De geschiedenis van Vlaanderen - Hoofdstuk 22
Johanna Van Constantinopel, Gravin van Vlaanderen (2)
Geschreven door: Charles
Vanderhaegen -
in lichte mate bewerkt door Herman Boel
Gepubliceerd met vriendelijke toestemming van Charles
Vanderhaegen.
De voorbereiding van een veldslag
Op 23 mei 1213 was Filips Augustus, koning van Frankrijk, nadat hij zijn invasieplannen van Engeland onder de druk van paus lnnocentius III had moeten opgeven, met zijn leger naar Vlaanderen getrokken en nadat hij zijn vloot te Damme had achtergelaten een vernietigingstocht door het Vlaamse graafschap begonnen.
Als reactie hierop had er zich tegen Frankrijk een coalitie gevormd met Engeland, het Duitse Rijk en Vlaanderen onder leiding van respectievelijk de Engelse koning Jan zonder Land, de Duitse keizer Otto IV en Ferrand van Portugal, echtgenoot van Johanna van Constantinopel, gravin van Vlaanderen. Sloten zich eveneens aan bij de coalitie: de Engelse graaf William van Salisbury, de natuurlijke zoon van Hendrik II en dus de halfbroer van Jan zonder Land. Naast hem de graaf van Boulogne, Renoud de Dammartin, de vroegere vriend van Filips Augustus, doch die later zijn bittere vijand was geworden toen hij zijn eerste vrouw, de nicht van Filips, had verstoten voor de rijke weduwe van de graaf van Boulogne. Sloot zich ook nog aan bij de coalitie: de hertog van Brabant, schoonzoon van Otto.
Langs de Franse kant werd Filips Augustus gesteund door zijn zoon Lodewijk, de burggraaf van Melun en de hertog van Bourgogne. Het gehele Franse leger werd door Filips onder de leiding geplaatst van de tactische bevelhebber, de bisschop Guérin, die vroeger in het heilig land was geweest en er deel had uitgemaakt van de Hospitaalridders. Guérin was een militair genie. Het is hij die al de militaire operaties zal leiden, zonder er echter persoonlijk aan deel te nemen. Hierbij moet gezegd worden dat dit voor die tijd vrij origineel was, want toen was het zo dat de leiders van de legers, de graven, hertogen of koningen, hun troepen persoonlijk aanvoerden en dus rechtstreeks in de strijd betrokken waren.
Jan zonder Land landde begin 1214 met zijn leger te La Rochelle in Poitou en rukte op vanuit het zuidwesten. Otto kwam uit het oosten en drong via Doornik Frankrijk binnen. Ferrand verzamelde zijn leger te Nijvel in het noorden. Alles leek er dus op dat Filips Augustus, die vanuit het zuiden oprukte, langs drie verschillende zijden zou worden aangegrepen en zo zijn verplettering tegemoet ging.
Ferrand van Portugal
(Cabinet des Estampes, Parijs)
Bouvines
Halverwege Rijsel en Doornik ligt er, grotendeels door moerassen omringd, een droge vlakte waarin er zich een klein dorpje bevindt, Bouvines genaamd. Ten westen van Bouvines loopt er een rivier, de Marcq. De vlakte wordt doorkruist door een oude Romeinse heirbaan die loopt van Bouvines naar Doornik. Het is ten oosten van Bouvines dat het leger van de coalitie en dat van de Franse koning elkaar zullen treffen.
De legers van Otto en Ferrand hadden op 23 juli 1214 elkaar te Nijvel ontmoet en waren vandaar, samen met de hertog van Brabant, Reinoud de Dammartin en William van Salisbury naar het zuiden opgerukt in de richting van Doornik, waar zij vermoedden dat het Franse leger zich ongeveer moest bevinden. Dat was namelijk dezelfde dag vanuit Péronne opgerukt in de richting van Dowaai en gebruik makende van de oude heirbaan had het op 26 juli de Marcq langs de brug van Bouvines overschreden in de richting van Doornik.
Het coalitieleger dat via zijn verkenners melding had gekregen
van de beweging van het Franse leger rukte nu eveneens op in de
richting van Doornik met de bedoeling het Franse leger ten oosten van
de Marcq aan te vallen en het dankzij hun overmacht te verpletteren.
Wat er nu gebeurde maakte echter geen deel uit van het algemeen
krijgsplan van de coalitie. Het was namelijk oorspronkelijk voorzien
dat Jan zonder Land die, zoals gezien, reeds in februari 1214 in La
Rochelle was geland, zou pogen Poitou en Aquitaine tegen de Franse
koning op te ruien om daarna, veilig in de rug, naar Parijs te
marcheren. Otto IV zou met Ferrand vanuit het noorden naar Parijs
oprukken en zo zou Filips Augustus in een militaire tang worden gevat.
Het eerste deel van het plan mislukte echter toen op 2 juli 1214 het
leger van Jan zonder Land te La Roche-aux-Moines, in Poitou, door
Lodewijk werd verslagen en de niet zo dappere Engelse koning ijlings
terug naar Engeland vluchtte.
Het Franse leger kon nu, zonder zich zorgen te moeten maken over wat er zich in zijn rug kon afspelen, volledig toeleggen op de strijd tegen het coalitieleger dat, nu de Engelsen uitgeschakeld waren, gereduceerd was tot de Duitse en Vlaamse troepen. Hun overmacht ten opzichte van de Fransen was echter nog altijd vrij indrukwekkend. De Fransen stonden met 6.200 manschappen (ridders en voetvolk) tegenover de geallieerden die beschikten over 9.000 man. Die overmacht was, dankzij hun verkenners, zowel door Filips Augustus als door Otto en Ferrand gekend, wat de eerste aanspoorde tot grote voorzichtigheid en beheerst tactisch denken en de tweede tot overmoed en onstuimigheid.
Op 26 juli 1214 kwam het coalitieleger aan op de vlakte ten oosten van Bouvines, tussen Gruson en Cysoing, van waaruit het de Franse troepen kon ontwaren die zich, met Bouvines in de rug, in een lang front naar het oosten gericht, hadden opgesteld. De verrassing was groot, in plaats van slechts een deel van het Franse leger voor hen te zien zagen de bondgenoten een leger staan, helemaal paraat voor het gevecht. Het coalitieleger vanuit het noorden komende zakte nu op zijn beurt af naar het zuiden om stelling te nemen tegenover het Franse leger. Aldus kwam er over een lengte van ongeveer 3 km een tamelijk rechtlijnig front tot stand in de vorm van twee gerekte colonnes van ridders en voetvolk bestaande uit drie groepen: in het noorden met Reinoud van Boulogne tegenover Robert van Dreux, kozijn van Filips Augustus, in het midden het leger van Otto tegenover Filips Augustus en in het zuiden Ferrand tegenover Saint Pol, ook een kozijn van de Franse koning.
De legers stonden nu opgesteld voor de slag welke 's anderendaags, d.i. op 27 juli, een zondag, zal plaats hebben.
Otto IV, Keizer van het Duitse Rijk
(Braunschweigisches Landesmuseum)
De zondag van Bouvines
Toen de legers zich in de vroege ochtend klaar maakten om hun gevechtsposities in te nemen had het Franse leger het nadeel dat het de zon in de ogen had, maar wel het voordeel dat het de Marcq in de rug had op nauwelijks 2 km afstand, wat de bevoorrading van water voor de paarden heel wat eenvoudiger maakte dan in het coalitiekamp dat zijn water moest halen uit de Schelde en die lag 14 km oostwaarts. Het voordeel hier voor de verbondenen was wel dat ze de zon in de rug hadden.
Van dit voordeel hebben de verbondenen echter geen gebruik gemaakt. De opstelling van hun troepen alleen nam verschillende uren in beslag waardoor ze kostelijke tijd verloren, dit ten voordele natuurlijk van de Fransen. De meesten van hen stonden al vroeg te trappelen om van hun voordelige positie en de verwarde opstelling van de geallieerden gebruik te maken maar Guérin die, zoals gezien van Filips Augustus de volledige militaire leiding had gekregen van het Franse leger, drong aan hun paarden in toom te houden tot hij het signaal zou geven de strijd te beginnen.
Dit belette niet dat er al schermutselingen tussen de
antagonisten plaats hadden, vooral in de kampen van Saint Pol en
Ferrand, maar verder zonder enig ernstig gevolg voor het verdere
verloop van de strijd, die pas in de namiddag zou plaats hebben.
Tenslotte om half twee, toen de hitte van de dag haar volle kracht had
en de zon haar brandende stralen in het aangezicht van de bondgenoten
schoot, gaf Guérin het bevel tot de aanval die zich in drie stadia
ontwikkelde.
De eerste aanval ging uit van Saint Pol die zijn leger in vijf onderafdelingen van ridders, zonder enig voetvolk had ingedeeld en daardoor heel wat beweeglijker was dan het losser opgestelde ridderkorps van Ferrand. Dankzij het gewicht van hun dicht gesloten eenheden konden de Fransen al vrij vlug de gelederen van Ferrands leger doorbreken om dan, eens doorgebroken zich omdraaiende het Vlaamse leger in de rug aan te vallen, opnieuw doorbreken om op een andere plaats weer tot een nieuwe aanval over te gaan. Tijdens deze manoeuvres doodden de ridders van Saint Pol meestal de paarden of wierpen hun tegenstanders uit het zadel, maar namen geen gevangenen. Door deze tactiek werden de Vlaamse ridderscharen dunner en dunner en verloren zij langzamerhand hun vechtkracht. Na ongeveer drie uur lang, zwaar geharnast in blakende zon te hebben gevochten, werd het paard van Ferrand gedood, hijzelf gewond en volledig hulpeloos moest hij zich overgeven aan de toesnellende Franse ridders, die hem triomfantelijk gevangen namen. De hertog van Brabant, zijn bondgenoot, die nu de slag verloren zag, sloeg op de vlucht. Dit was de genadeslag voor Ferrands legerformatie.
Op het middenfront ging het al niet veel beter. In het begin van de strijd valt keizer Otto met zijn ridders, gevolgd door het voetvolk, het centrum van het Franse leger aan en weet in de richting van de koning van Frankrijk door te dringen. De Franse ridders brengen hun koning wat achteruit om hem te beschermen en chargeren tegen de Duitse ridders. Gedurende dit gevecht wordt Filips Augustus van zijn paard geworpen en ontsnapt, dankzij een kleine groep ridders die hem onmiddellijk omscharen, aan een gewisse dood. Hem wordt echter zonder dralen een nieuw paard gebracht en wordt hij zo gered door de toewijding van zijn ridders. Door zijn beschermend harnas en zijn persoonlijke lenigheid kan hij meteen weer te paard stijgen en zijn ridders met geschreeuw aansporende een tegenaanval tegen de Duitsers leiden en met succes. Over het gehele front worden de Duitsers teruggedreven en geraken de Franse ridders tot dichtbij Otto, die echter nog net op tijd, beschermd door enkele Duitse getrouwen, in staat is het slagveld te verlaten en de vlucht te nemen. Dit is nu ook het einde van het middenfront en een tweede schitterende overwinning van de Fransen.
De graaf van Boulogne wordt door de Fransen gevangen genomen
en voor de Franse koning gebracht.
(Het 17e kerkraam van de kerk van Bouvines)
Terwijl het zuidelijk en het middenfront aan het bezwijken
waren door de goed geordende en perfecte militaire tactiek van het
Franse leger, streden Reinoud de Dammartin, graaf van Boulogne samen
met William van Salesbury nog steeds tegen de linkervleugel van het
Franse leger. Aanvankelijk wel met enig succes, dankzij de toepassing
van een bijzondere tactiek: het voetvolk stelde zich gewapend met
pieken op in een cirkelvormige formatie rond de ridders. Vanuit de
beschermende cirkel konden de ridders door een opening in de cirkel hun
charges uitvoeren om zich dan meteen, nadat de aanval had plaats gehad,
weer terug te trekken binnen wat we een beschermende "kroon" zouden
kunnen noemen. Maar deze tactiek, hoe goed ze ook was, kon het
coalitieleger niet meer redden. De Franse troepen vrijgekomen na de
nederlaag van het zuidelijke en middenleger kwamen nu de troepen van
Robert van Dreux vervoegen, wat tot een overmacht leidde waaraan
Dammartin en William niet meer konden weerstaan. Hun ridders werden de
een na de ander uitgeschakeld doordat meestal hun paarden door het
voetvolk werden gedood en zij met hun zware harnassen de strijd te voet
niet aankonden. Tijdens een van de laatste aanvallen werd ook Reinouds
paard gekwetst en op hol geslagen sleepte het zijn ruiter mee en waar
het iets verder neerviel. Reinoud lag nu onder zijn paard vastgeklemd.
Gemakkelijke prooi voor de Fransen die hem zonder enige weerstand
gevangen konden nemen en wegvoeren naar hun koning. Dit wapenfeit
stelde een einde aan de slag van Bouvines. Totale overwinning voor de
Fransen, totale verplettering van de bondgenoten, waaronder Vlaanderen.
Na Bouvines
Nadat het leger van de coalitie, met de gevangenname van Reinoud de Dammartin zo goed als dood was, met meer dan 300 ridders gesneuveld, 130 gevangen en de rest gevlucht, bleef het slagveld nog de hele nacht na die verschrikkelijke zondag bezaaid met gesneuvelde soldaten. Het opruimingswerk begon al meteen de maandagmorgen terwijl Filips Augustus tezelfdertijd naar Parijs vertrok, met de gevangen ridders, waaronder de grootste buit: Ferrand van Portugal.
Met praal en luister deed de Franse koning zijn intrede in Parijs, gevolgd door zijn ridders en een legerwagen waarin Ferrand, met handen en voeten geketend, als het ware tentoon werd gesteld aan de toeschouwers, die hem uitlachten en hem met zijn naam (ferrand = hoefsmid) bespotten door hem toe te roepen: "Le ferrand est à son tour ferré" (De hoefsmid is op zijn beurt beslagen).
Interessant hier nog even aan toe te voegen dat de nederlaag van de bondgenoten voor dezen meer dan een militaire nederlaag was. Het was ook uit een mooie droom ontwaken in een hel. Al de verwachtingen die ze zo zelfgenoegzaam hadden gekoesterd lagen nu begraven onder een deken van schaamte. Zo zeker waren ze van hun overwinning geweest dat ze, vóór de strijd maar begonnen was, reeds de territoriale bezittingen van Filips Augustus onder elkaar, op papier, hadden verdeeld. Renoud de Dammartin zou Vermandois krijgen, William van Salisbury de domeinen van Dreux en Ferrand zou Parijs krijgen. Ferrand heeft inderdaad, zoals voorzien, zijn intrede gedaan in Parijs maar niet als veroveraar, maar als gevangene en hij zal er dertien jaar blijven, niet in het kasteel van het Louvre, maar in de kerker. Zoals het spreekwoord zegt: hoogmoed komt voor de val.
Op het eerste gezicht zou men kunnen stellen dat de slag bij Bouvines niet bepaald veel verschilt van de andere Middeleeuwse veldslagen, maar door zijn politieke gevolgen was het werkelijk een vernietigingsslag. Voor Vlaanderen was het de plotse vernietiging van het eeuwenlange werk van de graven. De poging van Jan zonder Land om het verloren Angevijns rijk opnieuw tot leven te roepen was totaal mislukt en Otto IV, de Duitse keizer, verdwijnt van het Europese politieke strijdtoneel. Nadat het nieuws uitlekt dat hij voor de Franse koning heeft moeten vluchten heeft de jonge Frederik II hem helemaal verdrongen. Hij zal op 19 mei 1218 roemloos sterven.
De gevangenname van Ferrand
(Het 14e kerkraam van de kerk van Bouvines)
Johanna staat er nu alleen voor
Door de gevangenname van Ferrand stond Johanna, nauwelijks 13 jaar oud, alleen in het graafschap, waarover zij bij de genade van Filips Augustus het bestuur waarnemen mocht. Dit heeft iets verwonderlijks. Als men bedenkt dat de Franse koning reeds in 1191, bij de dood van Filips van den Elzas, voorbereidselen had getroffen om Vlaanderen aan zijn bezittingen toe te voegen is het niet duidelijk waarom hij nu, na zijn glansrijke overwinning bij Bouvines en hij Johanna's echtgenoot Ferrand in zijn kerkers had opgesloten, niet overging Vlaanderen met zijn kroongebieden gelijk te schakelen.
Waarschijnlijk kan het feit van de verbinding van Vlaanderen met Henegouwen, dat tegenover Duitsland leenplichtig was, zijn uitbreidingsdrang naar Vlaanderen in de weg hebben gestaan. Daarbij misschien ook wel het feit dat hij zich alleen maar op zijn ontrouwe vazal Ferrand van Portugal wilde wreken en niet op Johanna wie hij, eerder dan die Portugese prins, als de werkelijke voortzetster zag van het geslacht der Vlaamse graven.
In feite maakte het voor Filips Augustus niet veel uit of een
dertienjarig meisje het bestuur van Vlaanderen mocht waarnemen want in
werkelijkheid was hij meester van het graafschap, door het volstrekte
overwicht van de Fransgezinde edelen onder leiding van Jan van Nesle,
de burggraaf van Brugge. Het was deze machtige groep die het toezicht
op de besluitvorming van Johanna uitoefenden en van wie er bovendien,
gezien haar jeugdige ouderdom, niet veel persoonlijke reacties of
initiatieven konden uitgaan.
Het Verdrag van Parijs
Zoals iedere oorlog afgesloten wordt met een verdrag dat door de overwinnaar aan de verliezer wordt opgelegd was dit wat Bouvines betreft eveneens het geval. Eigenlijk ging het hier over twee verdragen. Een eerste verdrag tussen Frankrijk en Engeland dat werd afgesloten op 18 september 1214 (de z.g. vrede van Chinon) en bepaalde dat de Engelse koning gedurende vijf jaar zou afzien van alle militaire ondernemingen op Frans grondgebied en tweemaal aan de Franse koning een som van 60.000 pond zou betalen, een eerste maal onmiddellijk en een tweede maal in 1220. Bovendien moest de Engelse koning de Franse veroveringen van 1204 op het Angevijns rijk, ten noorden van de Loire (Normandie en Rouen), voor altijd erkennen.
Het tweede verdrag werd gesloten tussen Johanna en Filips
Augustus. Deze had de jonge gravin in september naar Parijs geroepen om
het verdrag dat hij had voorbereid te komen tekenen. Johanna kwam op 23
oktober 1214 door haar voornaamste vazallen vergezeld te Parijs aan,
waar haar 's anderendaags het verdrag werd voorgelegd en door haar
ondertekend. De bepalingen van het verdrag waren de volgende:
(1) De gravin moest de donderdag vóór Allerheiligen (30 oktober) de
zoon van de hertog van Brabant aan de Franse koning uitleveren (Filips
heeft het nooit kunnen verteren dat de hertog van Brabant de kant van
Ferrand had gekozen en er dan nog was in gelukt aan zijn gevangenname
te ontkomen);
(2) De vestingen van Valencijn, leper, Oudenaarde en Kassel moesten
gesloopt worden (er bestaat twijfel over of dit ook effectief is
gebeurd. Waarschijnlijk werd deze verplichting slechts gedeeltelijk
uitgevoerd);
(3) De Franse koning kon willekeurig over het lot van Ferrand en de
andere gevangenen beslissen (de meesten zullen al drie jaar later
vrijkomen, Ferrand de laatste in 1227).
Met dit verdrag eindigt de episode van de Slag van Bouvines die Johanna
voor de rest van haar leven heeft getekend. Vernederd en bedroefd moet
ze zonder haar man naar Vlaanderen terugkeren, waar ze haar plichten
als gravin alleen, maar toch met toewijding zai naleven gedurende 13
jaar. Hoe dat verder zal aflopen zien we in het volgende hoofdstuk.
bibliografie:
1. LEGLAY, Edward. "Histoire des comtes de Flandre", Librairie
de A. Vandale, Brussel 1843.
2. LUYCKX, Théo, Prof. Dr. "Johanna Van Constantinopel", Uitg.
NV Standaard-Boekhandel, Antwerpen 1946.
3. DUBY, Georges, Prof. "Le dimanche de Bouvines", Gallimard,
Parijs 1973.
4. KOCH, H.W. "Het krijgsbedrijf in de Middeleeuwen", Uitg.
Helmont B.V., Helmont 1988.
5. VERBRUGGEN, J.F. "De krijgskunst in West-Europa in de
middeleeuwen", Paleis der Academieën, Brussel 1954.
6. MOKE, G.H. "De geschiedenis van België", E. Hubert, Brussel
1985.
Inhoudstafel - naar hoofdstuk 23
