De geschiedenis van Vlaanderen - Hoofdstuk 15

Diederik Van den Elzas, de 15e graaf van Vlaanderen

Geschreven door: Charles Vanderhaegen - in lichte mate bewerkt door Herman Boel
Gepubliceerd met vriendelijke toestemming van Charles Vanderhaegen. 

Diederik van den Elzas neemt de Vlaamse troon

Willem Clito, die de kortstondige titel van de 14e Graaf van Vlaanderen had mogen dragen, sneuvelde op 27 juli 1128 voor de poorten van Aalst. Doordat hij geen nakomelingen had, kwam de Vlaamse troon vrij voor degene die door de Vlaamse notabelen waardig werd geacht deze te bestijgen.

In feite was er reeds in februari 1128 een opvolger voor Willem Clito gevonden toen Iwan van Aalst voor de poorten van Gent Willem had toegesproken en hem verzocht het geweld tegen de Vlaamse steden te doen ophouden ofwel het land te verlaten, in welk geval het bestuur van het graafschap aan een andere man zou worden overgelaten, 'iemand die capabel is en waardig te regeren'. Wat Willem toen niet wist was dat 'die andere man' reeds verkozen was: Diederik Van den Elzas.

Diederik Van den Elzas, geboren in 1095, was de oudste zoon van Diederik II, hertog van Opper-Lotharingen en van Gertrudis van Vlaanderen, de oudste dochter van Robrecht de Fries. Als kleinzoon van Robrecht had hij ontegensprekelijk recht op de Vlaamse troon. Reeds in 1127, na de dood van Karel den Goede, had hij zijn rechten op de Vlaamse troon verdedigd maar door toedoen van de Franse koning Lodewijk VI was het Willem Clito geworden die de fakkel van het Vlaamse graafschap had overgenomen.

Maar Clito had het door zijn wild bestuur bij de Vlamingen verpest. Diederik had daarvan gebruik gemaakt en was Diederik al op 11 maart 1128, weliswaar op verzoek van de twee Vlaamse edelen Daniel van Dendermonde en Iwan van Aalst, naar Vlaanderen gekomen om de Vlamingen in hun opstand tegen Clito bij te staan. Kort daarop, d.i. op 26 maart 1128, kwam hij met drie ridders naar Brugge waar de poorten zonder enige tegenstand voor hem werden geopend. Daar kreeg hij meteen alle medewerking toen hij de poorters belangrijke handelsfaciliteiten met Holland kon beloven, dit dankzij de steun van zijn halfzuster Geertrui, gravin-moeder van Holland.
Dit moedigde Iwan van Aalst en Daniel van Dendermonde zodanig aan dat ze reeds op 30 maart besloten Diederik door de Bruggelingen als graaf te doen verkiezen. Alles ging nu vlug. Slechts twee dagen later, op 1 april, hield Diederik zijn blijde intrede in de stad en werden de traditionele wederzijdse eden door de nieuwe graaf en de poorters van Brugge en Gent afgelegd. Diederik was nu wettelijk de nieuwe graaf van Vlaanderen wat Brugge en Gent betrof. Op 11 april werd Diederik te Rijsel ontvangen en ook daar in zijn waardigheid als graaf zonder enige weerstand door de notabelen van de stad erkend.

Ondertussen woedde de burgeroorlog, die in augustus 1127 was uitgebroken, zonder veel succes voor Diederik verder, maar ze eindigde ten slotte toch in zijn voordeel door de dood van Clito op 27 juli 1128. Deze goede afloop liet Diederik nu toe zich zonder enige verdere tegenstand vlug door de rest van Vlaanderen als graaf te laten erkennen.

Ook door het buitenland werd zijn machtsovername van de Vlaamse troon vrij snel aanvaard. Van de Franse koning Lodewijk VI kreeg hij zonder veel problemen de investituur voor Kroon-Vlaanderen. Lodewijk VI heeft zich vrij spoedig neergelegd bij het verlies van de dankzij hem tot graaf van Vlaanderen gekozen Willem Clito. Het feit dat Diederik zich op zijn eigen, bezadigde wijze als een loyaal leenman van de Franse koning gedroeg en zijn vazallenplicht aan de Franse koning vervulde, zal hier wel de oorzaak van zijn geweest.

Ook de Engelse koning Hendrik I was blij verlost te zijn van Willem Clito, die hij steeds als een gevaar had beschouwd voor zijn bezittingen in Normandië die hij zich onrechtmatig had toegeëigend ten koste van zijn broer Robert, de vader van Willem Clito. Hij erkende Diederik nu (in 1129) als de enige wettelijke graaf van Vlaanderen en ging zelfs zover het leen te herstellen dat hij in 1103 met Robrecht II was overeen gekomen maar die hij na diens dood had stop gezet.

Wat Rijks-Vlaanderen betreft, deed Diederik manschap (d.i. de leeneed afleggen) aan koning Lotharius een jaar later, namelijk op 23 maart 1130.

 

Diederik bevestigt zijn grafelijke macht

Nu Diederik stevig op de Vlaamse troon zat kon hij al zijn aandacht wijden aan de toekomst die in eerste instantie gericht was op de verzekering van de opvolging van zijn geslacht: een zoon of zonen om na zijn dood het roer over te nemen en een dochter of dochters om uit te huwelijken. Dit kon alleen maar verzekerd worden door een goed en vruchtbaar huwelijk. Het werden er twee. Het eerste werd ergens tussen 1130 en 1134 afgesloten met een zekere Suanehilde, of Swanechilde of ook soms Zwaanhilde genoemd, die hem een dochter schonk die Laurette werd gedoopt.

Swanechilde moet kort daarop overleden zijn (het juiste jaartal is onbekend) want in 1134 huwde Diederik opnieuw, deze keer met Sybilla van Anjou, dochter van Foulques V, graaf van Anjou, en sedert 1131 ook koning van Jeruzalem. Uit dit tweede huwelijk werden zeven kinderen geboren, vier jongens en drie meisjes, waarvan het oudste, Boudewijn, men weet niet precies wanneer hij geboren werd, in 1150 overleed. Zijn tweede zoon, Filips, wordt geboren in 1142 en zal hem later als graaf van Vlaanderen opvolgen. Nog een andere zoon van Diederik, Pieter, zal later (in 1167) door de keizer tot bisschop van het rijksbisdom Kamerijk worden aangesteld, tegen de wil in van Boudewijn van Henegouwen.

Nu zijn opvolging verzekerd was, zal Diederik al zijn aandacht wijden aan het herstellen van de orde, de "vrede" zoals dat toen werd genoemd, d.w.z. dat hij zijn grafelijke macht op alle mogelijke gebieden zal trachten te bevestigen en zelfs vergroten. Dit verwezenlijkte hij door stelselmatig de grote lenen die van de adel afhingen naar zich te trekken. Hierbij maakte hij gebruik van het uitsterven van bepaalde heerlijke geslachten. Wanneer het hoofd van een dynastie overleed, maakte hij van de gelegenheid gebruik om -ongeacht de rechtmatige opvolgers, die hij soms met geld ertoe bracht van hun rechten af te zien- de aldus vacant geworden gebieden aan de grafelijke kroon toe te voegen.

Het resultaat van deze politiek was dat er heel wat baronieën binnen Vlaanderen verdwenen en dat de half-zelfstandige graafschappen en heerlijkheden aan de zuidgrens, die onder de vorige graven verloren waren gegaan, terug onder het gezag van de Vlaamse graaf kwamen te staan. Hierdoor werd Diederik de werkelijke meester in Vlaanderen, d.i. zowel over de heren als over de gemeenten.

Maar nog was dit niet voldoende voor Diederik. Hij droomde van het Heilige Land. In 1138 onderneemt hij een eerste tocht naar het Nabije Oosten en in 1148 neemt hij deel aan de tweede kruistocht.

 

Diederik en de tweede kruistocht

Met kerstmis 1145 gaf de Franse koning Lodewijk VII (Lodewijk VI was in 1137 overleden) gevolg aan de oproep van paus Eugenius III voor een nieuwe kruistocht (of beter: een gewapende bedevaart) naar het Heilig Land. Maar de Franse edellieden toonden niet bepaald een grote geestdrift om aan een dergelijke bedevaart deel te willen nemen, zodat Lodewijk iets moest bedenken om hun enthousiasme wakker te schudden.

Dat deed hij door beroep te doen op de 55-jarige abt Bernardus van Clairvaux, die enkele jaren daarvoor het ordereglement van de Tempeliers had opgesteld, en hem te vragen in het openbaar, via een orakel, een uitspraak te doen over Gods wil inzake de door de paus en de Franse koning voorgestelde nieuwe kruistocht.

Op 31 maart 1146, toen Bernardus in de kathedraal van Vézelay in Bourgogne het woord nam, kwamen er zoveel mensen opdagen dat heel het voorname religieus-politieke gezelschap naar het open veld moest verhuizen, net zoals dat vijftig jaar daarvoor in Clermont het geval was geweest. Daar deed de abt uitspraak over het goddelijke orakel en hoe dat luidde was niet moeilijk te voorspellen. Met zijn legendarische welbespraaktheid viel het hem niet moeilijk heel die mensenmassa die het goddelijke woord wilde horen te overtuigen dat het de wil van God was onverwijld gevolg te geven aan de oproep van de paus en de Franse koning. Waarschijnlijk heeft de abt daar zijn bijnaam gekregen van doctor mellifluus, d.i. "zoetgevooisde doctor".

In ieder geval, de massahysterie bleef niet uit en de roep "God wil het" en "geef ons kruisen" weerklonk opnieuw over heel West-Europa. Dit geweldige succes liet Bernardus toe enige dagen later aan de paus te schrijven: "Ik opende mijn mond, ik sprak en weldra vermeerderde het aantal kruisvaarders zich eindeloos.... Overal ziet men weduwen, wiens mannen nog onder de levenden zijn". Deze macabere omschrijving zou op een verschrikkelijke manier werkelijkheid worden.

Ook Diederik hoorde het woord van Bernardus, die hij trouwens persoonlijk kende, want het was op zijn aansporen dat hij als ijveraar voor de cisterciënzerbeweging de abdij van Clairmarais had gesticht en de kapel van de heilige Basilius te Brugge, waaraan later de legende van het Heilig Bloed werd gekoppeld.
Het is tot op heden niet duidelijk wat paus Eugenius III en de Franse koning bezielde West-Europa voor een nieuwe kruistocht op te roepen, want Jeruzalem was nog steeds stevig in de handen van de Kruisvaarders. Waarschijnlijk is het de val van Edessa, begin 1145, en de daaruit volgende bedreiging voor Jeruzalem die hen heeft aangespoord.

Wat er ook van zij, de roep om een nieuwe kruistocht begeesterde Diederik. Omdat hij droomde van een vorstendom in Palestina, trok hij dan ook rond pinksteren 1147 met een Vlaams leger samen met de Duitse keizer Konrad III naar het Nabije Oosten. Iets later zal een Frans leger onder leiding van Lodewijk VIl hen volgen. Dwars door de Balkan plunderend en brandschattend kwam het leger van de kruisvaarders in september 1147 aan voor de poorten van Constantinopel. Een paar weken later voegde ook het Franse leger van Lodewijk VIl zich bij het Vlaamse en Duitse leger.

Maar de keizer van Byzantium, Manuel I, was niet bepaald ingenomen met de komst van die kruisvaarders die hij als een bedreiging voelde. Hij vond niet beter dan een verbond te sluiten met de Seldsjoeken, die hij net als zijn voorgangers steeds had bestreden, maar nu een goede bondgenoot achtte om het tegen het leger van de kruisvaarders op te nemen.

De Fransen hadden Constantinopel in een vrij slechte stemming bereikt, want de Duitsers die hen waren voorgegaan, hadden heel wat dorpen en steden leeggeroofd, zodat de Franse troepen meermaals slechts spookdorpen op hun tocht hadden gevonden. Deze toestand droeg niet bepaald bij tot een goede verstandhouding tussen de verschillende legers, wat er toe leidde dat de Duitsers, zonder te wachten op de Fransen, naar Klein-Azië overstaken, om de tocht verder te zetten en de Fransen voor de poorten van Constantinopel achterlieten.

Om nu zo vlug mogelijk ook van die hinderlijke Fransen af te geraken, liet de Byzantijnse keizer het gerucht verspreiden dat de Duitsers bij Nicea in hun strijd tegen de Turken een grote overwinning hadden behaald. Dit spoorde de Fransen aan nu ook ijlings de Bosporus over te steken en naar Nicea op te trekken, met de hoop nog een gedeelte van de oorlogsbuit te kunnen bemachtigen. Maar dat viel serieus tegen want de Duitsers hadden bij Nicea helemaal geen overwinning behaald maar waren er integendeel zo verpletterend door de Turken verslagen dat slechts een op tien de catastrofe had overleefd.

Oproep tweede kruistochtBernardus van Clairvaux roept in Vézelay op tot de tweede kruistocht.
Naar een gravure van G.H. Moke, gepubliceerd in "Een andere Leeuw van Vlaanderen", van Juliaan van Belle.

De Fransen vonden het Duitse leger, of wat er nog van overbleef, in een droevige toestand maar konden verder niet veel anders doen dan van de catastrofe kennis te nemen want van de Turken aan te vallen kon geen sprake zijn. Koning Konrad met enkele getrouwen en de droeve restanten van het Duitse leger besloten samen met Lodewijk VIl en zijn leger verder door Anatolië naar de kust te trekken om daar boten te vinden om de rest van de reis per schip verder te zetten. Dit is wel gedeeltelijk gelukt maar heeft verder niet veel uitgemaakt. De kruistocht was een mislukking.

De kruisvaarders hebben in juli 1148 nog geprobeerd Damascus in te nemen, maar ook dit mislukte en wel, zo wordt vermeld, door de schuld van Diederik die persoonlijk aanspraak had gemaakt op het bezit van de stad, waardoor Konrad en Lodewijk afgehaakt zouden hebben. Maar misschien was dat maar een voorwendsel en was het meer doordat men had vernomen dat de fameuze Turkse generaal Noer ed-Din met een gigantisch leger in aantocht was om de stad te ontzetten.
In ieder geval was de kruistocht afgelopen en verliet Konrad III verbitterd het land op 8 september 1148. Lodewijk volgde hem al even verbitterd met Pasen 1149 en Diederik ten slotte op 7 april 1150.

Er valt hier nog een ander eigenaardig geval te vermelde dat zich tijdens die kruistocht heeft voorgedaan. Eleonora van Aquitanië, de vrouw van Lodewijk VIl en dus de koningin van Frankrijk, die haar man op zijn "gewapende" bedevaart naar Palestina had gevolgd, had op een zeker ogenblik haar man botweg medegedeeld dat hij gerust naar Jeruzalem mocht optrekken maar dat zij genoeg had van zijn onbezonnen avonturen en haar intrek wilde nemen bij haar oom, de vorst Raymond van Antiochia, om hun scheiding voor te bereiden. Lodewijk heeft nog wat tegengestribbeld en dikwijls zelfs met geweld, maar Eleonora slaagde er vier jaar later toch in haar huwelijk ongeldig te doen verklaren. Ze trok naar Engeland waar ze met de latere Hendrik II koning van Engeland trouwde, koningin van Engeland werd en moeder van Richard Leeuwenhart, de latere held van de derde kruistocht.

 

Diederik terug in Vlaanderen

Op 19 februari 1147, dus kort voor zijn vertrek naar Palestina, had Diederik een vergadering gehouden met de kardinalen van Doornik, Arras, Terwaan en Kamerijk en samen met zijn echtgenote Sibylla en de meest vooraanstaande notabelen van Vlaanderen om de "vrede" te bevestigen en te bepalen hoe en door wie die openbare orde moest worden verzekerd tijdens zijn afwezigheid.

Hierbij werd o.a. bepaald dat Sibylla het bestuur van het land zou waarnemen en dat, in het geval dat Diederik zou sneuvelen, de grafelijke titel zou toekomen aan zijn zoon Boudewijn. Deze zal echter de grafelijke titel nooit erven want hij zal overlijden in 1150 kort voordat Diederik van Palestina terug komt.

Sibylla had het niet gemakkelijk, want Diederik was nog maar net vertrokken of Boudewijn IV van Henegouwen maakte van de afwezigheid van Diederik gebruik om Vlaanderen binnen te vallen. Hij slaagde erin tot tegen Arras op te rukken. Maar Sibylla reageerde met een tegenaanval. Op de kortst mogelijke tijd verzamelde ze een leger van toegewijde soldaten die onder haar leiding de Henegouwers aanvielen en er niet alleen in slaagden ze op de vlucht te drijven maar zelfs tot in Henegouwen door te dringen.

De vijandelijkheden kenden gelukkig geen verdere uitbreiding, dankzij de tussenkomst van Paus Eugenius III die zich op dat ogenblik te Reims bevond. Hij riep Sibylla en Boudewijn tot hem voor overleg en slaagde erin Boudewijn te overtuigen zijn ongerechtvaardigde agressies stop te zetten. Zo was de vrede voorlopig weer hersteld. We schrijven voorlopig, want de strijd zal opnieuw opflakkeren wanneer Diederik van Palestina terugkomt en zal maar eindigen in 1169, wanneer Filips, de zoon en opvolger van Diederik, zijn zuster Margareta ten huwelijk zal schenken aan Boudewijn V, zoon van Boudewijn IV, en met deze een niet-aanvalsverdrag sluit. Dit huwelijk zal trouwens leiden tot een tweede vereniging van het Vlaamse en het Henegouwse graafschap, die overigens net als de eerste al evenmin zal standhouden.

 

Nog tweemaal Palestina zien en sterven

Diederik moet Palestina in het bloed hebben gehad, want niettegenstaande de perikelen die hij had moeten verduren tijdens zijn deelname aan de tweede kruistocht, vertrok hij in 1157 voor de derde keer naar dat verre land. Hij deed het nog beter dan de vorige twee keer want deze keer was hij niet alleen, maar werd hij vergezeld door zijn vrouw Sibylla. U herinnert zich dat zij de dochter was van Foulques V, die tussen 1131 en 1143 koning van Jeruzalem was geweest. Misschien heeft Sibylla wel het verlangen gehad dit land, waar haar vader koning was geweest en ook was gestorven, te leren kennen.

Voor hij vertrok had Diederik, zorgvuldig en berekend als hij was, het bestuur van het land overgelaten aan zijn zoon Filips en die overname van de grafelijke troon laten erkennen door alle Staten van Vlaanderen. Dit had verder ook geen problemen gegeven, want de laatste jaren was het zo goed als altijd Filips geweest die zijn vader in het nemen van bestuurlijke beslissingen had vervangen.

Diederik zal deze keer drie jaar in Palestina verblijven en met de soldaten die hem hadden gevolgd tegen de Turken slag leveren in Antiochië, schijnbaar wel met enig succes, maar zonder dat het aan de krachtverhoudingen tussen de kruisvaarders en de Muzelmannen iets zal wijzigen.

In 1160 keerde Diederik terug naar Vlaanderen, maar zonder Sibylla die er de voorkeur had aan gegeven in Jeruzalem te blijven. Niettegenstaande ze nog redelijk jong was, nauwelijks 44 jaar, trok ze zich terug in het klooster van de Heilige Lazarus.

Toen in 1162 koning Boudwijn III van Jeruzalem, zoon van Foulques V, en dus de broer van Sibylla overleed, vroeg zij Diederik om nog eens naar Jeruzalem te komen. Wat hij ook deed. Het was zijn laatste tocht. Toen Sibylla in 1165 overleed, keerde hij terug naar Vlaanderen en trok zich terug in het klooster van Waten, waar hij in 1169 overleed.

Zijn zoon Filips zou hem opvolgen.


Bibliografie:
1. LE GLAY, Edward. "Histoire de comtes de Flandre", Brussel 1843
2. LEHMAN, Johannes. "De kruisvaarders", Forum Boekerij, Baarn 1976.
3. WARNKOENIG, L.A. "Histoire de la Flandre", M. Hayez, Brussel 1835.
4. WAUTERS, Alphonse. "Thierry d'Alsace", De Busscher Frères, Gent 1863.

Inhoudstafelnaar hoofdstuk 16

 
 
Over Herman Boel

Herman Boel is voltijds zelfstandig vertaler en auteur van twee skeptische boeken.

Lees meer »
Disclaimer
  • Aansprakelijkheid voor gebruik van de inhoud van de website.

Lees meer »
Browsercompatibiliteit

Deze webstek werkt prima in moderne browsers als Google Chrome, Firefox en Opera en mogelijk ook min of meer goed in Internet Explorer en Safari.

Contact

U kan me contacteren via het het invulformulier.

Online contactformulier »