De geschiedenis van Vlaanderen - Hoofdstuk 23

Johanna Van Constantinopel, Gravin van Vlaanderen (3)

Geschreven door: Charles Vanderhaegen - in lichte mate bewerkt door Herman Boel
Gepubliceerd met vriendelijke toestemming van Charles Vanderhaegen. 

West-Europa na Bouvines

In 1214 werd het coalitieleger (Engeland, het Duitse Rijk en Vlaanderen) die het had opgenomen tegen de Franse koning ten velde te trekken om zich een gedeelte van zijn land toe te eigenen, door het Franse leger verslagen. Het Engelse leger onder leiding van Jan zonder Land, de koning van Engeland, werd reeds begin 1214 door Lodewijk, de zoon van Filips Augustus, in Poitou schandelijk verpletterd, wat de Engelse koning aanspoorde naar Engeland terug te keren en zijn bondgenoten, Duitsland en Vlaanderen, noodgedwongen in de steek te laten. Het andere gedeelte van het coalitieleger, dus het Duitse en het Vlaamse leger, onderging op 27 juli 1214 te Bouvines hetzelfde lot. De Duitse keizer Otto IV nam de vlucht naar Duitsland en Ferrand, leider van het Vlaamse leger en echtgenoot van gravin Johanna, werd door de Fransen gevangen genomen en triomfantelijk naar Parijs gevoerd, waar hij in de kerkers van het Louvre gevangen werd gezet en er 13 jaar zal verblijven.

Door de schitterende overwinning van Frankrijk op Engeland, Duitsland en Vlaanderen werden de internationale verhoudingen in West-Europa totaal gewijzigd. Frankrijk met Filips Augustus als koning, die nog maar een eeuw daarvoor slechts een klein gebied rond Parijs beheerste, bleek nu opeens meester te zijn van het Europese politiek schouwtoneel.

Keizer Otto IV die zoals gezien, nadat zijn troepen waren verslagen, het hazenpad had gekozen en om niet in Filips Augustus handen te vallen naar Duitsland was gevlucht en dus wat er nog van zijn leger overbleef in de steek had gelaten, werd terug in zijn land met misprijzen ontvangen. Door Bouvines was zijn keizerlijke macht volledig gebroken. Iedereen keerde zich tegen hem, de hele Duitse adel, maar ook paus Innocentius III. Daarbij werd hem door allerlei intriges ook nog het grootste gedeelte van zijn leengronden afgenomen. Hierdoor verdween Otto praktisch volledig van het politieke toneel. Vier jaar later, d.i. op 19 mei 1218, pas 36 jaar oud, zonder kinderen, stierf hij een roemloze dood en werd hij met de genade van de Franse koning en de goedkeuring van paus Innocentius III opgevolgd door Frederik II, vanaf dan de onbetwiste keizer van het verscheurde Duitsland.

Honorius IIIHonorius III

Toen in augustus 1215 de Engelse koning de Magna Charta (*), die hij op 17 juni onder de druk van de hoge adel en niet tegenstaande de ongeldigheidsverklaring door paus Innocentius III had goedgekeurd, nu plotseling opzegde en hierdoor problemen kreeg met de mistevreden edelen, riepen deze de Franse kroonprins Lodewijk ter hulp. Dezelfde Lodewijk die een jaar daarvoor Jan zonder Land in Poitou had verslagen. Lodewijk aarzelde geen ogenblik en scheepte in naar Engeland, niettegenstaande de protesten van paus Innocentius III, die sedert 1213 de Engelse grond als leengoed in bezit had (zie DVT nr 25, blz 24).

Kort daarop op 19 oktober 1216 overleed Jan zonder Land en werd hij opgevolgd door de negenjarige Hendrik III die op aandringen van de regentschapsraad de Magna Charta opnieuw erkende. Lodewijk was tevreden dat de Engelsen op hem beroep hadden gedaan om een intern probleem te regelen en keerde tevreden terug naar Frankrijk.

(*) Magna Charta (groot privilege) heet de vrijheidsbrief die de Engelse adel op 15 juni 1215 van Jan zonder Land afdwong en later werd beschouwd als de grondslag van alle burgerlijke vrijheden in Engeland.

 

Johanna's persoonlijke regering

In Vlaanderen was de toestand net zoals in Duitsland en Engeland vrij verward. Johanna, de gravin van Vlaanderen, nauwelijks 14 jaar oud, zal nu heel alleen gedurende die 13 jaar de leiding van het graafschap op haar jonge schouders moeten torsen. Zonder enige ervaring in staatszaken moet ze zich verlaten op de raad en de steun van haar naaste getrouwen en de leden van de hoogste adel.

Dertien jaar zal ze alleen moeten regeren en dit is een lange tijd. Er is heel wat gebeurd in die jaren en daarna, een tijd die we, wat Johanna betreft, kunnen indelen in vier perioden. De eerste van 1214 tot 1224 die wordt getekend door Jan van Nesle. Een tweede korte periode die loopt tussen maart en september 1225 en wordt beheersd door de valse Boudewijn. Een derde periode die loopt tussen 1225 en 1227 en getekend wordt door de baljuw van Vlaanderen, Amulf van Oudenaarde en het verdrag van Melun. En ten slotte de vierde periode die loopt tussen het vrijkomen van Ferrand en haar dood in 1244.

Maar niettegenstaande de zware taak die op haar rustte heeft ze haar man nooit maar een ogenblik vergeten. leder jaar zolang Ferrand in het Louvre gevangen zat, trachtte ze met hem in contact te treden, maar iedere ontmoeting met haar man werd door Filips Augustus geweigerd. Op een zeker ogenlik heeft ze zelfs getracht paus Honorius III (de paus van de vijfde kruistocht) in te schakelen, alsmede de bisschoppen van Cambrai en Doornik, maar ook dat is op niets uitgelopen. Ze heeft dus dertien jaar moeten wachten om haar man terug te zien.

Tien van die dertien jaar heeft ze slechts kunnen regeren mits de goedkeuring van Jan van Nesle. Die was in 1212 door Ferrand uit Vlaanderen verbannen omdat hij als burggraaf van Brugge had getracht de grafelijke macht te negeren en zelfs voorbij te streven. Daarop was hij naar Frankrijk getrokken en had hij aan Filips Augustus aangeboden deze bij te staan in zijn geplande strafexpeditie tegen Ferrand. Ter gelegenheid van de ondertekening van het verdrag van Parijs van 23 oktober 1214 had Johanna ook moeten beloven de burggraaf in zijn goederen en machtspositie te herstellen. Dit had tot gevolg dat Jan van Nesle zich terug in Vlaanderen nu opwierp als de eerste personaliteit binnen het graafschap Vlaanderen en met de steun van de Franse koning zich de titel toekende van ballivus Flandriae (baljuw van Vlaanderen).

Ferrand in de gevangenis van het LouvreFerrand in de gevangenis van het Louvre
(G.H. Moke "Geschiedenis van België)

Door de afwezigheid van Ferrand was Jan van Nesle nu in feite de vertegenwoordiger van de hoge adel en gezien die omstandigheden was het voor Johanna uitgesloten daar weerstand aan te bieden. Slechts 14 jaar oud en alle voornaamste Vlaamse edellieden die aan de zijde van Ferrand in de slag bij Bouvines hadden gestaan, gevangen in de verschillende burchten van Frankrijk, stond ze er helemaal alleen voor.

Deze machteloze toestand zal wel langzamerhand wijzigen wanneer Filips Augustus een aanvang zal nemen met het vrijlaten van de Vlaamse edelen. De eerste die werd vrijgesteld was Amulf van Oudenaarde, de latere baljuw van Vlaanderen, die we reeds hebben vernoemd. De anderen kwamen tussen 1215 en 1217 vrij na het betalen van borgsommen die varieerden tussen 1.000 en 20.000 pond parisis. Deze laatste voor de gijzelaars van Gent en Brugge.

De machtsverhouding tussen Johanna en Jan van Nesle heeft zich in de loop der jaren die volgden op Jan van Nesle's aanstelling als baljuw van Vlaanderen, buiten enkele incidenten, wel een ietwat minder antagonistische vorm aangenomen, waarschijnlijk door het feit dat Johanna ouder werd en meer en meer in staatszaken ervaring kreeg en Jan van Nesle haar meer en meer liet begaan tot hij in oktober 1224 voorgoed uit Vlaanderen vertrok om zich te vestigen in een van zijn erflanden in Frankrijk. Hiermede maakte hij plaats voor de volgende baljuw: Arnulf van Oudenaarde.

 

Johanna en Arnulf van Oudenaarde

Tijdens heel de regeringsperiode van Johanna kunnen we de edelman Amulf van Oudenaarde zeker beschouwen als degene die de verst reikende invloed op Johanna heeft uitgeoefend. Niet alleen tussen 1224 en 1227 als baljuw van Vlaanderen was hij de grootste steun die Johanna in die moeilijke jaren heeft gekend, maar ook reeds daarvoor, zelfs tijdens het baljuwschap van Jan van Nesle.

Te Bouvines was hij samen met de andere Vlaamse edellieden door Filips Augustus gevangen genomen, doch reeds een paar dagen na de veldslag op vrije voeten gesteld. Dit had hij te danken aan de machtige invloed van zijn schoonvader Rogier van Rozoi en het feit dat hij tijdens de voorbereiding van de oorlog had geweigerd aan Jan zonder Land trouw te zweren zoals Ferrand, volgens de Franse koning althans, zou hebben gedaan.

Onmiddellijk na zijn vrijlating ging hij Johanna opzoeken en is hij van dan af steeds in haar onmiddellijke omgeving gebleven. Hij vergezelde haar naar Parijs en trad op als een van de negentien ondertekenaars van het verdrag van 24 oktober 1214. In de ogen der Fransen behield hij oorspronkelijk een nogal bedenkelijke reputatie omdat hij langs de kant van de coalitie had gevochten, maar die verdween wanneer hij in 1219 samen met Jan van Nesle, deze keer aan de zijde van de Franse adel, deelnam aan de vreselijke oorlog tegen de Albigenzen (*).

Nadat Jan van Nesle in 1224 zijn Brugse kasselrij heeft verkocht en zich in Frankrijk heeft teruggetrokken, slaagt hij er in met de genade van de Franse koning Lodewijk VIII de titel van baljuw van Vlaanderen te bekomen niettegenstaande de burggraaf van Gent en nog enkele andere hoge waardigheidsbekleders op die titel aanspraak konden doen gelden. Vanaf dat ogenblik wordt hij helemaal als raadsman een trouwe steun voor Johanna in de moeilijkste periodes van haar regering.

(*) De Albigenzen waren in feite Katharen, een sekte met een sterk ascetisch ideaal, die door paus Innocentius III werden beschouwd als ketters en er in 1208 bij de Europese adel had op aangedrongen een kruistocht tegen hen te ondernemen. Ze hadden hun naam te danken aan de stad Albi in Aquitaine. De oorlog, die meer een slachting was van onschuldigen, woedde van 1209 tot 1229 en werd in het voordeel van de Kerk beslecht. Het voornaamste gevolg van de oorlog was de uitbreiding van het Franse koninklijk gezag.

Lodewijk VIIILodewijk VIII
Koning van Frankrijk 12231226

Vooral tijdens de periode van de Valse Boudewijn (zie verder) is hij voor haar van onschatbare waarde geweest. Als jonge prinses had zij van haar vader nauwelijks enige herinnering kunnen bewaren en kon ze zich alleenlijk verlaten op Amulf, die Boudewijn IX persoonlijk had gekend. Door zijn belangrijke getuigenis in de ontmaskering van de Valse Boudewijn heeft hij zijn invloed op de Vlaamse politiek ten opzichte van Frankrijk nog eens versterkt.

Johanna is hem zeer dankbaar geweest voor de rol die hij in die periode van de Valse Boudewijn heeft gespeeld en ze heeft hem ook, buiten heel wat geschenken waarmede ze zijn uitstekende diensten heeft beloond, een grote dienst bewezen. Na de ontmaskering van de Valse Boudewijn door Lodelijk VIII moesten alle versterkingen in Vlaanderen op diens bevel afgebroken worden. Johanna kon zich moeilijk hiertegen verzetten, maar ze is wel naar Parijs gegaan en is er in geslaagd van de Franse koning te bekomen dat haar beschermer zijn versterkingen ongedeerd mocht bewaren.

Haar goede verstandhouding met Amulf van Oudenaarde en hun nauwe samenwerking heeft zelfs op een zeker ogenblik tot het gerucht geleid dat de baljuw haar minnaar was. In hoeverre dit waar is weten we niet, maar het lijkt mij nogal onwaarschijnlijk wanneer, zoals we later zullen zien, ze bij het eerste verdrag van Melun aan de Franse koning een bedrag van 25.000 pond parisis betaalde voor de vrijlating van haar man.

 

De Valse Boudewijn

Een van de meest eigenaardige episodes uit de Vlaamse geschiedenis van de Middeleeuwen is zeker deze van de Valse Boudewijn. Het is het verhaal van een gebeurtenis die grote opschudding in Vlaanderen verwekte en Johanna in grote problemen bracht.

Het begon allemaal op ongeveer vier kilometer van Valencijn (Valenciennes) dicht bij het stadje Mortagne waar er zich een bos bevond dat Glangon werd genoemd. In dat bos woonde er een heremiet die leefde van hetgeen hij kon krijgen of vinden. We zijn in de lente van 1225 wanneer de heremiet als bedelaar in de straten van Mortagne verschijnt en voor een aalmoes zijn hand uitsteekt naar een voorbijkomende edelman. De edelman kijkt hem aan en na enkele seconden spert hij zijn ogen en zijn mond open van verbazing en deinst een stap achteruit. De bedelaar is al even verbaasd en vraagt aan de edelman wat hem zo heeft verrast. De edelman twijfelt even en dan zijn hoofd lichtjes knikkende als een teken van eerbied zegt hij met ferme stem: "Heer, ik ken u, gij zijt waarachtig keizer Boudewijn!"

De bedelaar protesteert en beweert niets te maken te hebben met Boudewijn IX, die twintig jaar geleden naar de kruistochten vertrok en nooit is teruggekomen. Doch hoe meer hij protesteert hoe meer de edelman overtuigd geraakt dat hij met keizer Boudewijn te maken heeft. Met een knecht die hem vergezeld grijpt de edelman de bedelaar vast, voert hem mee naar zijn huis en verzoekt hem eerbiedig plaats te nemen in een van de zetels van de woonkamer. De heremiet kijkt om zich heen, houdt op met protesteren, schijnt het spel geestig te vinden en neemt nadenkend plaats op de aangeboden zetel. Hij moet nog niet helemaal bewust zijn geweest van wat hem was overkomen want voor de avond viel verliet hij het huis van de edelman en trok hij terug naar zijn hut in het bos van Glangon.

Maar de edelman vertelde zijn verhaal aan iedereen die het maar horen wilde en weldra deed het gerucht de ronde dat de kluizenaar uit het bos van Glangon niemand anders was dan de Vlaamse graaf Boudewijn IX, alias keizer Boudewijn van Constantinopel, die in april 1205 in de slag om Adrinopolis tegen de Bulgaar Johannisse, was verdwenen, maar in het geheim naar Vlaanderen was teruggekomen om te leven als een heremiet uit dankbaarheid tot God die hem had gespaard voor de folteringen van de Saracenen.

Nu was het toen niet uitzonderlijk dat ridders die van de kruistochten terug kwamen, uit dankbaarheid tot God die hen van dood of gevangenschap had gespaard in een klooster traden of als heremiet gingen gaan leven. Dit maakte het verhaal van de edelman van Mortagne des te waarschijnlijker en weldra, hoe verder het gerucht ging van de uit het verleden opgedoken Boudewijn, hoe meer mensen er werden toe aangetrokken hem op te zoeken. Sommigen beweerden hem te herkennen, anderen konden alleen maar een gelijkenis met de verdwenen graaf vaststellen, maar ook zij waren niet helemaal zeker want tenslotte was er twintig jaar overheen gegaan zonder dat iemand de graaf ooit in die tijd had gezien.

In ieder geval, ononderbroken stroomden nieuwsgierigen toe rond de hut van de heremiet, zelfs de handwerkers van Valencijn, misnoegd over hun lot, dat ze toeschreven aan het feit dat Vlaanderen geregeerd werd door een vrouw, Johanna, meenden hem te herkennen en vroegen hem zijn steun tegen Johanna's regering. Ook heel wat edelen beweerden hem te herkennen en verzochten hem zijn rol als graaf op te nemen. Onze heremiet stond weldra onder zulk een druk dat hij tenslotte toegaf dat hij inderdaad Boudewijn IX was die twintig jaar geleden van de kruistochten was teruggekomen en sedertdien als heremiet had geleefd.

Van nu af leert hij zijn rol te spelen en laat hij zich zonder enige weerstand door de lichtgelovige menigte als de teruggekeerde graaf herkennen. Men brengt hem kleren die zijn rang bevestigen, men omhangt hem met het keizerlijke purper en triomfantelijk wordt hij van de ene stad naar de andere gebracht waar de bevolking hem met groot enthousiasme ontvangt. Eerst te Valencijn, dan te Doornik en Rijsel en weldra ook in Gent en Brugge, waar hij door de vijanden van Johanna overladen wordt met geschenken.

Johanna, schier verlaten, liet zich echter toch niet ontmoedigen, niettegenstaande de afvalligheid van menige hoveling en niettegenstaande de bedreigingen van Hendrik III, de koning van Engeland die ook de heremiet als graaf Boudewijn beweerde te hebben herkend en had voorgesteld met hem een verbond te sluiten tegen de koning van Frankrijk. Johanna wist dat de man een bedrieger was, hoofdzakelijk, zoals we hebben gezien, door de getuigenis van Amulf van Oudenaarde. Ten einde raad wendde ze zich tot Lodewijk VIII, de koning van Frankrijk, om hem over het wezenlijke lot van de graaf Boudewijn te doen ondervragen .

 

Het einde van de Valse Boudewijn

Lodewijk VIII ging meteen in op het verzoek van Johanna. Hij zond enkele commissarissen naar Vlaanderen die, onder de leiding van de bisschop van Senlis, de geestelijken gingen ondervragen, die de slag bij Adrianopel hadden meegemaakt en eens teruggekomen zich in een klooster hadden teruggetrokken. Ze legden allen dezelfde verklaring af, namelijk dat zij Boudewijn, die dag van de veldslag nog "levend" hadden gezien, maar daarna nooit meer. Er bestond geen twijfel, Boudewijn was al twintig jaren dood. Die verklaring werd geheim gehouden, alleen de Franse koning werd ervan op de hoogte gesteld. Deze, geïntrigeerd, kwam naar Péronne en zond een vleiende brief aan onze heremiet met de uitnodiging hem terstond te komen bezoeken voor het bespreken van belangrijke zaken.

Toen de Valse Boudewijn de koninklijke brief ontving gaf hij zich over aan vreugdekreten omdat dit hem de overtuiging gaf dat de Franse koning hem nu als wettelijke graaf van Vlaanderen had erkend. In groot ornaat en vergezeld van enkele belangrijke Vlaamse edelen begaf hij zich naar Péronne waar hij door de Franse koning met al de eerbied die de Byzantijnse keizer toekwam, werd ontvangen. Na een gesprek waarbij de koning hem over zijn wedervaren als jonge graaf en als kruisvaarder enkele vriendelijke vragen had gesteld, nodigde hij hem uit deel te nemen aan het avondmaal. Maar de Valse Boudewijn had begrepen dat de koning hem doorhad, door de vragen die deze, alsmede de bisschop van Senlis, hem hadden gesteld, vragen waarop hij geen antwoord wist, zoals wanneer en waar hij met Maria van Champagne in het huwelijk was getreden of wie daarbij aanwezig waren geweest. Ongerust geworden over de verdere afloop van de avond wilde hij dan ook aan de uitnodiging voor het avondmaal geen gevolg geven. Na zich te hebben verontschuldigd trok hij zich terug en sloot zich op in zijn kamer na zijn gezellen verboden te hebben zijn rust, voor het dag werd, te onderbreken.

's Anderendaags verwachtte de koning hem te vergeefs voor het ontbijt. Toen de dienaren hem gingen opzoeken bleek de vogel gevlogen. Niet alleen dat, maar ook enkele juwelen en sieraden die zich in de kamer bevonden toen de heremiet er zijn intrek nam, waren verdwenen, alsmede een van de beste paarden uit de koninklijke stal.

De Valse Boudewijn voor de koning van Frankrijk. De Valse Boudewijn voor de koning van Frankrijk. (Ontleend aan GT.H. Moke)

Na zijn verdwijning bleef hij nog enkele maanden spoorloos tot hij bij toeval in het dorpje Rains in Bourgogne voor een onbeduidend vergrijp werd aangehouden. Na nogal hardhandig, zoals het in die tijd ging, door zijn ondervragers te zijn aangepakt bekende hij de man te zijn geweest die in Vlaanderen de rol van de Byzantijnse keizer had gespeeld. Hij werd onverwijld naar de koning gebracht die hem doorstuurde naar Johanna.

Voor de raad der baronnen gebracht werd hij ter dood veroordeeld. Hij werd geradbraakt en nadien opgehangen voor de hallen van Rijsel. Dit was het roemloze einde van een bedrieger die gedurende bijna een jaar heel Vlaanderen op zijn kop had gezet.

 

De laatste episode van Johanna's Regering

Na de terechtstelling van de Valse Boudewijn in een van de laatste dagen van september 1225 werd het wat rustiger in Vlaanderen en kon Johanna zich opnieuw met andere zaken bezig houden, waaronder voor haar de voornaamste, de invrijheidsstelling van haar echtgenoot Ferrand, die nu al elf jaar in de gevangenis van het Louvre zat opgesloten.

De tijd leek nu gunstig. Filips Augustus was op 14 juli 1223 overleden en opgevolgd door zijn zoon Lodewijk VIII, die zoals gezien een belangrijke rol had gespeeld in het evenement met de Valse Boudewijn. Johanna wendde zich dus tot Lodewijk VIII, maar die was schijnbaar al even koppig als zijn vader want van een vrijlating van Ferrand wilde hij in den beginne niets weten. Johanna wendde zich nu nog eens tot de paus, Honorius III, die haar altijd gunstig gezind was geweest en een brief schreef aan Lodewijk waarin hij trachtte de koning op andere gedachten te brengen.

En de brief had effect. Na enig aarzelen stemde Lodewijk toe Ferrand vrij te laten op voorwaarde dat Johanna bepaalde eisen zou inwilligen. Deze werden vastgelegd in het zogenaamde eerste verdrag van Melun dat werd afgesloten op 11 april 1226, doch toen het werd voorgelegd aan de edelen en de steden van Vlaanderen, vonden die de inhoud te vernederend voor Vlaanderen en weigerden zij het te onderschrijven. Zo ontstond er een status quo die zal duren tot 8 november 1226, toen Lodewijk overleed.
De onderhandelingen zullen echter opnieuw geopend worden met koningin Blanche van Castille, in de naam van haar minderjarige zoon, Lodewijk IX, met het gevolg dat er een nieuw verdrag werd voorgesteld dat een zachtere versie was van het eerste en eindelijk toeliet dat Ferrand op 6 januari 1227 vrijkwam.

Maar niettegenstaande dertien jaar kerker onvermijdelijk hun sporen hadden nagelaten heeft hij toch tot aan zijn dood, naast Johanna, met veel inzet het land bestuurd. Johanna zal hem een jaar later nog een dochtertje schenken dat Maria werd gedoopt. Haar eerste en enig kind. Ook dat geluk mocht niet zijn, Maria overleed in 1234, nauwelijks zes jaar oud. Dit verlies zal wel Ferrand bespaard blijven want zijn bewogen leven had reeds op 27 juli 1233 een einde genomen. Johanna stond nog eens alleen en de eenzaamheid moet zwaar op haar hebben gedrukt wat er moet hebben toe geleid in 1237 een tweede huwelijk aan te gaan. De begunstigde was Thomas uit het huis van Savoye. Johanna was toen 37 jaar en toen later bleek dat ze geen kinderen meer kon krijgen trok haar echtgenoot zich terug naar Engeland.
Johanna overleed op 5 december 1244 en hiermee eindigde, rond haar vijfenveertigste jaar, haar bewogen leven. Ze werd opgevolgd door haar zuster Margareta.


bibliografie:
1. LEGLAY, Edward. "Histoire des comtes de Flandre", Librairie de A. Vandale, Brussel 1843.
2. LUYCKX, Théo, Prof. Dr. "Johanna Van Constantinopel", Uitg. NV Standaard-Boekhandel, Antwerpen 1946.

Inhoudstafelnaar hoofdstuk 24

 
 
Over Herman Boel

Herman Boel is voltijds zelfstandig vertaler en auteur van twee skeptische boeken.

Lees meer »
Disclaimer
  • Aansprakelijkheid voor gebruik van de inhoud van de website.

Lees meer »
Browsercompatibiliteit

Deze webstek werkt prima in moderne browsers als Google Chrome, Firefox en Opera en mogelijk ook min of meer goed in Internet Explorer en Safari.

Contact

U kan me contacteren via het het invulformulier.

Online contactformulier »