De geschiedenis van Vlaanderen - Hoofdstuk 27

Gwijde Van Dampierre, graaf van Vlaanderen (2)

Geschreven door: Charles Vanderhaegen - in lichte mate bewerkt door Herman Boel
Gepubliceerd met vriendelijke toestemming van Charles Vanderhaegen. 

Gwijde breekt met Filips de Schone

We zijn in 1297, of om preciezer te zijn 9 januari 1297, wanneer Gwijde van Dampierre, de 21e graaf van Vlaanderen en markies van Namen, aan zijn leenheer, Filips de Schone, koning van Frankrijk, een schrijven richt waarin hij de koning vervallen verklaart van al zijn leenrechten op het graafschap Vlaanderen, zijn rechten op de goede steden en zichzelf ontlast verklaart van "elke ban, elk verbond, elke verplichting, elke overeenkomst, van alle volgzaamheid, alle dienst en alle cijns die hij de koning verschuldigd kan zijn".

Het was een lang memorandum waarin hij al de plagerijen van de Franse koning en al het onrecht dat hij hem had aangedaan opsomde: de gevangenname van zijn dochter Filipinna, het ongerechtvaardigd verbod op de invoer van Engelse wol in Vlaanderen, de intrige rond de kwestie Valencijn, de onwettige processen voor het Parlement, de rechtsweigering zich voor de Pairs de France te verantwoorden.

Twee neutrale prelaten, de abbé van Gembloux en de abbé van Floreffe, krijgen van Gwijde de opdracht het memorandum aan de koning te betekenen vóór 21 januari 1297 om de ongeldigheid ervan te verhinderen want uitgesproken op die dag was Gwijde voor de zoveelste maal voor het Parlement gedagvaard. De prelaten hebben goed hun werk gedaan want het memorandum werd aan de koning, die zich op dat ogenblik in het Louvre bevond, betekend op 20 januari.

De betekening verwekte aan het Franse Hof ontsteltenis en ongeloof. Er werd zelfs op een zeker ogenblik getwijfeld of het document wel authentiek was, maar na een grondig onderzoek van de oorkonde en de grafelijke zegel viel alle twijfel weg wat tot een spoedzitting van het Parlement leidde. Waren aanwezig: twee pauselijke prelaten, twintig Franse prelaten waaronder de aartsbisschop van Reims en de bisschoppen van Doornik en Terwaan die rechtsbevoegdheid bezaten over die Vlaamse gemeenten, een groot aantal graven en baronnen en tenslotte aan het hoofd de hoogste regeringsdienaar van de koning, de kanselier Pierre Flote, een zeer machtig personage en de meest gevreesde raadsman van de koning,

Pierre FlotePierre Flote
Kanselier van Filips de Schone en voorvechter van het koninklijk autoritarisme ten koste van de Kerk.

Toen de kanselier voor het Parlement het memorandum voor de voltallige vergadering voorlas, ontstond er een algemene verwarring. Van zoiets had men nog nooit gehoord, een leenman van de Franse koning die het waagt zijn leenverplichtingen op te zeggen op grond van koninklijke beslissingen die hij als onwettelijk beschouwt, want gold toen niet de algemeen door het Parlement aanvaardde en verdedigde leuze "Que veut le Roi, ce veut la loi" (wat de koning wil, wil de wet)?

Na heel wat besprekingen worden alle beschuldigingen aan het adres van de koning als ongegrond beschouwd en wordt de tekst aan een commissie van Franse legisten en canonisten voorgelegd om een passend antwoord te formuleren op Gwijdes aantijgingen en de redenen te bepalen waarom de leenopzeg ongeldig is. Het zijn de bisschoppen van Puy en Amiens die met de zwaarwichtige diplomatieke zending worden belast het antwoord op het memorandum, dat is vervat in een koninklijke geloofsbrief, aan de graaf persoonlijk te overhandigen.

 

Antwoord van de koning

Het is in de grafelijke burcht van Kortrijk dat de ontmoeting, op 18 februari 1297, plaatsheeft tussen de twee prelaten en hun gevolg en de graaf omringd door zijn zonen, zijn bondgenoot de hertog van Brabant en enkele Vlaamse ridders, die duidelijk al een voorbereidende houding aannemen op een oorlog die na de leenopzeg van de graaf als onvermijdelijk wordt beschouwd.

Nadat de koninklijke afgezanten het doel van hun bezoek hebben bekend gemaakt wordt op verzoek van de graaf de koninklijke brief voorgelezen. Daarin wordt niet alleen alles wat Gwijde in zijn memorandum van leenopzeg had vermeld als onjuist verworpen, maar wordt de graaf zelf op een beledigende toon aangesproken. Zo is de brief gericht aan "Gui de Dampierre, marquis de Namur, se disant comte de Flandre". Bijzonderlijk dat laatste: "die zich graaf van Vlaanderen durft te noemen" geeft te kennen dat de koning Vlaanderen van nu af als een Frans kroondomein beschouwt.

Wanneer de brief is voorgelezen en de prelaten om een antwoord vragen ontstaat er een algemene verontwaardiging. De graaf vraagt aan de prelaten even te wachten en trekt zich in een aanpalende zaal met zijn gevolg terug. Er wordt heftig van gedachten gewisseld, maar geen der aanwezigen kan een passend antwoord vinden. Uit de brief blijkt duidelijk dat de koning Gwijde als vervallen beschouwt van de grafelijke troon. Wat voor antwoord moet er daar op gegeven worden? Geen, zo is het unanieme besluit.

Wanneer de graaf en zijn gevolg terug komen naar de zaal waar de prelaten staan te wachten, spreekt Gwijde hen kort en bondig aan: "Adelijke heren, zeg aan de koning wat ge wilt". Maar de prelaten zijn niet zo gelukkig met dit antwoord en er volgt opnieuw een vinnige discussie tussen de twee partijen, waarbij de prelaten nog eens bevestiging vragen betreffende de authenticiteit van Gwijdes oorkonde aan de koning. Niet alleen geeft de graaf hen hierop een bevestigend antwoord maar ook zijn zonen treden hun vaders beslissing bij en verklaren zich ontslagen van alle verplichtingen die de koning van Frankrijk van hen, als erfgenamen van de grafelijke troon, mocht opeisen. Dit alles wordt vastgelegd in een proces-verbaal dat de prelaten aan de koning zullen overhandigen.

De oorlog tussen Vlaanderen en Frankrijk is hiermee nu onafwendbaar geworden.


Leliaards en Klauwaards

Voor we verder gaan met de gebeurtenissen die volgen op het vertrek van de Franse prelaten naar Parijs om verslag uit te brengen aan de koning, dienen we even de toestand in het Vlaamse graafschap iets nader toe te lichten.

Bij de besprekingen met de Franse prelaten in Kortrijk werd Gwijde niet alleen geflankeerd door zijn zonen maar ook door een groep Vlaamse edelen die hun graaf in zijn geschil met Filips de Schone terzijde stonden. Dat was dus een goed teken voor Gwijde, maar niet iedereen in Vlaanderen stond aan zijn zijde en in het bijzonder de steden. Een van de oorzaken daarvan waren de strubbelingen die Gwijde had gehad met Gent, Brugge en leper (zie hoofdstuk 26) en die hem niet zo'n gunstig imago hadden opgeleverd.

leliaertsDit had tot het ontstaan van twee partijen geleid: de Leliaards en de Liebaards. De naam Leliaard was afgeleid van de gouden lelies op blauw veld in het schild van de koning. Het waren de koningsgezinden. Tot hen behoorden een klein aantal Vlaamse edelen, in de grote steden de meeste leden van het patriciaat, die er de schepenambten bekleedden, de poorters die over stadsrechten beschikten en over het algemeen de beter gegoede stedelingen.

klauwaertsDe aanhangers van de graaf werden Liebaards genoemd De naam verwijst naar de klimmende zwarte leeuw op het wapenschild van de graaf. In de 13 de eeuw werd er nog geen onderscheid gemaakt tussen een liebaard (luipaard) en een leeuw. De benaming 'Klauwaard', zo genoemd naar de klauwende leeuw, voor een Vlaamsgezinde is van latere datum. Tot de Liebaards of de Klauwaards behoorden de meeste leden van de stedelijke ambachten, een groot deel van de Vlaamse edelen en een aanzienlijke groep plattelandsbewoners, vooral uit het Brugse Vrije en het Land van Waas.

Als de nakende oorlog tussen Vlaanderen en Frankrijk bekend geraakt zullen beide partijen als vijanden tegenover elkaar komen te staan en zullen ze een belangrijke rol spelen in het verloop der krijgsverrichtingen.

Oorlog!

Op 15 juni 1297 valt het Frans leger Vlaanderen binnen en geeft daarmee de start van de Vlaams-Franse oorlog aan. Het leger telt 10.000 ruiters en 60.000 soldaten te voet. Het staat onder het bevel van de koning zelf, geflankeerd door zijn broer Charles de Valois, de hertogen van Bourgogne en Bretagne en Robert d' Artois. Filips steekt de grens over bij Dowaai, dat hij voorlopig ongemoeid laat en rukt op naar Rijsel om de belegering van de stad aan te vatten. Charles de Valois van zijn kant steekt de Scarpe over en neemt bezit van Orchies en Béthune.

Op 23 juni bereikt Filips Rijsel dat verdedigd wordt door Robrecht van Béthune, de oudste zoon van Gwijde. De aanval op de goed versterkte stad gebeurt met katapulten en springalen maar de stad houdt stand Ondertussen wordt heel het gebied rond Rijsel leper en Komen totaal verwoest. De gustatores of brandstichters, toen een onderdeel van de middeleeuwse legers, steken alles wat ze op hun weg ontmoeten in brand. Boerdenjen gaan in vlammen op en de vluchtende boeren en hun gezinnen worden meedogenloos afgemaakt.

Ondertussen worden ten oosten van Doornik ook de grafelijke troepen door Charles de Valois achteruitgeslagen. Nadat Kassel door de soldaten van Robert d' Artois in brand wordt gestoken trekken de Fransen verder op, veroveren St. Winoksbergen, Broekburg en Duinkerken en rukken onweerstaanbaar op in de richting van Brugge.

Niets wordt gespaard door de Franse troepen. Ook de kloosters moeten eraan geloven. Die worden opengebroken en geplunderd. In Marquette vallen de soldaten het cisterciënzerklooster binnen, de zusters worden verkracht en naakt uit het klooster gejaagd en meegevoerd naar het Franse kamp waar ze overgeleverd worden aan de willekeur van de teugelloze soldaten.

De bittere jammerklachten van de Vlaamse geestelijkheid bij de paus geven slechts een flauw denkbeeld van het optreden van de Franse soldaten. In een protestverklaring aan de paus Bonifacius VIII beschrijft Gwijde het gedrag van de Fransen als "te verschrikkelijk om ervan te gewagen, te afgrijselijk om er aan te denken en te gruwelijk om ervan te horen". Maar, zoals we verder zullen zien, valt er van die paus voor Vlaanderen niet veel te verwachten.

Bonifacius VIIIBonifacius VIII Paus van Rome
van 1294 tot 1303

De Franse opmars toont duidelijk aan hoe zwak de militaire positie is van de graaf, want alle pogingen ten spijt om het Franse geweld te stoppen blijven de plunderingen en zinloze verwoestingen doorgaan. Niets kan de Fransen tegenhouden. Verder oprukkend naar het noorden wordt Kortrijk ingenomen en worden de 120 molens rond leper in brand gestoken.

In Veurne, waar Willem van Gulik, kleinzoon van Gwijde, met enkele Vlaamse ridders dit oprukken meende te stoppen, had Robert d' Artois heimelijk betrekkingen aangeknoopt met de Leliaards, die onder de Vlaamse banier streden. Toen de Vlamingen bij Bulskamp trachtten de Franse troepen de overgang van een kleine rivier te beletten liepen op een gegeven teken van Robert d'Artois de Leliaards naar de Fransen over met het gevolg dat het Vlaamse leger, verdund door het verraad van de Leliaards, een vreselijke nederlaag leed.

Meer dan tweehonderd Vlamingen lieten er het leven. Willem van Gulik, zwaar gekwetst werd gevangengenomen en overleed enkele dagen later. Wat er nog van het Vlaamse leger overbleef nam de vlucht. Veurne werd ingenomen en in brand gestoken.

 

De Engelsen komen en.... gaan!

Op 28 augustus 1297 komen te Sluis de Engelse versterkingen aan die in januari in lpswich tussen Gwijde en Edward I, koning van Engeland waren overeengekomen (zie hoodfstuk 26). Het Engelse leger dat ingevolge deze overeenkomst Vlaanderen militair moet bijstaan in geval van oorlog tegen Frankrijk, telt 140 ridders, 530 zware ruiters en 7000 man voetvolk. Dit is niet bepaald wat Gwijde had verwacht als men bedenkt dat het Franse leger uit 10.000 ruiters bestond en 60.000 soldaten te voet. Bovendien laat de kwaliteit van de Engelse troepen te wensen over daar het beste gedeelte van het Engelse leger in een oorlog is verwikkeld tegen Schotland en in Engeland is gebleven.

Al van bij hun aankomst in Damme rijzen er problemen tussen de Engelse soldaten en de bevolking; plunderingen zijn dagelijkse kost en de vrouwen laten zich beter niet zien of ze worden door dronken soldaten lastiggevallen. Komt daarbij dat de Schotten en de Welshmen die van het Engelse leger deel uitmaken,. ook nog onderling slaags geraken. Zeventien schepen gaan in de vlammen op en er vallen 165 doden. Edward heeft heel wat tijd nodig om de orde tussen zijn troepen te herstellen zodat het uiteindelijk 2 september wordt voordat hij kan oprukken naar Brugge.

Maar zover is hij nooit gekomen. De Bruggelingen die hoorden van het optreden der Engelsen in Damme en de vijandelijke houding van de Brugse patriciërs tegenover de Engelsen, dwingen hem van zijn weg af te wijken. Bovendien is Brugge op dat ogenblik niet te verdedigen. Een gedeelte van de stadswallen was net afgebroken om een nieuwe wijk tussen de muren te brengen, maar de nieuwe verdedigingsmuren en wallen waren door de oorlogsproblemen nog verre van klaar

Edward verandert dus van richting en rukt nu op naar Gent, waar op dat ogenblik Gwijde verblijft. Deze heeft het echt moeilijk. Niet alleen is hij diep teleurgesteld over de beperkte Engelse steun, maar bovendien ontvangt hij ook nog de mare dat de Duitse koning, van wie hij eveneens hulp had verwacht in zijn strijd tegen Frankrijk, ervan afziet enige militaire hulp te bieden. Hij heeft problemen in eigen land, bovendien kreeg hij van de Franse koning ook nog een "financiële hulp" om hem mee te helpen om in eigen land orde op zaken te stellen. En uit Rome ontvangt hij tenslotte nog het bericht dat de paus Lodewijk IX, later Saint Louis genoemd, heilig heeft verklaard.

Edward IEdward I, koning van Engeland van 1272 tot 1307

De toestand ziet er dus voor Vlaanderen heel slecht uit en wordt bij de dag nog slechter. Na de catastrofe bij Bulskamp had op 1 september ook Rijsel zich moeten overgeven. Weliswaar mocht Robrecht van Béthune de stad met een gedeelte van zijn garnizoen verlaten maar had hij voor die prijs aan de Franse bevelhebber Charles de Valois zijn akkoord moeten geven dat de Vlaamse edelen van het garnizoen vrij waren om partij de kiezen voor de koning of voor de graaf. Van de twintig ondervraagden kozen er zeven voor de koning.

Na de val van Rijsel rukken de Fransen verder op in de richting van Brugge tot ze op 7 september Ingelmunster bereiken en zich voorbereiden op een Engels-Vlaamse tegenaanval. Maar er duiken geen Engelsen op, wel krijgen ze het bezoek van een Brugse delegatie die zich in de naam van de Bruggelingen wil verzoenen met de koning. Dit verzoek tot verzoening wordt gretig aanvaard en zo komt Brugge, zowat de rijkste stad van Vlaanderen, zonder slag of stoot in het bezit van de Fransen.

Maar dat is niet alles, na Brugge doet ook Damme een knieval voor de Franse koning en na een deel van zijn troepen in Brugge te hebben achtergelaten om er de troepen van de graaf buiten te houden, rukt hij verder op naar het noorden. De Engelse vloot kan op het nippertje Damme verlaten en zeilt naar Sluis vanwaar het gekomen is. Einde van het Engelse avontuur.

Bonifacius VIII

Toen kwamen er vanwege paus Bonifacius VIII twee kardinalen te Kortrijk aan met een bul, waarbij de paus voorstelde persoonlijk als bemiddelaar op te treden in het geschil tussen de Franse en de Engelse koning. Dit lukte vrij goed. Reeds na enkele dagen onderhandelen slaagden de kardinalen erin een wapenstilstand te bewerken. Dit gebeurde op 9 oktober 1297 te St-Baafs-Vijve.

Beide partijen zouden hun wederzijdse stellingen tot op 7 december 1297 behouden. Weze hierbij gezegd dat we onder die "stellingen" de gebieden moeten verstaan die op dat ogenblik in het bezit zijn van de Franse koning en de gebieden die nog in handen zijn van Gwijde. De graaf, zonder dat hij in de overeenkomst werd vernoemd, was wel op de hoogte van de inhoud en kon gezien zijn zwakke positie niet veel anders doen dan instemmen met het voorstel.

In het midden van oktober 1297 keerde Filips de Schone naar Frankrijk terug. Hij liet in de door de Fransen bezette gebieden een sterke bezettingsmacht achter onder het bevel van Raoul de Nesle, die als koninklijk gouvemeur van het bezette deel van Vlaanderen werd aangesteld. Dat was wel het grootste gedeelte want Gwijde behield alleen nog Gent, Oudenaarde, de vier Ambachten en het land van Waas. Zowat twee derden van Vlaanderen was een Frans wingewest geworden.

Het was dus uiteindelijk in Rome dat de toekomst van Vlaanderen zou worden besiist. En dat zag er niet goed uit want Bonifacius VIII had al vanaf het begin van 1297 zijn voorkeur voor de Franse koning laten blijken. Zo kende hij zelfs allerlei gunsten toe aan Pierre Flote die zich nochtans altijd tegen de macht van de Kerk had verzet door o.a. aan de Franse geestelijkheid toe te staan aan de koning "hulpgelden" te schenken "ten einde het pas gepleegde verraad van de graaf van Vlaanderen" te helpen bestraffen.

Gwijde was ongerust over wat er in Rome tijdens de vredesbesprekingen zal beslist worden en zendt in juni 1298 een gezantschap naar Rome dat bestaat uit zijn zonen Robrecht van Béthune, Filips, graaf van Chieti, en Lorette en Jan van Namen. Hun opdracht bestaat erin van de paus de medewerking te krijgen om de vnjlating van Filipinna, die nog steeds in het Louvre gevangen zit, te verkrijgen en hem te overtuigen dat de graaf in zijn geschil met de Franse koning het recht aan zijn kant heeft.

Raoul de NesleRaoul de Nesle
Koninklijk Gouverneur van het door de Fransen bezette gedeelte van Vlaanderen

Maar de toornige paus, die door hun verzoek geërgerd was, valt tegen hen uit en in plaats van wat ze verlangen, al was het maar te overwegen, eist hij van hen dat ze zich onvoorwaardelijk onderwerpen aan wat hij zal beslissen. De prinsen geven geen antwoord want uit wat de paus van hen eist blijkt dat hij geenszins de bedoeling heeft hun verzoek in te willigen. Voor ze terug vertrekken naar Vlaanderen wachten ze met spanning af wat die pauselijke beslissing wel inhoudt en dat vernemen ze enkele dagen later, op 27 juni 1298.

Op die dag sprak Bonifacius in een plechtig consistorium het scheidsvonnis uit tussen Edward en Filips. Buiten de vrede die door beide koningen moest worden gerespecteerd werd ook de ondertrouw aangekondigd van Isabella, de dochter van Filips de Schone, met de prins van Wallis, de oud-verloofde van Filipinna, die nog steeds in het Louvre gevangen zat en niet eens werd vermeld. In feite werd door dit vonnis Gwijde zowel door Engeland, zijn oude bondgenoot, als door de paus aan zijn vijand overgeleverd.

Dit is het teleurstellende bericht dat de prinsen, wanneer ze terug in Vlaanderen komen, aan hun vader en hun zieke moeder, Isabella van Luxemburg, die kort daarop zal overlijden, moeten mededelen. De slag komt hard aan. Verlaten door zijn bondgenoten en ontzegdt van de pauselijke steun staat Gwijde nu heel alleen.


Vlaanderen verliest de oorlog

Gwijde van Dampierre is nu 75 jaar oud. Al de tegenslagen die hij heeft moeten ondergaan hebben hun tol geëist. Als hij kort daarop ook zijn gemalin verliest heeft hij de kracht niet meer om Vlaanderen nog te besturen in de moeilijke omstandigheden waarin het verkeert. Op 3 november 1299 besluit hij dan ook het bestuur van het land over te dragen aan zijn oudste zoon uit zijn eerste huwelijk, Robrecht van Béthune, en het markgraafschap Namen over te dragen aan de oudste zoon uit het tweede bed, Jan van Namen. Daarna trekt hij zich terug op het kasteel van Rupelmonde.

Door zijn eerstgeboorterecht kwam Robrecht dus als eerste in aanmerking voor de opvolging. Hij had wel de eerste rechten maar of hij als graaf ook de meest geschikte was van de acht zonen van Gwijde valt te betwijfelen. Hij was wel moedig en onverschrokken als soldaat, maar ook brutaal en opvliegend. In 1265 was hij gehuwd met Blanche van Anjou, de dochter van Charles van Anjou, de koning van Napels. Het huwelijk duurde niet lang want Blanche overleed reeds in 1269 en liet hem een zoon na, die later op elfjarige leeftijd overleed. Hij huwde dan een tweede keer met Yolanda, gravin van Nevers, die hem vijf kinderen schonk, maar ook zij leefde niet lang want in 1280 sloeg hij haar dood omdat hij er haar van verdachtte zijn zoon, uit zijn eerste huwelijk, te hebben vergiftigd.

Kort nadat Robrecht het bestuur van Vlaanderen had overgenomen, d.i. op 6 januari 1300, liep de wapenstilstand af die in 1297 door de pauselijke kardinalen was bewerkt. Zonder dralen verlaten de Fransen nu hun stellingen en trekken ze het nog niet bezette gedeelte van Vlaanderen binnen. Ondertussen, in november 1299, was Holland in de handen gekomen van Jean van Avesnes, de graaf van Henegouwen en erfvijand van de Dampierres (zie hoofdstuk 25), waardoor Vlaanderen nu ook nog een vijand kreeg aan zijn noordgrens.

De toestand is nu volledig hopeloos. De Fransen trekken zonder praktisch enige weerstand te ondervinden dwars door Vlaanderen. Er wordt nog wel gevochten bij Poperinge, Hazebroek en Maldegem, maar telkens worden de Vlamingen, die niet opgewassen zijn tegen het machtige Franse leger, verslagen. Het einde is nabij wanneer op 30 april 1300 ook Damme, verdedigd door Willem van Dendermonde, tweede zoon van Gwijde, in handen valt van de Fransen en Willem gevangen genomen.

Robrecht van Béthune en zijn eerste vrouw, Blanche van Anjou.Robrecht van Béthune en zijn eerste vrouw, Blanche van Anjou.
(Groot Seminarie Brugge)

Charles de Valois, die de Franse troepen aanvoert, laat Willem vrij op voorwaarde dat hij aan Gwijde en Robrecht de Franse eisen voor een stopzetting van de vijandelijkheden overbrengt. Gwijde en Robrecht moeten zich overgeven maar de Vlaamse steden zullen hun rechten en vrijheden behouden. Over de goederen van de Liebaards zal de koning later beslissen en de gevluchte Leliaards zullen hun posities en goederen terug krijgen. Wanneer Gwijde en Robrecht van de Franse eisen kennis nemen hebben ze weinig keuze. De oorlog is verloren en Vlaanderen is veroverd.

Gwijde en zijn twee oudste zonen, Robrecht en Willem, met nog een vijftigtal trouwe ridders geven zich over en reizen naar Parijs om zich aan Filips de Schone te onderwerpen. Zoals te verwachten worden ze bij aankomst aangehouden en gevangen gezet. Gwijde zal nooit meer vrijkomen.


bibliografie:
1. FRIS, Victor. "Vlaanderens vrijmaking in 1302", Uitg. J. Vuylsteke, Gent 1902.
2. VAN OVERMEIRE, Karim. "De guldensporenslag", Uitg. Egmont, Brussel 2001.

Inhoudstafelnaar hoofdstuk 28

 
 
Over Herman Boel

Herman Boel is voltijds zelfstandig vertaler en auteur van twee skeptische boeken.

Lees meer »
Disclaimer
  • Aansprakelijkheid voor gebruik van de inhoud van de website.

Lees meer »
Browsercompatibiliteit

Deze webstek werkt prima in moderne browsers als Google Chrome, Firefox en Opera en mogelijk ook min of meer goed in Internet Explorer en Safari.

Contact

U kan me contacteren via het het invulformulier.

Online contactformulier »