De geschiedenis van Vlaanderen - Hoofdstuk 21
Johanna Van Constantinopel, Gravin van Vlaanderen (1)
Geschreven door: Charles
Vanderhaegen -
in lichte mate bewerkt door Herman Boel
Gepubliceerd met vriendelijke toestemming van Charles
Vanderhaegen.
Vlaanderen nog eens zonder graaf
Op 12 april 1205 wordt Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen en Henegouwen en keizer van Constantinopel, tijdens de vierde kruistocht in de slag bij Adrianopel door de Bulgaarse koning Johanisse gevangen genomen. Men zal nooit meer iets van hem vernemen. Volgens een Bulgaarse bron zou hij door de koning op nogal een gruwelijke wijze zijn terechtgesteld, maar wat er precies gebeurd is weten we niet. Paus Innocentius III schreef herhaalde keren naar Johanisse met het verzoek hem in te lichten betreffende het lot van Boudewijn, of hij nog in leven was of niet, maar Johanisse vertikte het te antwoorden. Zo bleef het raadsel en zal het nog een hele tijd aanslepen. Hoe het ook zij, het is pas in de eerste helft van 1206 dat het bericht van Boudewijns dood of in ieder geval van zijn verdwijning, in Vlaanderen toekwam.
Grote consternatie, want door het feit dat Boudewijn geen mannelijke nakomeling had om hem op te volgen, stond Vlaanderen opnieuw zonder graaf. Zijn twee dochters Johanna, toen slechts 6 jaar oud en Margareta toen 3 jaar oud, bleven als weesjes achter en er moest dus dringend naar opvolging gezocht worden.
Ondertussen werd Johanna toch als gravin van Vlaanderen erkend, doch omwille van haar minderjarigheid trad Filips, graaf van Namen, die voor het vertrek van Boudewijn door deze als regent en voogd van de twee meisjes was aangesteld, van rechtswege op als vertegenwoordiger van de grafelijke macht, tot wanneer Johanna meerderjarig, d.i. 12 jaar oud, zou zijn geworden.
Het was Mathildis, ook gekend als Theresia, dochter van Alfons I, koning van Portugal en tweede echtgenote van Filips van den Elzas (met hem gehuwd in 1184), dus de aangetrouwde groottante van Johanna, die de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de meisjes op zich nam. Het is ook zij die later het huwelijk van Johanna met haar neef, Ferrand van Portugal, derde zoon van Sanchos I van Portugal die zijn vader Alfons I in 1185 had opgevolgd, heeft bewerkstelligd.
Zo was de toestand in het land nogal rustig, maar dat zal niet lang duren, want weldra verschijnt de Franse koning op het toneel.
Filips ll Augustus, koning van Frankrijk
De Franse koning Filips II Augustus, toen veertig jaar oud en zoon van Louis VIl, had zich gedurende de jaren 1200 tot 1206 in zijn betrekkingen met het graafschap Vlaanderen nogal rustig opgesteld, alhoewel de afwezigheid van Boudewijn IX wel een geschikte gelegenheid had geboden om ietwat agressiever op te treden.
Filips II Augustus
Koning van Frankrijk 1179-1223
De plotse verdwijning van Boudewijn IX bracht echter andere gedachten bij Filips Augustus teweeg. Als hij nu zijn blikken richtte op Vlaanderen zag hij een land onder het kwetsbare bewind van een quasi machteloze regent daar waar hij vroeger af te rekenen had met de krachtige persoonlijkheid van Boudewijn IX, voor wie hij in 1200, bij ondertekening van het verdrag van Péronne, had moeten buigen.
Toen hij de stellige berichten over de dood van Boudewijn vernam, maakte hij gebruik van een veldtocht die hij op dat ogenblik voerde in Bretagne om met Filips van Namen, de regent dus, een bijeenkomst te beleggen te Pont-de-l'Arche, op de linkeroever van de Seine gelegen.
Tijdens die bijeenkomst liet Filips van Namen, zwakke personaliteit zoals hij bleekte zijn, zich volledig overheersen door Filips Augustus die zijn medewerking wist te bekomen in zijn plan Vlaanderen tot een vaste bondgenoot van Frankrijk te maken in zijn oorlog tegen Engeland. Het akkoord dat bij het sluiten van de bijeenkomst door beide partijen getekend werd omvatte drie punten:
1° Filips van Namen verklaarde de Franse koning bona fide als leenheer te dienen. Filips beloofde daarbij de koning van Frankrijk hulp te verlenen tegenover iedereen, behalve tegen zijn broer Boudewijn IX.
2° De twee prinsessen Johanna en Margareta zullen niet in het huwelijk treden zonder de toestemming van de Franse koning.
3° In ruil hiervoor zou Filips van Namen Maria, de dochter van de Filips Augustus uit zijn derde huwelijk met Agnès de Méranie, als gade verwerven, zodra ze de huwbare leeftijd had bereikt.
De datum voor dit huwelijk werd later bepaald op 13 de januari 1211 en (dit is vrij origineel) Filips moest een bruidschat meebrengen van één derde van zijn toenmalig bezit en één derde van de goederen die hij na zijn huwelijk nog zou verwerven. Wat Filips van Namen ooit heeft bezield om een dergelijke overeenkomst te tekenen, een overeenkomst die duidelijk niets anders was dan een sluwe list van Filips Augustus om de erfenis van Boudewijn, graaf van Vlaanderen en Henegouwen, onder zijn controle te krijgen, zullen we nooit weten. Was de simplistische Filips van Namen verblind door het vooruitzicht de dochter van de machtige koning van Frankrijk te mogen huwen en aldus diens schoonzoon te worden? Waarschijnlijk wel, een andere reden kan geen zinnig mens bedenken.
Filips Augustus' bedoelingen werden trouwens nog duidelijker toen hij van Filips van Namen wist te bekomen dat de twee jonge prinsessen naar Parijs werden gebracht, dit om ze te onttrekken aan het gevaar dat zij in de handen zouden vallen van de Anglo-Welfen. Zo werd het verbond genoemd dat in 1208 werd gesloten tussen de Duitse keizer Otto IV uit het machtige Duits vorstengeslacht, de Welfen genoemd, en Jan zonder Land, de koning van Engeland. Deze machtige coalitie vormde toen het grootste gevaar voor het meesterschap van Frankrijk over West-Europa. Ze zal later, in 1213, uitgebreid worden door het toetreden van Ferrand van Portugal, graaf van Vlaanderen.
Exit Filips van Namen
Wanneer deze uitlevering van de Vlaamse prinsessen aan de Franse koning in Vlaanderen en Henegouwen bekend raakt, worden de gemoederen in het graafschap zodanig in gisting gebracht dat er een opstand tegen Filips uitbreekt waarbij zijn aftreden als regent wordt geëist en Bourchard van Avesnes, de groot-baljuw van Henegouwen en latere echtgenoot van Margareta, in zijn plaats gesteld.
Dit was een verschrikkelijke slag voor Filips en als zwak personage heeft hij dit nooit kunnen verwerken. Hij werd geteisterd door schuldgevoelens want hij moet uiteindelijk hebben begrepen dat hij door het ondertekenen van het akkoord van Pont-de-l'Arche een stommiteit had begaan en zich door de Franse koning had laten beetnemen en zelfs meer dan dat, want door het feit van de uitlevering van de prinsessen had hij ook nog zijn land verraden.
Totaal in paniek en de waanzin nabij liep hij op een nacht met een koord rond de hals door de straten van Valenciennes, schreeuwende voor wie het horen wilde "J'ai vécu en chien, il faut que je meure en chien!".
Filips van Namen - van edelman tot wrak
Kort daarop, op 8 oktober 1212, door wroeging gekweld, door iedereen verlaten en verbitterd doordat er van zijn beloofde huwelijk met de dochter van de Franse koning nooit iets is terecht gekomen, overlijdt hij, nauwelijks achtendertig jaar oud.
Ferrand van Portugal
Met het uitschakelen van Filips van Namen als regent was de frustratie bij de Vlamingen nog niet afgelopen. De standen, gesteund door de Vlaamse adel, eisten met fanatieke aandrang en met de dreiging zich bij de Anglo-Welfse coalitie aan te sluiten, van de Franse koning de terugkeer van de twee prinsessen. Deze laatste bedreiging heeft er zekerlijk toe geleid dat Filips Augustus de Vlaamse eis inwilligde en de twee prinsessen vanuit Parijs naar Brugge liet vertrekken.
Eens in Brugge aangekomen kwamen ze meteen terug onder de hoede van Mathildis die haar huwelijksplannen voor Johanna al goed had voorbereid. Reeds in begin 1212 had zij haar neef Ferrand van Portugal naar Rijsel laten overkomen om zodoende de aandacht op hem te vestigen. Ferrand was toen vierentwintig jaar oud en volgens de kroniekschrijvers van die tijd "een knappe jonge man met bruine huidstint en grote neus".
Mathildis ging heel handig te werk om voor haar neef de rijke landen Vlaanderen-Henegouwen te veroveren. In een paar maanden tijd haalde zij haar slag thuis. In de graafschappen beïnvloedde zij de Vlaamse en Henegouwse edelen met gulle giften ten eigen bate en tegenover Filips Augustus slaagde zij erin met haar huwelijkskandidaat de voorwaarden van het akkoord van Pont-de-l'Arche (punt 2) na te komen. Filips Augustus stelde wel twee bijkomende voorwaarden voor zijn toestemming tot het huwelijk: (1) Mathildis moest hem een "verheffingsrecht" van 50.000 pond parisis betalen en (2) Ferrand moest op voorhand afstand doen van de steden Aire en Sint Omaars, twee steden die hij met het verdrag van Péronne aan Boudewijn IX had moeten afstaan.
Zowel Mathildis als Ferrand stemden met die bijkomende voorwaarden in zodat niets nog het huwelijk belette. Dit ging op 22 januari 1212 met grootse luister door in Parijs in de koninklijke kapel, in aanwezigheid van de Franse koning, zijn zoon Lodewijk, de voornaamste notabelen van het Franse Hof, Mathildis zelf en de burggraven van Lens, Brugge en Gent. 's Anderendaags, nadat het huwelijk geconsumeerd was, verklaarde Ferrand zich ook nog "homo ligius" (leenman) van de Franse koning. Opvallend hierbij is wel dat Johanna, als wettige gravin van Vlaanderen, die getrouwheidseed aan de Franse koning niet aflegde. Schijnbaar was ze niet zo opgetogen met de slaafse getrouwheidsbelofte van haar man, want ze weigerde ook de akte die de belofte vastlegde mede te ondertekenen.
Na de huwelijksceremoniën vertrok het jonge paar terug naar Vlaanderen met een escorte van wapenknechten begeleid door Lodewijk (de latere Lodewijk VIII), de zoon van Filips Augustus. Alles scheen dus in orde tot de groep het kasteel van Péronne bereikte, Lodewijk de stoet deed stoppen en nadat iedereen zich op de binnenplaats van het kasteel had verzameld hij aan zijn soldaten het bevel gaf het verbijsterd koppel, zonder enige beschuldiging of uitleg, te arresteren en onder bewaking op te sluiten in een van de kamers van het kasteel.
Johanna en Ferrand worden te Péronne wederrechterlijk
aangehouden en opgesloten
Een politiek van het voldongen feit
De reden voor de aanhouding van Johanna en Ferrand door de Franse kroonprins in opdracht van Filips Augustus was dat hij wilde beletten dat het koppel in de graafschappen aangekomen er de getrouwheidsbelofte van hun onderdanen, zijnde de adel en de steden in ontvangst zouden nemen, vóór hij in het bezit kwam van de steden die hem in ruil voor zijn toestemming tot het huwelijk van Johanna en Ferrand waren toegekend. Filips Augustus heeft nooit het verdrag van Péronne waarbij hij afstand moest doen van Aire, St. Omaars en Dowaai, kunnen verteren. Hij zette dan ook alles in het werk, nu Boudewijn IX daar niet meer was, om die verloren gebieden terug in zijn bezit te krijgen.
Hierbij paste Filips Augustus de politiek toe van wat men noemt "het voldongen feit". En inderdaad, nauwelijks was het grafelijk koppel opgesloten of Lodewijk vertrok met zijn leger naar Aire en St. Omaars en sloeg beleg voor beide steden. Van Aire eiste hij dat de stad, in de naam van de Franse koning, haar poorten zou openen op grond van het feit dat dit gebied toebehoorde aan de Franse kroon als erfgoed van zijn moeder Isabella van Henegouwen. De burgers van Aire antwoordden echter dat ze hun poorten alleen maar wilden openen als de kroonprins er in slaagde het beter versterkte St. Omaars tot overgave te dwingen. Dit lukte perfect. St. Omaars was niet opgewassen tegen het sterke leger van Lodewijk en liet hem bezit nemen van de stad. Daarop opende Aire ook haar poorten en ontving er de kroonprins in volle vriendschap met luister en glans. Het zuidelijk gedeelte van het Vlaamse graafschap was nu terug Frans grondgebied geworden, een voldongen feit.
Dit werd bevestigd door het verdrag van Pont-à-Vendin van 25 februari 1212, waarmee Johanna en Ferrand niet anders konden dan instemmen en dat bepaalde dat Johanna en Ferrand de gebieden die de bruidschat hadden uitgemaakt van Isabella van Henegouwen erkenden als uitsluitend bezit en voor altijd van de Franse kroonprins en zijn nakomelingen.
Lodewijk gaf nu het bevel het koppel vrij te laten en hen verder zonder hinder toe te laten naar hun graafschappen te vertrekken. Maar Ferrand heeft nooit de schandelijke behandeling die hij en zijn jonge bruid hadden moeten ondergaan aan de koning van Frankrijk kunnen vergeven. Vanaf dat ogenblik is Ferrand omgevormd tot een doodsvijand van de Franse koning.
Verbond met Jan zonder Land
In Vlaanderen terug bestond de eerste zorg van Ferrand erin zich als graaf van Vlaanderen door de Vlamingen te doen erkennen. Het eerst begaf hij zich naar leper en vervolgens naar Brugge waar hij zonder weerstand werd erkend. Daarna was het de beurt aan Gent waar hij, vergezeld van Johanna en gevolgd door een vrij goed uitgerust leger in augustus 1212 aankwam en post vatte voor de stadspoorten. Toen de Gentenaars de graaf zagen vergezeld van hun gravin Johanna en de talrijke Vlaamse ridders die Ferrand vergezelden, openden zij hun poorten en werd het grafelijke koppel met respect ontvangen.
Ondertussen knaagde het verdrag van Pont-à-Vendin, dat hij in zulke vernederende omstandigheden had moeten ondertekenen, aan het hart van Ferrand. Nu hij door de Vlamingen als graaf was erkend kon hij zijn tijd volledig besteden aan zijn wraakplannen ten overstaan van Filips Augustus en daarbij kon hij op de volledige steun rekenen van zijn onderdanen die de Franse koning beschouwden, en met reden, als de gevaarlijkste vijand van het graafschap.
Jan zonder Land
Volgens een katoenen manuscript (British Museum)
Maar Ferrand had bondgenoten nodig om zijn plan, de verloren
Vlaamse gebieden terug in zijn bezit te krijgen, te verwezenlijken. Het
was tot Jan zonder Land, de koning van Engeland dat hij zich als eerste
wendde want die was in een oorlog gewikkeld met Frankrijk en een betere
bondgenoot viel er niet te bedenken. Reeds tegen het einde van de zomer
van 1212 kwam het tussen beide vorsten tot een overeenkomst die inhield
dat de Engelse koning de Vlaamse graaf zou bijstaan met soldaten en
geld, mocht dit nodig blijken.
Filips Augustus versus Ferrand
Toen Ferrand ook nog vernam dat Filips Augustus bezig was een leger samen te stellen met de bedoeling Engeland te veroveren voor de Franse kroon, dacht hij dat het ogenblik van wraak was aangebroken, want de verovering van Engeland zou al de macht vragen van Filips Augustus die zo niet in staat zou zijn aan de ambities van Ferrand weerstand te bieden. Bovendien was het helemaal niet zeker dat de invasie van Engeland zou slagen, rekening houdende met de geweldige macht van Jan zonder Land die zowat een derde van Frankrijk, van Rouan tot aan de Pyreneeën, in zijn macht had.
Filips Augustus was zich daar wel degelijk van bewust en hij riep dan ook al zijn baronnen samen te Soissons om zich van hun deelname aan de geplande veroveringstocht te verzekeren. Alle leenmannen van Champagne, Blois en Bourgogne kenden hem hun steun toe, alleen Ferrand, die ook op de samenkomst aanwezig was, weigerde alle medewerking. Hierop verklaarde Filips Augustus zich bereid de betwiste gebieden Aire en St. Omaars terug te geven indien hij kon rekenen op de steun van Ferrand. Maar Ferrand weigerde opnieuw enige samenwerking, waarop de vergramde Filips Augustus hem liet gaan maar toch kort daarop een nieuwe vergadering belegde te Arques om Ferrand nog een laatste kans te geven. Maar ook daar bleef Ferrand halsstarrig bij zijn weigerige houding. Op een derde bijeenkomst belegd te Gravelines waar ondertussen, we zijn nu 22 mei 1213, Filips Augustus met zijn leger voor de overtocht naar Engeland was aangekomen, verscheen Ferrand niet eens.
Maar nu gebeurde er iets onverwachts. Paus Innocentius III, die Filips Augustus in zijn veroveringsplannen had gesteund, verkreeg van Jan zonder Land, die zich in het nauw gedreven voelde door het geweldig leger van Filips Augustus, dat deze hem zijn land schonk in eigendom en het van hem terug ontving in leen. Hierop kreeg Filips Augustus, die klaar stond met zijn leger het Kanaal over te steken, plotseling het verbod van Innocentius de Engelse grond, die nu pauselijk eigendom was, te betreden. De Franse koning ontstak in een vreselijke woede, want hij zag nu plotseling zijn grote droom in rook opgaan, want de macht van Innocentius was groot en Filips Augustus durfde aan die macht geen weerstand te bieden. Daarop verliet hij "Gravelinghes molt iries" (in grote woede) en zocht hij naar een slachtoffer om zijn gramschap te koelen. Hij vond dat in de weerbarstige Ferrand.
Oorlog!
Filips Augustus zal nu al zijn macht gebruiken om te trachten Ferrand op de knieën te krijgen, dit niet alleen om die weerbarstige leenman een lesje te leren maar ook om zich in de rug veilig te stellen in het geval dat hij toch nog een nieuwe overtocht naar Engeland zou ondernemen. Dit hing hoofdzakelijk af van wat paus Innocentius III in de toekomst mocht beslissen. Men moet bedenken dat de macht van de paus toen enorm was. Hij moeide zich toen met alle mogelijke particuliere en politieke aangelegenheden van de wereldlijke leiders, overeenkomstig de toen heersende hoge opvatting dat de paus, als plaatsbekleder van Christus op Aarde, de feitelijke leider was van de christenheid naar wie alle vorsten met onderdanige eerbied behoorden op te zien.
In ieder geval, in afwachting dat Innocentius van gedacht mocht veranderen trok Filips Augustus nu op naar Vlaanderen. Zijn invasievloot vertrok vanuit Gravelines naar Damme en legde aan in de toen vrij grote haven van die stad. Tegelijkertijd vertrok Filips Augustus met zijn cavalerie en voettroepen vanuit Gravelines naar Kassel dat hij op 23 mei 1213 zonder veel moeite innam. Vandaar vertrok hij naar leper dat zonder slag of stoot werd ingenomen gevolgd door Brugge en iets later door Gent. De Franse soldaten zwermden over het Vlaamse land gelijk sprinkhanen en brandstichtend, plunderend, dood en vernieling zaaiende het land in een oorlogshel veranderden.
Ferrand, verdreven uit zijn graafschap, helemaal ontdaan door zulk een catastrofe, besloot nu inderhaast een afvaardiging te sturen naar Engeland om de militaire hulp van de koning in te roepen tegen het Franse geweld. De afvaardiging onder leiding van Boudewijn van Nieuwpoort wordt door de Engelse koning en zijn raadsheren zonder dralen ontvangen. Er wordt onderhandeld met de Duitse keizer Otto IV en er komt een machtig leger van Engelse, Duitse en Vlaamse bondgenoten tot stand dat het nu zal opnemen tegen Filips Augustus. Wat er verder gebeurt zullen we zien in het volgende hoofdstuk.
bibliografie:
1. LEGLAY, Edward. "Histoire des comtes de Flandre", Librairie
de A. Vandale, Brussel 1843.
2. LUYCKX, Théo, Prof. Dr. "Johanna Van Constantinopel", Uitg.
NV Standaard-Boekhandel, Antwerpen 1946.
3. VAN BELLE, Juliaan. "Een andere Leeuw van Vlaanderen",
Uitg. Flandria Nostra, Torhout 1985.
De
gravures werden ontleend aan het boek "Geschiedenis van België", zoals
gepubliceerd in bovenvernoemde "Een andere Leeuw van Vlaanderen".
Inhoudstafel - naar hoofdstuk 22
