De geschiedenis van Vlaanderen - Hoofdstuk 25

Margareta Van Constantinopel, Gravin van Vlaanderen (2)

Geschreven door: Charles Vanderhaegen - in lichte mate bewerkt door Herman Boel
Gepubliceerd met vriendelijke toestemming van Charles Vanderhaegen. 

De wraak

Margareta van Constantinopel, jongste dochter van Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen, kruisvader en keizer van Constantinopel, verwerft op 5 december 1244, bij de dood van haar zuster Johanna, de Vlaamse troon. Ze is dan 42 jaar oud en 12 jaar weduwe van Willem van Dampierre, haar tweede echtgenoot.

Uit haar eerste huwelijk met Bouchard van Avesnes had ze twee kinderen, Jean en Boudewijn en uit haar tweede huwelijk vijf, waarvan drie jongens. De eerste was naar zijn vader Willem genoemd en was voorbeschikt haar op te volgen maar hij kwam in 1251 tragisch om in het toernooi van Trazignies. De tweede was Gwijde de latere graaf van Vlaanderen, en de derde ten slotte was Jan die overlijdt in 1258.

De dood van Willem was een verschrikkelijke slag voor Margareta, vooral toen ze vernam dat hij tijdens het toernooi door een groep Henegouwse ridders van achteren werd aangevallen, van zijn paard gestoten en door de aanstormende paarden verpletterd. Margareta schreef de schuld van deze allesbehalve ridderlijke daad toe aan Jean van Avesnes, zoals gezien de oudste zoon uit haar eerste huwelijk, die door de Franse koning, samen met zijn broeder Boudewijn, tot grote ergernis van Margareta de grafelijke erfenisrechten hadden verkregen over het graafschap Henegouwen met al zijn afhankelijkheden.

De uitgesproken afkeer die Margareta steeds had betuigd ten opzichte van haar zonen uit haar eerste huwelijk sloeg nu om in haat en ze zwoer de dood van haar geliefde zoon Willem te zullen wreken. De mogelijkheden om de Avesnes rechtstreeks persoonlijk aan te vallen waren echter vrij gering, doch met het graafschap Henegouwen zelf was dit niet het geval. Tenslotte was zij er nog altijd de wettelijke gravin van, zodat ze haar wraakgevoelens dacht te kunnen uitwerken op dit graafschap waarvan de erfelijke rechten waren toegekend aan een zoon die ze verafschuwde.

Het eerste wat ze deed was een groot gedeelte van de Henegouwse gerechtsdienaren ontslaan en in het bijzonder deze die in het graafschap geboren waren. Vielen onder dit besluit: de groot-baljuw, de gewone baljuws en de provoosten belast met de gerechtelijke procedures. Allen werden ze vervangen door Vlamingen van haar keuze. Er moet hierbij wel worden vermeld dat dit op zichzelf niets onwettelijks had, want het behoorde tot een van de grafelijke voorrechten de gerechtelijke ambtenaren te benoemen en te ontslaan.

Maar dat was niet alles. Tegelijkertijd plaatste ze een leger van 300 manschappen (vazallen genoemd) onder het leiderschap van de nieuw benoemde groot-baljuw om in het graafschap de zaken onder controle te houden, in geval er tegen haar optreden een opstand zou uitbreken. Ook nieuwe taksen werden ingevoerd en de inning daarvan toevertrouwd aan dat nieuwe leger, maar die inningen leken meer op rooftochten dan op gerechtvaardigde invorderingen. Niemand ontsnapte aan hun roofzucht, de edelen, de priesters de burgers, zelfs de armsten onder de bevolking, werden met geweld gedwongen te betalen.

Terzelfdertijd deed ze al het mogelijke om de toestanden in het Vlaams graafschap te verbeteren. Zo stelde ze een groot gedeelte van haar lijfeigenen vrij, erkende ze nieuwe rechten toe aan de gemeenten, bevorderde en beschermde ze op alle mogelijke manieren de handel en de industrie en steunde ze geldelijk de kerk en de kloosters.

 

Opstand!

Dit soort van bestuur van twee maten en twee gewichten lokte onvermijdelijk een reactie uit die uitmondde in een regelrechte opstand vanwege Henegouwen tegen het bewind van Margareta.

De aanleiding was een incident dat zich afspeelde te Chièvres, een kleine gemeente in Henegouwen waar jaarlijks de donderdag voor Allerheiligen een veemarkt werd gehouden. Een zekere Gérard-le-Rond kocht er een os waarmede hij met twee van zijn knechten de terugtocht naar zijn boerderij ondernam. Net buiten Chièvres aangekomen werd hij echter met zijn gezellen tot staan gebracht door een groep van Margareta's leger die de os opeisten om, zo beweerden ze, die ter gelegenheid van het naderende kerstfeest aan de gravin te schenken. Toen Gérard weigerde op hun eis in te gaan, omdat hij die os eerlijk had gekocht en betaald, gingen ze hem te lijf en werd hij gruwelijk met veelvuldige messteken afgemaakt.

De vazallen lieten het lijk van Gérard achter en vertrokken met de os naar Ath, waar ze die voor twaalf geldstukken verkochten aan de Vlaamse slotvoogd. Ondertussen haastten de twee gezellen van Gérard, ontsteld door zoveel geweld, zich terug naar Chièvres waar ze aan al wie het horen wilde vertelden wat er gebeurd was. De zes zonen van Gérard die dit vreselijke nieuws vernamen, gingen nu het lijk van hun vader ophalen en brachten het op een berrie gelegen naar de markt waar het met kreten van smart en geroep om wraak aan de menigte werd tentoongesteld.

Het gevolg bleef niet uit. De groep van de zes zonen van Gérard zwoeren dat ze niet zouden rusten zolang ze de moordenaars van hun vader niet hadden gevonden en gerechtigd. Zonder uitzondering kregen ze gelijk van de menigte en weldra groeide de groep van zes aan tot zestig vastberaden mannen die met alles wat ze maar konden vinden gewapend op zoek gingen naar de moorddadige vazallen.

De eerste die ze vonden vormden een groep van tien vazallen die ze op de vooravond van Sint Maarten (1252) konden verrassen terwijl ze met hun minnaressen in een herberg in Melin een soort van feest aan het vieren waren. Alle tien werden afgemaakt en hun minnaressen gruwelijk verminkt. Van Melin trokken ze naar Arbre waar ze nog zes vazallen konden verrassen en doden. De groep van opstandelingen groeide steeds verder aan en de jacht op Margareta's vazallen ging onverdroten door tot zelfs ook Jean van Avesnes zich bij de opstandelingen aansloot.

Toen Margareta dit vernam gaf ze opdracht aan haar groot-baljuw zich tot de bisschop van Luik te richten opdat deze orders zou geven om de opstandelingen in de naam van de Kerk vogelvrij te verklaren en waar men ze ook maar mocht vinden ze op te hangen, te onthoofden of te radbraken. Maar de bisschop ging hier niet op in, integendeel. In plaats van de opstandelingen te veroordelen werden hun daden als gerechtvaardigd beschouwd en in het belang van de "getrouwe" Jean van Avesnes moesten de opstandelingen al de vrijheden genieten waar ze recht op hadden.

Margareta stond tegenover een machtig personage als de bisschop van Luik absoluut machteloos, zodat ze het zoveelste affront moest slikken. Ze kon niet anders dan haar vazallen terugroepen, hun groep of wat er nog van overbleef ontbinden en een einde stellen aan alle acties tegen de opstandelingen die nu vrijuit gingen.

Paus Innocentius IVPaus Innocentius IV
(Hierbij afgebeeld wanneer hij in 1245 de Duitse keizer Frederik II afzette en
daarbij Willem II Graaf van Holland steunde als kandidaat voor het keizerschap)
(Bibliothèque nationale)

 

Een oorlog tussen broers

Maar aan Margareta's problemen kwam er hiermee geen eind, vooral toen haar het nieuws bereikte dat paus Innocentius IV de Rooms-koning, Willem II, graaf van Holland en schoonbroer van Jean van Avesnes, had gesteund toen deze op 11 juli 1252, de gravin van haar lenen Namen en Rijksvlaanderen vervallen had verklaard en deze gebieden aan Jean van Avesnes had toegekend.

Na het affront dat ze had opgelopen in verband met haar optreden in Henegouwen en nu een tweede affront had moeten incasseren wat betreft de steun van de paus aan haar zoon Jean van Avesnes, werd ze woedend en besloot ze deze "diefstal" van haar twee lenen met de wapens teniet te doen. Ze riep alle Vlaamse en enkele Franse edelen op haar in haar strijd voor het behoud van de Vlaamse leenrechten te steunen

Haar twee zonen Gwijde en Jan Dampierre samen met Thibault, graaf van Guines en heel wat Vlaamse en Franse adel, organiseerden nu zonder verwijl te Biervliet (juni1253) een aanzienlijk leger met landingsboten waarmee ze Zeeland wilden binnenvallen en door zich meester te maken van Willems eilanden, hem wilden dwingen de twee lenen terug te geven.

Maar ook Willem II bleef niet stilzitten. Zodra hem het bericht ter ore kwam dat Margareta een leger aan het opbouwen was aan de linkeroever van de Schelde, van waaruit ze klaarblijkelijk, via de Zeelandse eilanden, het Hollandse graafschap wilde binnenvallen, stuurde hij zijn broer Floris met een sterke troep soldaten naar Walcheren.

Tegelijkertijd deed hij beroep op Jean van Avesnes die onmiddellijk de Henegouwse ridders opriep om zijn schoonbroer Willem bij te staan in zijn strijd tegen Margareta. Zijn oproep werd met groot enthousiasme door de Henegouwers ontvangen. Terwijl de Dampierres nog bezig waren hun invasieleger te Biervliet voor de aanval te organiseren werd er in Henegouwen een leger samengesteld onder de leiding van Gérard de Jauche die nog aan de zijde van de Henegouwse opstandelingen had gestaan. Met een groep Henegouwse ridders gesteund door een voetvolk waaronder meer dan zeshonderd vroegere opstandelingen, op hun beurt belust op wraak voor wat Margareta hen had aangedaan, trok hij naar Holland, waar hij zich bij Willems leger, onder leiding van Floris, voegde.

In de vroege morgen van 4 juli 1253 ging het Vlaamse leger tot de aanval over en landde het vol zelfvertrouwen op de zuidkust van het eiland Walcheren, nabij Westkapelle (nu onder water). Maar Floris' troepen waakten en vertrouwd met het modderachtig terrein, toen typisch voor de zuidkust van Walcheren, marcheerden zij het Vlaamse leger, dat zich moeilijk verplaatste op een terrein dat hen onbekend was, tegemoet.

De botsing van de twee legers was verschrikkelijk en al spoedig veranderde de Walcherense kust in een bloedbad. Het Vlaamse leger, verrast door een Hollands leger dat ze niet hadden verwacht, werd volledig verpletterd. Een groot gedeelte van de Vlaamse ridders werd afgemaakt toen ze weigerden zich over te geven en veel soldaten verdronken toen ze op de vlucht de Schelde wilden oversteken. Wat er van het Vlaamse leger overbleef werd gevangen genomen, waaronder Gwijde en Jan Dampierre en de graaf van Guines.

Willem II die zich op dat ogenblik te Antwerpen bevond, werd praktisch nog dezelfde dag op de hoogte gebracht van de Hollands-Henegouwse overwinning op het Vlaamse leger. Zonder dralen scheepte hij in naar Walcheren waar hem de gevangenen werden voorgesteld. Uit de groep koos hij 230 ridders die hij later alleen maar vrij zou stellen mits de betaling van een losgeld. Gwijde en Jan Dampierre alsmede de graaf van Guines werden apart gehouden. Hij zou later over hun lot beslissen. De rest van de gevangenen die niet over de middelen beschikten om zich vrij te kopen werd beroofd van hun klederen en van wat ze ook maar mochten bezitten, en aldus totaal vernederd, mochten ze terugkeren naar Vlaanderen.

 

De veldtocht van Charles van Anjou

Toen het bericht, dat het Vlaamse leger door de Hollanders was verslagen en haar twee geliefde zonen gevangen genomen, Margareta bereikte werd ze door een mengeling van smart, wanhoop en toorn getroffen. Ze had haar geliefde zoon Willem verloren die haar op de Vlaamse troon moest opvolgen, haar wraakneming op Henegouwen was mislukt en nu werden haar twee andere zonen Gwijde en Jan ook nog door die gehate Willem II van Holland gevangen gehouden.

Maar dit was niet alles. Door het feit dat ze geweigerd had de afstand van haar lenen te aanvaarden werd ze nu ook nog enkele maanden later door de paus geëxcommuniceerd en werd het interdict op Vlaanderen geworpen. Ongeveer tezelfdertijd ontving ze ook nog van Willem II, Hollandse graaf en Rooms-koning die als kandidaat voor het Duitse keizerschap optrad, een brief waarin hij eiste dat zijn toekenning van de lenen Namen en Rijks-Vlaanderen aan Jean van Avesnes door haar moest worden erkend en dat ze bovendien om de vrijheid van haar twee zonen terug te krijgen bereid moest zijn een som van 200.000 florijnen "van goed gewicht" in de schatkist van het Hollandse graafschap te storten.

MargaretaDe ergernis van Margareta kende nu geen grenzen meer. Haar eergevoel diep gekwetst, haar schatkist in gevaar, maar haar koppigheid nog steeds onaangetast, stortte ze zich in een avontuur waarvan ze op dat ogenblik moeilijk de gevolgen kon overzien.

Ze riep haar raadsheren bijeen en sprak hen toe: "Mijne heren, ge kent mijn beslissing wat betreft het Vlaamse graafschap, maar wat betreft Henegouwen heb ik een ander plan. Ik ga naar de Franse koning, mijn kozijn, en zal hem dat opstandige graafschap onherroepelijk schenken op voorwaarde dat hij al het nodige doet om mijn twee zonen Gwijde en Jan uit hun gevangenschap te bevrijden en ons te wreken voor wat mijn rebellerende zonen Willem hebben aangedaan".

Drie dagen na deze verklaring vertrok ze naar Parijs om de koning, Lodewijk IX, te ontmoeten. Die was niet bijzonder enthousiast haar te ontvangen want hij liet haar drie dagen wachten voor hij bereid was te luisteren naar wat ze had te vertellen. Toen hij hoorde wat ze hem aanbood weigerde hij verder met haar te praten en nam hij afscheid zeggende: "De Avesnes zijn net zo goed uw kinderen als de Dampierres en ik ben niet van plan terug te komen op het arbitrale oordeel van 1246 waarmede gij toen hebt ingestemd en waarbij aan de Avesnes de grafelijke erfenisrechten werden toegekend op het graafschap Henegouwen".

Dat haar voorstel door de koning werd afgewezen kon de koppige Margareta echter niet tot andere gedachten brengen. Toen enige tijd later de Franse koning naar het Nabije Oosten vertrok om deel te nemen aan de (zevende) kruistocht ging Margareta Blanche van Castille, weduwe van Lodewijk VIII en moeder van Lodewijk IX, opzoeken om haar te verzoeken het voorstel dat ze aan de koning had voorgelegd te steunen. Maar Blanche zei niet ja of neen en stuurde haar door naar haar zoon Charles van Anjou, de latere Charles I van Sicilië.

Die ontving haar zonder enig probleem en luisterde aandachtig toen ze hem het voorstel, dat ze aan Lodewijk had gedaan, uiteenzette met dit verschil dat ze nu Henegouwen onherroepelijk aan Charles aanbood voor zijn medewerking. De prins scheen haar tamelijk goed gezind en stemde met haar voorstel in, met dit verschil dat hij wel Henegouwen in bezit wilde nemen maar niet "onherroepelijk", alleen maar zolang zij zou leven. Na haar dood zou het graafschap terug in het bezit komen van de Avesnes, zoals zijn broeder Lodewijk dit had bepaald in het charter van juli 1246.

Blanche van CastilleBlanche van Castille op haar huwelijk met Lodewijk VIII en haar kroning als koningin van Frankrijk
(Bibl. municipale de Toulouse)

Margareta, die nu eindelijk scheen te begrijpen dat ze er nooit zou in slagen de grafelijke rechten van haar twee zonen Jean en Boudewijn van Avesnes teniet te doen, stemde met het tegenvoorstel van Charles in. Toen het ook aan Blanche, de koningin-moeder, werd voorgelegd alsmede aan haar raadsheren, werd het zonder enige tegenstand goedgekeurd. Tenslotte, zo was de redenering, kon Margareta niet ingaan tegen de koninklijke beslissing van 1246, maar ze kon wel als gravin het vruchtgebruik van het betwiste graafschap toekennen aan gelijk wie zij daarvoor zou uitkiezen.

Charles vormde nu onmiddellijk een leger waarmee hij tegen de Hollandse graaf Willem II en de Avesnes zou kunnen optrekken. Heel wat Franse adel, allen met hun soldaten, stroomde toe om zich bij Charles' leger te voegen. Op heel korte tijd vormde de prins een formidabele militaire macht die zich in de lente van 1254 in de streek van Compiègne verzamelde, onder het goedkeurend oog van Margareta die dat spektakel niet wilde missen.

Een groep van koninklijke herauten werd nu, in de naam van Charles en Margareta, naar Duitsland gestuurd, waar Willem, zich als Rooms koning ophield, met het bevel de twee Dampierres zonder verwijl vrij te laten of, indien hij dit weigerde, zich met zijn leger klaar te houden om op de weilanden van Asse, tussen Brussel en Aalst, strijd te leveren tegen het Franse leger. De dagvaarding besloot met het dreigement dat indien Willem niet met zijn leger op de afgesproken tijd op de weiden van Asse verscheen, het Franse leger zou overgaan tot de verovering van Holland.

 

Nog eens oorlog

Het antwoord van Willem op dit "bevel" van Charles liet niet op zich wachten. Willem verwittigde Charles dat hij maar beter niet op de weilanden van Asse zou verschijnen, want zijn troepen zouden daar het eerste zijn en het Franse leger een nederlaag toebrengen net zoals het het Vlaamse leger had toegebracht in de strijd om Zeeland. En om zijn woorden kracht bij te zetten voegde hij bij zijn antwoord de gouden ketting die Gwijde had gedragen toen hij te Westkapelle werd gevangen genomen.

Charles, schijnbaar in de war gebracht door dit onverwachte antwoord, wist niet precies wat te doen en besloot dan maar Henegouwen militair te veroveren, want een mogelijkheid om zich van dit graafschap meester te maken zonder tegenstand van Willem en van de Avesnes, zag hij niet. Hij drong dus met zijn troepen Henegouwen binnen, veroverde Crèvecoeur, Haussy en Saulzoir en stak alles in brand wat hij op zijn weg vond. Alleen het kasteel van Bouchain liet hij onaangeroerd toen hij vernam dat de vrouw van Jean van Avesnes, Aleidis, de zuster van Willem II, daar verbleef en op het punt stond haar eerste kind te baren.

Ontzet over al dat geweld vluchtte een groot deel van de boeren, die het weinige dat ze bezaten nodeloos verloren zagen gaan, naar Valenciennes, de best versterkte stad van Henegouwen, die zich haastig in staat van verdediging bracht omdat het ieder ogenblik het leger van Charles en Margareta verwachtte. Dat was net op tijd want nauwelijks was de stad militair paraat om weerstand te kunnen bieden of een heraut van Margareta verscheen voor de stadspoorten met een brief van de gravin waarin zij van de stadhouders eiste Charles van Anjou als hun enige wettelijke heer te erkennen, er op aandrong voor hem de poorten te openen en indien dit niet gebeurde zij de stadhouders verwittigde dat dit met geweld zou worden afgedwongen.

Maar de stadhouders waren niet onder de indruk. Ze stuurden Margareta's heraut terug met een brief waarin ze stelden dat ze de gravin met alle respect in de stad zouden hebben ontvangen als enige wettelijke gravin van Henegouwen, was ze maar in vrede gekomen en niet met een vijandelijk leger dat het land leegroofde aangevuld met ongerechtigde bedreigingen. Zij beschouwden haar nu niet meer alleen als een verraadster van het graafschap maar ook als een "tiran" en een "plunderaarster".

De belegering van ValenciennesDe belegering van Valenciennes
(Volgens een miniatuur uit de 'Rijmbijbel' van Jacob van Maedant)

Dit gedurfde antwoord van de stadhouders beschouwde Margareta als een zoveelste affront en onverwijld spoorde ze Charles aan tot de aanval op de versterkte stad over te gaan, wat ook gebeurde. De stad werd omsingeld en de belegering begon. Gedurende twaalf dagen werd de stad bestormd maar zonder succes. Het waren de troepen van Charles die het meeste hadden te verduren, heel wat van zijn soldaten sneuvelden zonder dat de stad enige vermoeidheid vertoonde.

Charles begreep dat hij niet eeuwig voor Valenciennes kon blijven liggen en liet een klein garnizoen achter om de belegerde stad in de gaten te houden. Hij trok met de rest van zijn troepen dieper Henegouwen binnen en kon hij zich op vrij gemakkelijke wijze meester maken van heel wat gemeenten.

Ondertussen waren Willem II en Jean van Avesnes echter met hun leger aangekomen op de weilanden van Asse waar er niets van de Franse troepen te bespeuren viel. Na drie dagen nutteloos te hebben gewacht vertrokken ze naar Henegouwen. Zonder veel moeite maakte Jean zich meester van Binche en Mons, terwijl Willem doortrok naar Valenciennes, van waaruit ondertussen Charles met nog nauwelijks zesduizend soldaten, alles wat er van leger overbleef. zich had teruggetrokken.

Die domme oorlog moe namen nu Enguerand van Coucy, de graaf van Blois en de graaf van Saint-Pol, alle drie verwanten en bondgenoten van Jean van Avesnes, contact op met beide partijen om een einde te stellen aan de vijandelijkheden. Beide antagonisten kwamen al vlug tot een overeenkomst. Charles vertrok met de rest van het leger terug naar Frankrijk en tot groot ongenoegen van Margareta werd Jean van Avesnes in zijn rechten op het Henegouwse graafschap hersteld.

 

Dood van Willem II en eindelijk vrede

Willem II was nu verzekerd dat zijn schoonbroer, na de dood van Margareta, de onbetwiste graaf van Hengouwen zou worden, en vertrok op zijn beurt naar Holland waar de Friezen van zijn afwezigheid gebruik hadden gemaakt om Holland binnen te vallen. In het midden van de winter, d.i. op 28 januari 1256, rukte hij op naar Alkmaar om de Friezen daar te lijf te gaan, maar deze trokken zich over de bevroren moerassen terug. De onstuimige Willem die niet begreep dat zij hem in een val lokten, volgde hen met zoveel geestdrift dat hij vergat op welk verraderlijk terrein hij zich bewoog. Het ijs kon zijn paard niet dragen, het brak en Willem viel in het ijskoude water. Vóór hij in staat was recht te komen werd hij door Friezen, die bij het zien van zijn val rechtsomkeer hadden gemaakt, om het leven gebracht.

Willem was toen 28 jaar oud en zijn dood was voor Jean van Avesnes een zware slag. Hij was in zijn strijd tegen zijn moeder Margareta de enige steun geweest. Hij verloor nu alle moed om nog verder te strijden en samen met zijn broer Boudewijn besloot hij met zijn moeder in contact te treden om met haar tot een duurzame overeenkomst te komen. Hendrik III, de hertog van Brabant, verklaarde zich bereid als bemiddelaar op te treden. Beide partijen kwamen samen en zonder veel problemen werd er een akkoord bereikt. Margareta, moe gevochten en met nog maar één doel voor ogen, nl. het vrijkomen van haar twee zonen Gwijde en Jan Dampierre, erkende de rechten van de Avesnes op het Henegouwse graafschap zoals in 1246 bepaald door Lodewijk IX, terwijl diezelfde Avesnes hun strijd tegen haar zouden staken.

Kort daarna, op 24 september 1256, riep Lodewijk IX de strijdende partijen, Margareta, de Avesnes, Charles van Anjou en de Hollandse regent Floris samen te Péronne voor een nieuwe uitspraak. Deze bepaalde het volgende:

1. Aan Margareta werden al haar titels en rechten op haar rijksgebieden Rijks-Vlaanderen met Zeeland bewesten Schelde teruggegeven.

2. Aan de Dampierres werden voorgenoemde gebieden als onbetwiste erfenis toegewezen.

3. Alle erfrechten op het graafschap Henegouwen van de Avesnes, zoals bepaald in 1246 werden bevestigd.

Willem II, graaf van HollandWillem II, graaf van Holland, komt in 1256 om in een gevecht met de Friezen.

Tevens werd er een regeling van het Vlaams-Hollands conflict ontworpen dat op 13 oktober 1256 te Brussel zijn definitieve vorm kreeg.

Margareta deed ten gunste van Floris afstand van het Vlaamse aandeel in Zeeland bewesten Schelde maar behield wel de leenheerlijke rechten op dat gebied. Daartegenover stond dat Gwijde en Jan Dampierre tegen de betaling van die 200.000 florijnen "van goed gewicht" na een gevangenschap van meer dan drie jaar op vrije voet werden gesteld.

Zo was Margareta na al die jaren van strijd tenslotte toch hersteld in haar rechten over haar rijksgebieden en waren haar twee geliefde zonen eindelijk vrij.

Buiten de dood van Jean van Avesnes in 1257, toen 43 jaar oud, die zijn weduwe achterlaat met vijf kinderen waarvan de oudste, ook Jean genoemd, hem als graaf van Henegouwen zal opvolgen, verloopt Margaretas leven van dan af zonder bijzondere gebeurtenissen.

In 1278, ze is dan 77 jaar oud, doet ze afstand van de grafelijke troon ten voordele van haar zoon Gwijde van Dampierre en erkent ze Jean van Avesnes, haar kleinzoon, als enige wettelijke erfgenaam van Hengouwen. Op 10 februari 1280 zal ze overlijden, omringd door haar kinderen en kleinkinderen.


bibliografie:
1. LEGLAY, Edward. "Histoire des comtes de Flandre", Librairie de A. Vandale, Brussel 1843.
2. LUYCKX, Théo, Prof. Dr. "De strijd van Margareta van Constantinopel voor het behoud van haar rijksgebieden", A. De Cuyper-Robberecht, Dendermonde 1950.
3. WERVEKE, H. van. "Avesnes en Dampierre, Vlaanderens vrijheidsoorlog", Standaard Boekhandel, nr. 214135, Antwerpen 1950.

Inhoudstafelnaar hoofdstuk 26

 
 
Over Herman Boel

Herman Boel is voltijds zelfstandig vertaler en auteur van twee skeptische boeken.

Lees meer »
Disclaimer
  • Aansprakelijkheid voor gebruik van de inhoud van de website.

Lees meer »
Browsercompatibiliteit

Deze webstek werkt prima in moderne browsers als Google Chrome, Firefox en Opera en mogelijk ook min of meer goed in Internet Explorer en Safari.

Contact

U kan me contacteren via het het invulformulier.

Online contactformulier »