk door de paus ontvangen en komt het tot een openhartig gesprek. Nadat zij de paus breedvoerig over de situatie in Vlaanderen en de verhoudingen met Frankrijk hebben ingelicht leggen zij hem hun voorstellen voor een duurzame vrede.
De voorstellen zijn de volgende:
1° Alle verdragen die sinds Athis door Frankrijk aan Vlaanderen werden opgedrongen moeten worden geschrapt.
2° Daarnaast moeten de Fransen de nodige garanties geven voor een duurzame vrede en de Vlamingen zijn bereid in compensatie daarvan zware financiële offers te brengen.
3° De pairs, de raadslieden, de feodalen en de bisschoppen van Frankrijk zullen bijstand aan Vlaanderen zweren indien de koning zijn verplichtingen ten opzichte van Vlaanderen niet nakomt.
4° De Vlamingen moeten in staat worden gesteld de genoemde prominenten op afdoende wijze voor te lichten over de inbreuken, van de koning op de vredesvoorwaarden.
5° De mogelijkheid moet worden open gelaten om de koning te onderwerpen aan het oordeel van de Kerk met inbegrip van excommunicatie en interdict.
6° Evenwel, indien de koning zou afzien van Waals-Vlaanderen, dan kunnen de Vlaamse vredesvoorstellen worden gemilderd.
Dit zijn op zijn minst gezegd geen banale voorstellen, helemaal in de stijl van Robrecht van Kassel, gedurfd, onverschrokken en direct met toch een opening (zie punt 6°) om de tegenpartij toe te laten eventuele aanpassingen mogelijk te maken.
Johannes XXII
Eigenlijk Jacques Duèse (1245-1334)
Belangrijkste Avignon-paus tussen 07/11/1316 en 04/12/1334 (Foto Google)
De verregaande eisen van de Vlamingen stellen de paus echter voor vrij grote problemen, want het is helemaal niet zeker of Philippe de Lange bereid zou worden gevonden over deze voorstellen besprekingen te voeren en dan nog, zelfs als de Franse koning met een bespreking zou akkoord gaan, zou dat zijn plannen kunnen dwarsbomen, want Johannes XXII droomt van een nieuwe kruistocht. Voor de paus is er geen ontkomen aan: indien hij de Vlamingen wil overtuigen aan die kruistocht deel te nemen dan zal hij verplicht zijn op hun eisen in te gaan en dat doet hij ook.
Met een ondubbelzinnige en onpartijdige stellingname brengt hij op 8 maart 1317 Philippe de Lange in kennis van zijn voorstel. Daarin wordt op al de eisen van de Vlamingen ingegaan maar hij voegt er wel aan toe dat de koning van al zijn verplichtingen zou worden ontheven mochten de Vlamingen de bepalingen van de overeenkomst op een of andere manier schenden. Ietwat onverwacht gaat Philippe akkoord met het pauselijk voorstel evenwel tegen een "financieel offer", zoals bepaald in punt 2°, van 200.000 pond. En nu loopt het fout, de Vlamingen gaan dwarsliggen want met een dergelijk exorbitant bedrag kunnen ze in een periode van hongersnood en pest niet akkoord gaan.
Vlaanderen versus koning en paus
Wanneer dit aan de paus wordt medegedeeld is deze zo ontstemd dat hij op 20 maart 1317 een bul laat verschijnen waarin hij de Vlaamse steden met interdict bedreigt indien zij blijven doorgaan met dwars te liggen iedere keer men niet akkoord gaat met hun voorstellen of met een van hun voorstellen voor vrede.
Maar niemand vanuit de Vlaamse kant laat iets van zich horen. Noch Robrecht van Bethune, noch Robrecht van Kassel, noch Lodewijk van Nevers reageren op die pauselijke bedreiging. Dit maakt de paus nog wreveliger en doet hij beroep op de koning om Vlaanderen tot orde te roepen en dat doet hij ook. Robrecht van Bethune wordt naar Parijs gedagvaard om tot een beslissing van het geschil te komen. Maar Robrecht stuurt zijn kat en nadat de koning vier weken heeft gewacht en Robrecht nog steeds niet voor het parlement is verschenen, zoals in de dagvaarding is voorgeschreven, wordt het interdict over Vlaanderen geworpen.
Maar ook dit heeft weinig effect waarop de paus op 29 april 1317 een brief laat publiceren waarin hij Robrecht van Bethune van oorlogszucht beschuldigt, zodat we op een punt zijn gekomen dat er een bijna onherstelbare breuk ontstaat, enerzijds tussen Vlaanderen en Avignon en anderzijds tussen Vlaanderen en Frankrijk.
Maar dit zoekt de paus niet, hij zit nog steeds met die kruistocht in zijn hoofd, een kruistocht die hij moeilijk kan organiseren zonder de medewerking van de Vlamingen. Daarom stuurt hij op 10 mei 1317 een pauselijke delegatie naar Vlaanderen om toch nog tot een vergelijk te komen alvorens het interdict over Vlaanderen te bevestigen. Maar ook deze bijeenkomst haalt niet veel uit. Na verscheidene dagen over en weer gepraat, wil de graaf zich nog altijd niet neerleggen bij die afkoopsom van 200.000 pond.
We gaan nu in de richting van een ernstig conflict wanneer in Vlaanderen het bericht doorsijpelt dat de Franse koning zich klaarmaakt om Robrecht van Bethune manu militari tot betere gedachten te brengen. Maar ook dit kan de Vlamingen niet afschrikken. Op 12 februari 1318 geeft het Brugse schepencollege aan Robrecht de verzekering dat het hem in een eventuele oorlog tegen Frankrijk zal steunen, maar tot een militair treffen komt het voorlopig niet want de paus, die zijn kruistochtplannen in het water ziet vallen, roept de partijen nog eens op samen te komen om tot een vreedzame oplossing van het conflict te komen.
Bijna oorlog
De samenkomst heeft plaats te Compiègne op 17 oktober 1318, maar ook deze haalt niet veel uit. De Vlamingen weigeren categoriek zich bij de afkoopsom van 200.000 pond neer te leggen. Het resultaat is onvermijdelijk: de paus spreekt het interdict over Vlaanderen uit en Phillipe de Lange treft onmiddellijk voorbereidingen voor de oorlog.
Maar dat maakt op Robrecht van Bethune niet veel indruk. Hij beantwoordt de uitdaging door de stedelijke milities op te roepen en die stellingen te laten innemen langs de Leie, nabij Kortrijk, terwijl Robrecht van Kassel met een groep ruitertroepen, post vat tegen Kassel. De bedoeling is een gecombineerde aanval op de koninklijke domeinen van Artesie en vandaar op te rukken naar Rijsel in Waals-Vlaanderen.
Zover komt het echter niet. De winter legt de vijandelijkheden stil en het zal duren tot in de zomer voor de graaf het bevel geeft naar Rijsel op te rukken. Ondertussen is er in de gemeenten een weerstand gegroeid tegen de oorlogsvoering van Robrecht. Zo weigert de Gentse aanvoerder de bevelen van Robrecht op te volgen omdat, zo beweert hij, dit strijdig zou zijn met het verdrag van Parijs. Het is niet duidelijk op welk punt van dit verdrag de Gentse aanvoeder zich baseert, maar dit is in feite verder onbelangrijk. De werkelijke reden van zijn verzet en trouwens ook van de andere Vlaamse gemeenten is dat na de beroerde hongersnood die zoals gezien tot einde 1317 heeft geduurd, door een economische depressie werd gevolgd en wanneer er weer oorlog komt kan dit een totale ruïne brengen voor de handelaars en de nijveraars. Misschien heeft het interdict ook wel een rol gespeeld alhoewel dit toch de meeste Vlamingen onverschillig liet.
In ieder geval, de Vlaamse commerciële kringen dringen zonder verwijl aan op vrede met Frankrijk. Dit is hard om te slikken voor Robrecht maar in die omstandigheden kan hij niet anders doen dan aan zijn oorlogsopzet te verzaken en zwaar onder de druk van de Vlaamse steden stemt hij er uiteindelijk in toe de weg van de vrede op te gaan.
Dit is voor Robrecht waarschijnlijk een van de moeilijkste beslissingen die hij tijdens zijn status als graaf heeft moeten nemen. Met een zwaar hart begeeft hij zich dan ook, in april 1320, naar Parijs, vergezeld van de gemeentelijke gedeputeerden, om daar zijn vijand, de koning van Frankrijk te ontmoeten en voor diens macht zijn hoofd te buigen.
Het Akkoord van Parijs 1324
De ontvangst in Parijs verloopt zonder problemen. Philippe verwelkomt hem hartelijk en verwacht zeker van hem dat hij het fameuze Verdrag van Athis-sur-Orge eindelijk goed zal keuren en naleven. Wanneer het ogenblik gekomen is dat Robrecht verzocht wordt het woord te nemen gaat alles goed tot hij aan punt 5° komt van het verdrag, dat de Fransen hebben gebruikt om Waals Vlaanderen aan de Franse koninklijk domeinen toe te voegen.
Op ondubbelzinnige wijze verklaart hij nooit zijn goedkeuring te kunnen hechten aan de afstand van dat stuk Vlaams grondgebied. In volle vergadering roept hij uit dat die clausule op dewelke de koning zich heeft gebaseerd om zich Waals-Vlaanderen toe te eigenen, van generlei waarde is omdat die in strijd is met het Akkoord van Marquette van 23/09/1304 dat in punt 6° zegt dat "de onschendbaarheid van het Vlaamse grondgebied behouden blijft".
Zoals te verwachten is de consternatie van het Franse hof algemeen en ontstaat er zulk een protest dat de graaf zijn toespraak moet afbreken en de zaal verlaten. Als men dan 's anderendaags ook nog verneemt dat Robrecht heimelijk Parijs heeft verlaten om naar Vlaanderen terug te keren en daarbij de gemeentelijke ambtenaren die hem vergezelden aan hun lot heeft overgelaten, maken die moeilijke momenten door en vrezen ze zelfs voor hun leven als ze in Vlaanderen zouden terugkomen met lege handen. Het is overigens nog de vraag of de koning hen zal laten vertrekken zonder het betwiste verdrag te hebben geratificeerd.
Lodewijk van Nevers, die deel uitmaakt van het gezelschap, stelt daarom voor de graaf op te zoeken en hem terug te brengen naar Parijs. En dat lukt. Ze vinden de graaf terug in een dorp niet ver van Parijs waar hij de nacht heeft doorgebracht. De graaf is totaal verward en wanneer Lodewijk hem duidelijk maakt dat hij met hen terug moet komen naar Parijs om zijn blunder teniet te doen, stemt hij schoorvoetend toe.
Robrecht schijnt een gebroken man wanneer hij door de knieën gaat en op 5 mei 1320, grotendeels onder de druk van Lodewijk van Nevers, het verdrag van Athis ratificeert. Wel steigert hij wat wanneer, ietwat onverwacht, het huwelijk wordt aangekondigd van zijn kleinzoon Lodewijk van Nevers jr. met Marguerite, de achtjarige dochter van Philippe de Lange. Maar uiteindelijk buigt hij ook het hoofd voor deze koninklijke beslissing.
Het huwelijk van Lodewijk van Nevers, jr. 16 jaar oud en zijn
bruid
Marguerite van Frankrijk, 8 jaar oud (Groot Seminarie, Brugge)
Philippe de Lange laat er geen gras over groeien en het huwelijk wordt al nauwelijks twee maanden later, d.i. op 1 juli 1320, ingezegend. Het zal echter acht jaar duren voor de bruid een voet zal zetten op Vlaarnse bodem, waar ze twee jaar later zal bevallen van een zoon, de latere Lodewijk van Male, laatste telg uit het huis van Dampierre.
Dit huwelijk was een handige zet van Philippe de Lange. Het was, zoals we hebben gezien, namelijk reeds in Parijs in 1315, tussen Lodewijk van Nevers sr. en de Franse koning Louis X Ie Hutin overeen gekomen dat Lodewijk van Nevers jr. als erfgenaam van Vlaanderen zou optreden in geval zijn vader vóór Robrecht van Bethune zou overlijden, wat betekent dat een Franse prinses gravin zou worden van Vlaanderen.
Niettegenstaande de ratificatie van het Verdrag van Athis en het huwelijk van Robrecht van Bethunes kleinzoon, toen deze berichten in Vlaanderen bekend werden gemaakt, niet iedereen gelukkig maakte, hadden ze wel tot gevolg dat er aan een dreigende oorlog die al drie jaar aansleepte een einde kwam of toch voorlopig althans.
De dood van Robrecht van Bethune
Het jaar 1322 was een vrij beroerd jaar voor Vlaanderen en tevens in vele opzichten beslissend voor de toekomst. Op 2 januari overleed de Franse koning Philippe V de Lange op dertigjarige leeftijd ten gevolge van buikloop. Daar hij geen mannelijke nakomelingen had, werd hij opgevolgd door Charles IV Ie Bel, derde zoon van Filip Le Bel.
Kort daarop volgde ook het bericht dat Lodewijk van Nevers vrij onverwacht, op 23 juli, tijdens een oponthoud te Parijs plotseling was overleden. Hij was toen 49 jaar oud en werd eenzaam begraven in een kerk van de Minderbroeders in het bijzijn van zijn vrouw Maria van Rethel, en van zijn zoon, Lodewijk II en zijn schoondochter Marguerite. Op 3 augustus werd er wel in Kortrijk een nadienst gehouden waar o.a. zijn vader Robrecht van Bethune aanwezig was.
Na afloop van de plechtigheid riep Robrecht de aanwezige abten, prelaten en edelen samen om hen te vragen de overeenkomst van Parijs betreffende de opvolging te respecteren, wat ze dan ook allemaal, zonder één uitzondering, deden.
Men krijgt hierbij de indruk dat Robrecht toen al zijn einde voelde naderen, want kort daarop, op 17 september 1322, overleed hij. Hij was toen 75 jaar oud en had het graafschap gedurende 17 jaar bestuurd. Bij zijn eerste vrouw, Blanche van Anjou, die in het kinderbed stierf, had hij een zoon gehad die niet ouder werd dan 7 jaar. Het gerucht ging dat zijn tweede vrouw, Yolande van Nevers, hem zou hebben vergiftigd opdat haar eigen kinderen Lodewijk I van Nevers en Robrecht van Kassel de enig mogelijke erfgenamen van het graafschap zouden worden. Toen Robrecht van een bedevaart terug kwam en dit vernam, werd hij zo woedend dat hij haar doodsloeg.
Robrecht was niet bepaald een zachtmoedig man en hij kon nogal vlug van gedachten veranderen naargelang het voor hem persoonlijk goed of slecht uitkwam. Deze dikwijls dubbelzinnige houding was voor een groot gedeelte verantwoordelijk voor het mislukken van zijn internationale politiek in verband met Frankrijk. Bovendien was hij een verkwistend man die constant in geldnood zat, er talrijke maitressen op nahield en een onbekend aantal bastaardkinderen die echter, dat moet er wel worden bijgezegd, nooit aan hun lot werden over gelaten, maar altijd, meestal met hun moeder, onderdak kregen in een of ander klooster waar de jongens dan later ook mochten studeren.
Charles IV Le Bel (1294-1328)
Derde zoon van Filip Le Bel en koning van Frankrijk tussen 13/0111322
en 01/01/1328 (Foto Google)
Wie Robrecht van Bethune als graaf van Vlaanderen zal opvolgen is niet meteen duidelijk. Er is langs de ene kant Robrecht van Kassel die als zoon van Robrecht in feite de meeste rechten heeft op de Vlaamse troon en langs de andere kant Lodewijk II van Nevers die, overeenkomstig de overeenkomst van 1315 met Louis X Ie Hutin, als erfgenaam van Vlaanderen mag optreden in geval zijn vader vóór Robrecht van Bethune zou overlijden.
Niettegenstaande Robrecht van Kassel heel wat aanhang heeft, vooral bij de adel, kiezen de Vlaamse steden resoluut voor Lodewijk II van Nevers en roepen ze hem op om naar Vlaanderen over te komen, wat hij ook doet. Op 16 oktober 1322 wordt hij door de drie grote Vlaamse steden - Gent, Brugge en leper - als opvolger van Robrecht de Bethune ontvangen en op 29 januari 1323 erkent het Hof van de Pairs eveneens de rechten van Lodewijk op het graafschap.
Vlaanderen heeft nu een nieuwe graaf, maar of dit rust en vrede zal brengen is nog niet zeker.

Het graafschap Vlaanderen in het Europa van de 14e eeuw
(klik op de afbeelding voor een grotere versie)
bibliografie:
1. VAN BELLE, Juliaan. "Een andere Leeuw van Vlaanderen", Uitg.
Flandria Nostra, Torhout 1985.
2. LE GLAY, Edward. "Histoire des comtes de Flandre", Librairie de A.
Vandale, Brussel 1843.
Inhoudstafel - naar hoofdstuk 36
