Beknopte cursus Baskisch - Antwoorden vertaaloefening
Vertaaloefening 1
Itzulpena (vertaling)
Pierre en Pascal zijn oude vrienden. Het zijn vrienden, ja,
maar heel verschillend. Pierre is groot en heeft veel macht, Pascale
daarentegen is klein en heeft weinig macht. Pierre heeft geen haren op
z'n hoofd; Pascal daarentegen heeft lange haren. Pierre is een ernstig
man; Pascal daarentegen (is) eerder een kleine boef.
Pascal wil roken maar heeft geen tabak.
- Goeiedag, vriend! Heb je sigaretten? vraagt hij aan Pierre.
Pierre heeft ook geen sigaretten.
- Sorry, Pascal -zegt hij hem- ik heb er ook geen.
Daar hebben ze er. Ga er kopen.
Pascal heeft geen geld.
Ik kan er geen kopen -zegt hij-, ik heb ook geen geld.
-Hoeveel wil je? vraagt zijn vriend hem redelijk kwaad.
- Slechts tien duro. Dat is genoeg. Het pakje sigaretten kost niet
meer, antwoordt hem de andere.
Pierre geeft het geld aan Pascal, maar hij is onvriendelijk en zegt hem:
-Hier, dan, het geld. Koop de sigaretten en kom hier niet meer!
Pascal is naar de tabakswinkel gegaan.
-Wat een lef! zegt Pierre.
Twee minuten later is onze man daar nogmaals.
-Wat wil je nu? vraagt Pierre hem heel kwaad.
-Vuur... -antwoordt Pascal hem.
Pascal heeft echt lef.
Vertaaloefening 2
Roodkapje en haar moeder zijn in een huis. Op een dag zegt de
moeder aan Roodkapje:
- Roodkapje, vandaag is het de verjaardag van je grootmoeder en je moet
cadeautjes geven. In deze mand heb ik eieren, appelen en een zachte
taart gelegd. Je moet rechtdoor gaan zonder onderweg te stoppen.
- Goed, moeder. Ik zal dat doen, zegt Roodkapje. En ze gaat het huis
uit.
Onderweg ziet ze bloemen en denkt: die bloemen zijn mooi. Ik ga er
plukken en ze aan grootmoeder geven. Ze zal blij zijn. En ze verzamelt
de bloemen.
Dan verschijnt de wolf. De wolf is heel slecht.
Hij vraagt aan Roodkapje.
- Waar ga je naartoe Roodkapje?
- Naar het huis van grootmoeder, antwoordt ze hem.
- Ja? En waar leeft (jouw) grootmoeder?
- Daar ginds. In een klein huisje daar.
- Heel goed, zegt de wolf. En hij gaat het bos in.
Itzulpena (Deel 2)
De wolf begint te lopen en komt aan het huis van de
grootmoeder aan. De grootmoeder ligt in bed. De wolf klopt op de deur
en de grootmoeder vraagt vanuit het huis:
- Wie is daar?
- Roodkapje, antwoordt de wolf.
- Open de deur en kom binnen, zegt de grootmoeder hem.
De wolf opent de deur van het huis, gaat binnen en eet de arme
grootmoeder op. Nadien doet hij de kleren van de grootmoeder aan en
kruipt in bed.
Roodkapje komt aan en klopt op de deur.
- Wie is het? vraagt de wolf vanuit bed.
- Ik ben Roodkapje.
- Open de deur en kom binnen, zegt de wolf haar.
Roodkapje gaat binnen. Ze ziet de wolf en gelooft dat het de
grootmoeder is. Maar, zegt ze hem:
- Grootmoeder, wat heb je hele grote ogen!
- Dat is om je beter te zien! zegt de wolf haar.
- Grootmoeder, wat heb je grote oren!
- Dat is om je beter te horen!
- Grootmoeder, wat heb je grote tanden!
- Dat is om je beter te kunnen opeten! antwoordt de wolf haar.
