De geschiedenis van Vlaanderen - Hoofdstuk 33

De slag bij Pevelenberg

Geschreven door: Charles Vanderhaegen - in lichte mate bewerkt door Herman Boel
Gepubliceerd met vriendelijke toestemming van Charles Vanderhaegen. 

Filips van Chieti betreedt het krijgstoneel

We zitten in de lente 1304 tijdens de wapenstilstand die tussen het Vlaamse en het Franse leger op 21 september 1303 was afgesloten, nadat het Franse leger in april 1303 de slag bij Arke had verloren. Dit wapenstilstandsverdrag voorzag een staakt-het-vuren van acht maanden en moest dus gehandhaafd blijven tot 24 mei 1304. Een van de voorwaarden daarin voorzien was dat Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, en samen met zijn zoon Willem van Dendermonde steeds in gevangenschap in Frankrijk, voor de duur van de wapenstilstand werden vrijgelaten.

Het was wel de bedoeling dat Gwijde met zijn zoon van deze vrijheid zouden gebruik maken om een definitieve vrede met Frankrijk voor te bereiden. Filip Ie Bel rekende daarbij bijzonderlijk op Willem, die met de dochter van de in Kortrijk gesneuvelde edelman Raoul van Nesle getrouwd was geweest en dus door de Franse koning als prins van Franse bloede werd beschouwd, om bij de vredesonderhandelingen eerder de Franse dan de Vlaamse belangen te verdedigen. Dit was in ieder geval de bedoeling van de Franse koning, maar daar is uiteindelijk niets van terechtgekomen.

Op 7 oktober kwamen de graaf samen met zijn zoon op Vlaamse bodem aan en werden ze door hele slierten geestdriftige aanhangers naar het slot van Wijndale begeleid, waar de oude graaf hoopte zijn laatste dagen in rust en vrede nog te kunnen doorbrengen, maar ook dat zal niet lukken, want er waren nieuwe gebeurtenissen op komst die de oude man niet had kunnen voorzien.

Een belangrijk element dat een rol zal spelen in de verdere ontwikkelingen van de Vlaams-Franse oorlog was de komst van Filips de Chieti, de vijfde zoon van Gwijde, uit zijn eerste huwelijk en toen vijfenveertig jaar oud. Filips genoot toen van een nogal vrij rijkelijk leven in Noord-Italië, maar op uitdrukkelijk verzoek van paus Bonifacius, die ondertussen in onmin was geraakt met de Franse koning, verkocht hij zijn bezittingen en stelde met de opbrengst ervan een leger van huurlingen samen waarmede hij naar Vlaanderen trok om daar zijn broeders in hun strijd tegen de Franse koning bij te staan.

Filips, graaf van ChietiFilips, graaf van Chieti (1257-1308)
Regent van het Vlaamse Graafschap van mei 1303 tot maart 1305.

Filips kwam met zijn leger in de loop van de maand mei 1303 aan te Brugge, waar hij op dagenlange feesten werd onthaald. Van al de zonen van Gwijde hielden de Vlamingen schijnbaar het meest van deze uit Gwijdes eerste huwelijk, wellicht omdat dit huwelijk niet volksvreemd was geweest, met het gevolg dat de komst van Filips een einde stelde aan het regentschap van Jan van Namen, die als zoon uit het tweede huwelijk van Gwijde met Isabella van Luxemburg, minder rechten kon laten gelden. en zich hierdoor niet tegen de benoeming van Filips als regent kon verzetten.

Reeds tegen het einde van juni trok Filips naar Kassel waar hij met Jan van Namen, Gwijde van Namen en Willem van Gullik krijgsraad hield. Kort daarvoor hadden de Vlamingen, bij Arke, het Franse leger verslagen met als gevolg de reeds vernoemde wapenstilstand. Maar in hoeverre die een einde zal stellen aan die oorlog, kan niemand voorzien zelfs niet eens raden. Mislukt het de Vlaamse graaf om met Frankrijk vrede te sluiten, dan wordt de oorlog verder gezet en dat gebeurt ook.

 

Vlaanderen en Holland, nog eens in oorlog

Maar ondertussen zitten de Vlamingen nog met een ander probleem. U herinnert zich dat in de Vlaams-Hollandse oorlog het Vlaamse leger, onder leiding van Jan van Namen en Gwijde van Namen, zowat heel Zeeland, behalve Zierikzee had veroverd en de twee partijen, d.i. langs de ene kant Willem van Avesnes, gekend als Willem III graaf van Holland en langs de Vlaamse kant de voornoemde Gwijde van Namen, tot een wapenstilstand hadden besloten die tot het aanbreken van de winter 1303 moest standhouden.

Ook aan het zuidelijk front was het toen, na de slag bij Arke, tot een wapenstilstand gekomen tussen het Vlaamse en het Franse leger die moest lopen tot 24 mei 1304. Dit, zo dacht Gwijde, was dus nu een gunstig moment om de Hollandse oorlog verder te zetten en zodoende Holland, als gevaarlijke bondgenoot van Frankrijk, definitief uit te schakelen.

Rond half maart 1304 vertrekt hij met een relatief sterk Vlaams leger naar Zeeland, met de bedoeling om Zierikzee, dat hij in de vorige fase van de oorlog niet had kunnen innemen nu definitief meester te worden. Op 21 maart kan hij het eiland Duiveland innemen en Gwijde van Avesnes, de broer van Willem, gevangen nemen. Na deze overwinning dringen de Vlamingen dieper in Holland binnen en nemen bezit van Delft, Leiden, Gouda, Schiedam en Utrecht en kunnen Haarlem en Dordrecht met moeite stand houden.

Maar nu gebeurt er iets onverwachts. Gebruik makend van de Vlaamse militaire successen en vrezend dat de Vlamingen heel Holland zullen inpalmen verzamelt hertog Jan II van Brabant in alle haast zijn troepen om de gebieden waarover hij vroeger de suzereiniteit uitoefende, maar waarvan hertog Jan in 1283 afstand deed ten voordele van Hollland, weer te bemachtigen. Maar nu begaat hertog Jan een fout, in plaats van met Gwijde tot een akkoord te komen betreffende de opdeling van Holland tussen het graafschap Vlaanderen en het Hertogdom Brabant, vindt hij het niet beter dan het meesterschap over het gehele land op te eisen.

In plaats van als bondgenoten tegen de Hollanders op te treden en aldus door hun gezamenlijk optreden Holland definitief uit te schakelen en zo van het noordelijk front af te geraken om het zuidelijke front te kunnen versterken, beginnen ze met elkaar te twisten.

Reynier GrimaldiReynier Grimaldi (1267-1314)
Bondgenoot van Filip Le Bel in de Vlaams-Franse oorlog. (Foto Google)

Dit is goed nieuws voor Filip Le Bel die van de Vlaams-Brabantse verwarring gebruik maakt om een akkoord te sluiten met de Genuese zeekapitein Reynier Grimaldi, een verre voorvader van de Grimaldi's van Monaco, om met zijn vloot Zierikzee te ontzetten en te trachten het Vlaamse leger te ontredderen.

En dat lukt ook. Wanneer Grimaldi's vloot met zeventien galleien voor Zierikzee verschijnt en er met vrij groot gemak in slaagt het grootste gedeelte van de Vlaamse schepen tot zinken te brengen, ontstaat er in het Vlaamse leger paniek en trekt, tot ontzetting van Gwijde, een gedeelte ervan terug naar het zuiden, maar Gwijde weigert te vluchten en wordt na een verbeten strijd gevangen genomen. Tegelijkertijd geraakt het grootste gedeelte van het Vlaamse leger, waarvan de boten vernietigd zijn, geïsoleerd op het eiland Schouwen en moet het capituleren.

Als dan ook nog het nieuws komt dat Jan van Renesse, een van de helden van Groeninge, die vanuit Utrecht met hulptroepen op weg was naar Zeeland, door de Hollandse troepen is aangevallen en tijdens een heftig gevecht is gekwetst en in de Lek is verdronken, is het gedaan met de Vlaamse veroveringen van Holland en komen de Vlamingen, nu opnieuw met twee fronten, in een benarde positie te zitten.

 

Een vredesverdrag met Frankrijk mislukt

Het is allemaal nogal verward. De Vlaamse krachten hebben in de oorlog tegen Holland heel wat van hun strijdkrachten verloren. Gwijde van Namen, door Grimaldi gevangen genomen, wordt uitgeleverd aan de Franse koning, die hem laat gevangen zetten. Hij zal maar in september 1304 vrijkomen zoals voorzien door het akkoord van Marquette (zie verder).

Terwijl de Vlamingen aan het noordelijke front het onderspit moeten delven, gaat het in zuiden al niet veel beter. De wapenstilstand afgesloten na de slag bij Arke en gepaard gaande met de vrijlating van Gwijde van Dampierre, op voorwaarde dat het door onderhandelingen met de Franse koning tot een definitief vredesakkoord komt, loopt op 24 mei 1304 ten einde, zonder dat dit iets positiefs heeft opgeleverd. Geen enkele van de voorstellen van Gwijde om tot een vredesakkoord te komen werden door de Franse koning vatbaar geacht voor overleg en alle voorstellen van de Franse koning werden door Gwijde en zijn zoon Willem van Dendermonde als onaanvaardbaar afgewezen.

Dat betekent meteen dat Gwijde van Dampierre opnieuw naar de gevangenis moet want bij zijn voorwaardelijke vrijlating had hij gezworen zich opnieuw aan de Franse koning gevangen te geven indien hij er niet in slaagde een Vlaams-Franse vrede te bewerkstelligen. Eigenlijk had hij zich wel aan zijn eed kunnen onttrekken om vrijwillig terug in Franse gevangenschap te gaan, maar dat zou eedbreuk geweest zijn en dat, zo dicht bij de dood, kon hij zich niet meer permitteren. "Ik ben bereid om te sterven" zei hij tot zijn vrienden tot afscheid en hij keerde einde april 1304 met zijn zoon terug naar de gevangenis van Compiègne.

In feite was het mislukken van de vredesbesprekingen een teken dat de vijandelijkheden mochten hernomen worden, maar Filip Le Bel had zijn leger, dat hij aan het opbouwen was om de Vlamingen definitief te verslaan, nog niet volledig bij elkaar gebracht en stelde, om tijd te winnen, aan de Vlaamse leiders voor om de wapens nog te laten rusten tot op St.-Jansdag, d.i. 26 juni 1304. Dat voorstel werd door de Vlamingen zonder morren aanvaard want na hun tegenslagen in Holland snakten zij naar vrede en droomden zij er al van om de handelsbetrekkingen met Frankrijk, die vroeger zo voortreffelijk waren, te kunnen hervatten en die met Engeland opnieuw op gang te brengen.

Willem van DendermondeWillem van Dendermonde, heer van Crèvecoeur & Dendermonde (1248-1311),
vóór zijn gevangenzetting in Compiègne. (naar een tekening van Ed. Sablon)

Maar van hun dromen komt er niet veel in huis, want op die fameuze St.-Jansdag is het al meteen fout. Uitgerekend op de dag dat de wapenstilstand afloopt dringt een groep van de Franse ruiterijvoorhoeden enkele dorpen tussen Rijsel en Dowaai binnen en steken die in brand. Een duidelijker teken dat het weer oorlog is konden de Fransen niet geven. Maar Filips van Chieti, reageert niet. Hij heeft namelijk weer een nieuw probleem op te lossen. De Bruggelingen en de Gentenaars zijn namelijk met elkaar aan het twisten geslagen voor wie van beide de eer mag hebben om vooraan in de opmars naar de Fransen, te mogen opstappen.

Door deze rivaliteit lijdt de voorbereiding van de opmars naar het Franse leger serieuze vertraging op, een vertraging waar de Fransen gebruik van maken om op Vlaamse bodem door te dringen. Maar van zodra Filips van Chieti dit verneemt geeft hij bevel het twisten te staken en gezamenlijk op te rukken naar het front en dat lukt ook. Het komt wel meteen tot vinnige gevechten met de Franse voorhoeden die tot aan de poorten van Atrecht worden gedreven en waarna de Vlamingen verder oprukken naar Lens waar zij naar middeleeuwse oorlogsgewoonten alle dorpen die op hun weg liggen plunderen en vervolgens in brand steken.

 

Opnieuw oorlog

De oorlog is nu weer in volle gang, maar van grote of belangrijke veldslagen is er voorlopig geen sprake. Wel constante schermutselingen rond Doornik, Rijsel, Dowaai en Atrecht tot er midden juli nogal hard wordt gevochten bij de kuststad Grevelingen, ten oosten van Duinkerke. Maar toch blijven beide legers talmen om tot de grote slag over te gaan. Filip Le Bel tast met zijn leger zorgvuldig heel het moerassig gebied af tussen Rijsel en Dowaai om een voordelig gevechtsterrein te vinden. Op 10 augustus denkt hij dit te hebben gevonden en geeft hij zijn officieren bevel zich te installeren op de Pevelenberg, in feite meer een zachte helling dan een berg, want die steekt ternauwernood zestig meter boven de omgeving uit.

Het Vlaamse leger dat het Franse leger voorzichtig volgt en ziet hoe de Fransen zich installeren komen eveneens tot stilstand en slaan hun kamp op, niet meer dan ongeveer achthonderd meter, ten noorden van de berg . Vanuit deze posities blijven beide legers elkaar beloeren zonder dat een van beide tot de aanval durft over te gaan. Deze toestand blijft gedurende drie dagen onveranderd.

Op 13 augustus komt het Vlaamse leger in beweging, rukt het op naar het oosten waar het zich vastzet ten zuiden van de Marke om zich als het ware in de schaduw van de Pevelenberg op de stellen, met de rug naar Rijsel gekeerd. De Vlaamse positie is hier wel enigszins gunstig, maar Filips van Chieti is toch niet helemaal zeker en stuurt 's anderendaags een afvaardiging naar de Franse koning om vredesonderhandelingen voor te stellen, maar na twee dagen over en weer gepraat gaan de onderhandelende partijen zonder enig resultaat uit elkaar. Dit betekent dat de grote slag nakend is.

Op 17 augustus breekt het Franse leger plotseling zonder een bepaald duidelijke reden zijn kamp op, verlaat het zijn positie op de Pevelenberg, trekt het naar het zuiden waar het in de omgeving van Moncheaux, een dorpje ten zuidwesten van de berg, nu zijn kamp opslaat en zich in slagorde opstelt. Hierop verlaten ook de Vlamingen hun positie en het kat-en-muisspel dat nu al weken aansleept moe, nemen zij nu op hun beurt bezit van de berg, waar zij nu hun kamp opslaan en van waaruit zij, op hun beurt, hun leger in slagorde opstellen. Beide legers staan nu klaar voor de beslissende slag.

Filip Le Bel ontsnaptTijdens de Slag bij de Pevelenberg ontsnapte Filip Le Bel (met de blauwe mantel rechts)
op het nippertje aan de dood. (Brussel, Koninklijke Bibliotheek)

 

De opstelling van de legers

Het Vlaamse leger stelt zich op in een formatie van 13.000 man sterk. Ook hier, zoals de slag bij Kortrijk, vecht iedereen te voet, ook de edelen. Op de linkervleugel staan de Gentenaren en de andere Oost-Vlamingen opgesteld onder leiding van Jan van Namen. Het centrum staat onder het bevel van Willem van Gullik met de leperlingen, de Rijselaars en de manschappen van het Kortrijkse. De rechtervleugel ten slotte, staat onder leiding van Filips van Chieti met de Bruggelingen, de soldaten uit het Brugse vrije en het kustland. De gehele formatie wordt voorafgegaan door een muur van kruisboogschutters.

Het Franse leger telt bij de 3000 zware ruiters voorafgegaan door de kruisboogschutters en gevolgd door 10.000 man voetvolk. Het geheel staat rechtstreeks onder het persoonlijk bevel van Filip Le Bel, bijgestaan door de constabel Gaucher de Chátillon met zijn banier en twee maarschalken. Naast de ruiterij en het voetvolk staat er ook nog een reserve opgesteld, uitgerust met werptuigen en lepelkatapulten waarmee het de achterban van het Vlaamse leger kan bestoken in geval dit, zoals in Kortrijk gebeurde, er zou in slagen tot in de ruiterij door te dringen.

 

De slag

We zijn 18 augustus 1304. Het is zes uur in de morgen. Na een karig ontbijt wonen de Vlamingen een mis bij. Allen hebben al hun wapenrusting aan. Hun tenten hebben ze afgebroken en achtergelaten in hun kamp op de Pevelenberg, opdat niemand, vriend noch vijand, er zich zou kunnen in verbergen om aan het nakende gevecht te ontsnappen.

De gemeentenaren rukken op en nemen stelling ten zuiden van het dorp terwijl zij, om de rug van hun slagorde te beschermen, hun wagens over een breedte van 1250 m aan elkaar binden. Iedere wagen wordt tussen de dissels van de naaste kar geschoven en een van de wielen ervan verwijderd. Zo staat het voetvolk beschermd tegen een mogelijke aanval van de Fransen vanuit het noorden.

In het Franse leger had men reeds in de avond daarvoor voorzorgsmaatregelen getroffen om een eventuele aanval van de Vlamingen te kunnen opvangen en in de vroege morgen staat het dan ook al klaar om de strijd te beginnen. Wanneer de Franse grootmeester van het voetvolk, Thibault de Chepoix, de beweging ziet die in het Vlaamse kamp bezig is rukt hij met zijn kruisboogschutters en de bidauts (Frans voetvolk gewapend met lansen en dolken) op in de richting van de Vlamingen.

Het is ondertussen 9 uur geworden wanneer de strijd tussen de kruisboogschutters begint en doorgaat tot tegen de middag, wanneer de Franse ruiters oprukken. Maar de Vlamingen sluiten de rangen dicht bij elkaar en staan klaar om de schok op te vangen, maar zover komt het voorlopig niet want de Franse ruiters houden halt op korte afstand van de Vlaamse rangen en maken plaats voor het voetvolk, maar ook zij slagen er niet in door de Vlaamse rangen te breken.

De strijd gaat nog even door tot het Franse voetvolk plotseling van richting verandert en een omsingelingsmanoeuvre onderneemt dat hen toelaat het wagenpark vanuit het noorden aan te vallen, maar veel verder raken ze niet. Ze worden teruggeslagen door Gentenaars en een stormgroep leperlingen, die nu op hun beurt bestookt worden door de Franse lepelkatapulten. Dit zijn verschrikkelijke wapens en de Vlamingen lijden dan ook zware verliezen, wat hun echter niet belet tot aan die werptuigen door te dringen, de pezen ervan door te snijden en ze zo onschadelijk te maken. Daarna keren ze triomfantelijk terug naar de Vlaamse linies.

opstelling legers
De opstelling van de legers (klik op de afbeelding voor een grotere versie) 

Het is nu drie uur in de namiddag. De geslaagde uitval van de Vlamingen neemt niet weg dat ze zich nog steeds in een moeilijke positie bevinden. Er wordt zowel aan de zuidelijke kant van het Vlaamse leger gevochten als in het oosten, wat er op neer komt dat dit de Fransen toelaat het Vlaamse kamp op de Pevelenberg te bereiken waar de bezittingen van de Vlamingen zijn opgeslagen. De weinige Vlaamse knechten die zich op de berg bevinden zijn niet in staat om de Fransen tegen te houden die hiervan gebruik maken om het kampte plunderen.

Maar hier maken de Fransen een fout. Het kamp geplunderd, denken ze dat de strijd hiermee is afgelopen en trekken ze naar het zuiden en verlaten het slagveld. De Franse ruiters die dit zagen durfden niet tot een charge overgaan. Bovendien worden ze in hun zware harnassen geteisterd door een verzengende zomerzon. Zij en hun paarden zijn doodmoe en vele ruiters stijgen van hun paarden af en leggen hun harnassen neer.

Van de kalmte die hierop volgt profiteren Jan van Namen en Willem van Gullik om het Vlaamse leger in aanvalsorde te herschikken. Wanneer het einde van de namiddag nadert zet het blok van het Vlaamse leger zich in beweging, stormt roepend en tierend vooruit en de Fransen, totaal verrast, bieden maar weinig weerstand zodat de Vlamingen kunnen doordringen tot in Moncheaux.

De chaos is nu compleet. De Fransen en de Vlamingen vechten allemaal door elkaar en de invallende duisternis maakt de verwarring alleen maar groter. Het is tijdens deze laatste gevechten van de slag dat Willem van Gullik sneuvelt en de Franse koning gewond raakt.

Beide legers zijn nu volledig uitgeput en snakken naar vrede. Noch de Vlamingen, noch de Fransen hebben nog zin om verder te vechten met het gevolg dat de Vlamingen zich terugtrekken in de richting van Rijsel, wel met opgerichte banieren en zonder door de Fransen achtervolgd te worden, want ze hebben de Vlamingen de rug gekeerd en verlaten het slagveld, met de koninklijke banier hoog zwaaiende alsof ze de slag hadden gewonnen.

Wie heeft de slag gewonnen. Geen van beide legers, maar beiden eisen ze wel de overwinning op. De Vlamingen hebben 3000 man verloren maar voelen zich niet verslagen. De Franse verliezen zijn even hoog, maar ook zij komen daar niet bijzonder van onder de indruk en eisen de overwinning op.

 

Het Akkoord van Marquette

Maar daarmee is de oorlog nog altijd niet gedaan. Niet zeker wat de Fransen gaan doen, trekt Filips van Chieti zich na de veldslag met een garnizoen terug in Rijsel en trekt Jan van Namen met de rest van het Vlaamse leger over de Leie. Dit was wel goed gepland want vijf dagen later, d.i. op 23 augustus, komen de Fransen, schijnbaar uitgerust van hun perikelen bij de Pevelenberg, terug en belegeren Rijsel. Aangezien ze de stad niet kunnen innemen, wordt de omgeving, naar gewoonte, geplunderd en gebrandschat.

De toestand blijft dan even onbewogen tot 14 september wanneer Filips van Chieti aan Jan van Namen vraagt een nieuw Vlaamse leger samen te stellen om hem uit de belegering van Rijsel te ontzetten, want hij kan aan de druk van de Fransen niet veel langer meer weerstand bieden. Ook het stadsbestuur van Rijsel dringt aan op een oplossing.

En die komt er weliswaar onverwachts, want Filip Le Bel, die vernomen had dat Jan van Namen het Vlaamse leger aan het herschikken is, verlaat de belegering van Rijsel en trekt zich terug bij Marquette, een dorpje tussen Rijsel en Doornik, waar hij zijn leger in gevechtsorde opstelt om Jan van Namen, als hij al verschijnt, te kunnen opvangen.

Maar zover komt het niet. Jan van Namen is namelijk benaderd door hertog Jan II van Brabant, waar hij tijdens de Vlaams-Hollandse oorlog nog mee in de clinch heeft gelegen, maar die nu voorstelt, op verzoek van Maria van Brabant, de stiefmoeder van Filip Le Bel, om met de Fransen te bemiddelen en eindelijk eens vrede te sluiten.

Jan van Namen en Filip Le Bel gaan akkoord en komen al op 23 september bij elkaar in de abdij van Marquette om er een afspraak te beleggen die het kader moet vormen voor een later te sluiten vredesverdrag.

De afspraak omvat het volgende:

1° Er wordt een wapenstilstand afgesloten voor onbepaalde duur.
2° Alle gevangenen van beide partijen worden vrijgelaten.
3° Alle gevluchte Leliaards mogen naar Vlaanderen terugkeren en hun bezittingen moeten ze terugkrijgen.

Standbeeld van Filip Le BelStandbeeld van Filip Le Bel in 1305 opgericht in de O.L. Vrouwkerk in Parijs
ter herdenking van de Franse 'overwinning' in de Slag bij de Pevelenberg.

4° Amnestie voor alles wat er sinds het begin van de oorlog is gebeurd, maar de Vlamingen moeten een zoengeld betalen van 400.000 pond en een jaarlijkse rente van 10.000 pond.
5° De Dampierres worden hersteld als landsheren van Vlaanderen. In juli 1305 mag Robrecht van Bethune terug komen naar Vlaanderen en het gebalsemde lijk van zijn vader Gwijde van Dampierre, die op 7 maart 1305 is overleden, meenemen.
6° De onschendbaarheid van het Vlaamse grondgebied en het bezit van hun vrijheden blijven behouden.

Dit zijn de voorwaarden waarop, na acht jaar oorlog men tot een definitief vredesverdrag kan komen. Vlaanderen snakt naar vrede en aanvaardt dan ook zonder veel gemopper het Akkoord van Marquette.
En vrede zal er uiteindelijk wel komen, maar voor hoelang? Dat weet nu nog niemand.


bibliografie:
1. VAN BELLE, Juliaan. "Een andere Leeuw van Vlaanderen", Uitg. Flandria Nostra, Torhout 1985.
2. VAN OVERMEIRE, Karim. "De guldensporenslag", Uitg. Egmont, Brussel 2001.
3. VERBRUGGEN, J.F. "Vlaanderen na de Gildensporenslag", Uitg. Westvlaamse Gidsenkring, Brugge 1991.

Inhoudstafelnaar hoofdstuk 34

 
 
Over Herman Boel

Herman Boel is voltijds zelfstandig vertaler en auteur van twee skeptische boeken.

Lees meer »
Disclaimer
  • Aansprakelijkheid voor gebruik van de inhoud van de website.

Lees meer »
Browsercompatibiliteit

Deze webstek werkt prima in moderne browsers als Google Chrome, Firefox en Opera en mogelijk ook min of meer goed in Internet Explorer en Safari.

Contact

U kan me contacteren via het het invulformulier.

Online contactformulier »